Socialezekerheidsrecht
De betreffende e-mail is geen besluit in de zin van artikel 1:3, eerste lid van de Awb.
Centrale Raad van Beroep, 11 juli 2023
ECLI:NL:CRVB:2023:1360 · Centrale Raad van Beroep · 11 juli 2023
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/centrale-raad-van-beroep/bestuursrecht/socialezekerheidsrecht/hoger-beroep/ecli-nl-crvb-2023-1360
Zaakgegevens
Op 11 juli 2023 heeft de Centrale Raad van Beroep in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over socialezekerheidsrecht.
- Instantie
- Centrale Raad van BeroepCentrale Raad van BeroepDe hoogste bestuursrechter voor sociale zekerheid en ambtenarenzaken.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 11 juli 2023
- Datum publicatie
- 17 juli 2023
- Zaaknummer
- 21 / 2359 WMO15
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Socialezekerheidsrecht
- Procedure
- Hoger beroepHoger beroepEen hogere rechter behandelt de zaak opnieuw, zowel de feiten als het recht, omdat een partij het niet eens is met de eerste uitspraak.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:CRVB:2023:1360
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
De betreffende e-mail is geen besluit in de zin van artikel 1:3, eerste lid van de Awb.
Uitspraak
21 2359 WMO15
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag van 8 juni 2021, 20/4246 (aangevallen uitspraak) en uitspraak op het verzoek om veroordeling tot vergoeding van schade
Partijen:
[appellant] te [woonplaats] (appellant)
het college van burgemeester en wethouders van Zoetermeer (college)
Datum uitspraak: 11 juli 2023
PROCESVERLOOP
Namens appellant heeft [gemachtigde] hoger beroep ingesteld.
Het college heeft een verweerschrift ingediend, waarop van de zijde van appellant is gereageerd. Appellant heeft nadere stukken ingediend.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 30 mei 2023. Namens appellant is [gemachtigde] verschenen. Het college heeft zich laten vertegenwoordigen door drs. B.G. Diepeveen.
OVERWEGINGEN
Voor een weergave van wat aan deze uitspraak voorafging verwijst de Raad naar wat onder 1.1 tot en met 1.3 in de aangevallen uitspraak is weergegeven. De Raad volstaat hier met de volgende feiten en omstandigheden.
Bij beslissing op bezwaar van 14 mei 2020 (bestreden besluit) heeft het college het bezwaar van appellant tegen een e-mail van 31 oktober 2019 niet-ontvankelijk verklaard.
Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het tegen het bestreden besluit ingestelde beroep ongegrond verklaard en het verzoek van appellant om schadevergoeding afgewezen.
In hoger beroep heeft appellant de Raad gemotiveerd gevraagd de aangevallen uitspraak en het bestreden besluit te vernietigen.
Daarnaast heeft appellant de Raad verzocht het college te veroordelen tot vergoeding van schade in de vorm van een integrale proceskostenvergoeding en een vergoeding van immateriële schade.
3. De Raad komt tot de volgende beoordeling.
Ingevolge artikel 1:3 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) wordt onder besluit verstaan: een schriftelijke beslissing van een bestuursorgaan, inhoudende een publiekrechtelijke rechtshandeling. Een rechtshandeling is volgens de wetgever een handeling die gericht is op enig rechtsgevolg. Een beslissing heeft rechtsgevolg als zij er op is gericht een bevoegdheid, recht of verplichting voor een of meer anderen te doen ontstaan of teniet te doen, of een juridische status van een persoon of een zaak vast te stellen.
De Raad onderschrijft het oordeel van de rechtbank dat het college het bezwaar tegen de e-mail van 31 oktober 2019 terecht niet ontvankelijk heeft verklaard omdat de mail van 31 oktober 2019 niet is aan te merken als een besluit in de zin van artikel 1:3, eerste lid, van de Awb. De e-mail is er niet op gericht een door appellant gewenste sta-functie op een te verstrekken vervangende elektrische rolstoel te weigeren. Dit betekent dat de Raad de verdere beroepsgronden van appellant niet hoeft te bespreken.
Het hoger beroep slaagt niet en de aangevallen uitspraak moet worden bevestigd. Het verzoek om schadevergoeding zal worden afgewezen.
4. Voor een veroordeling in de proceskosten bestaat geen aanleiding.
BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep
-
bevestigt de aangevallen uitspraak;
-
wijst het verzoek om veroordeling tot vergoeding van schade af.
Deze uitspraak is gedaan door D. Hardonk-Prins, in tegenwoordigheid van L.C. van Bentum als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 11 juli 2023.
(getekend) D. Hardonk-Prins
(getekend) L.C. van Bentum