Socialezekerheidsrecht
Toekennen loongerelateerde WGA-uitkering. Vaststelling mate van arbeidsongeschiktheid op 100%. De…
Centrale Raad van Beroep, 20 juli 2023
ECLI:NL:CRVB:2023:1412 · Centrale Raad van Beroep · 20 juli 2023
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/centrale-raad-van-beroep/bestuursrecht/socialezekerheidsrecht/hoger-beroep/ecli-nl-crvb-2023-1412
Zaakgegevens
Op 20 juli 2023 heeft de Centrale Raad van Beroep in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over socialezekerheidsrecht.
- Instantie
- Centrale Raad van BeroepCentrale Raad van BeroepDe hoogste bestuursrechter voor sociale zekerheid en ambtenarenzaken.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 20 juli 2023
- Datum publicatie
- 25 juli 2023
- Zaaknummer
- 22/2160 WIA
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Socialezekerheidsrecht
- Procedure
- Hoger beroepHoger beroepEen hogere rechter behandelt de zaak opnieuw, zowel de feiten als het recht, omdat een partij het niet eens is met de eerste uitspraak.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:CRVB:2023:1412
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Toekennen loongerelateerde WGA-uitkering. Vaststelling mate van arbeidsongeschiktheid op 100%. De verzekeringsartsen hebben in hun rapporten de medische belastbaarheid van appellante op de datum in geding op inhoudelijk overtuigende wijze gemotiveerd. Appellante heeft niet met andersluidende medische informatie de onjuistheid van die rapporten onderbouwd.
Uitspraak
22 2160 WIA
Datum uitspraak: 20 juli 2023
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Gelderland van
2 juni 2022, 19/31 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[appellante] te [woonplaats] (appellante)
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv)
PROCESVERLOOP
Appellante heeft hoger beroep ingesteld.
Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.
Appellante heeft nadere stukken ingediend.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 8 juni 2023. Appellante is verschenen. Het Uwv heeft zich niet laten vertegenwoordigen.
OVERWEGINGEN
Appellante is laatstelijk werkzaam geweest als juridisch adviseur voor 30,5 uur per week. Op 25 januari 2016 heeft appellante zich ziekgemeld met psychische klachten. Het Uwv heeft bij besluit van 12 april 2018 appellante met ingang van 22 januari 2018 een loongerelateerde WGA-uitkering toegekend. De mate van arbeidsongeschiktheid is daarbij vastgesteld op 100%.
Appellante heeft bezwaar gemaakt tegen het besluit van 12 april 2018. Bij beslissing op bezwaar (bestreden besluit) van 5 december 2018 heeft het Uwv dat bezwaar ongegrond verklaard.
2. Appellante heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank dat beroep ongegrond verklaard. Naar het oordeel van de rechtbank hebben de verzekeringsartsen die het onderzoek naar de arbeidsongeschiktheid van appellante hebben verricht, in hun rapporten de medische belastbaarheid van appellante op de datum in geding op inhoudelijk overtuigende wijze gemotiveerd. Het beroep van appellante heeft de rechtbank geen aanleiding gegeven om aan de juistheid daarvan te twijfelen, omdat appellante niet heeft geconcretiseerd waarom de inhoud van de verzekeringsgeneeskundige rapporten niet juist zou zijn. Ook heeft appellante niet met andersluidende medische informatie de onjuistheid van die rapporten onderbouwd.
In hoger beroep heeft appellante een groot aantal gronden tegen de aangevallen uitspraak aangevoerd.
Het Uwv heeft verzocht de aangevallen uitspraak te bevestigen.
4. De Raad oordeelt als volgt.
Ter zitting heeft appellante herhaald dat zij het Uwv dankbaar is dat aan haar een uitkering is verstrekt en dat zij blij en tevreden is met de hoogte daarvan. Zij heeft niettemin een groot aantal gronden aangevoerd. Die gronden hebben echter geen betrekking op het bestreden besluit maar onder meer op haar relatie met haar werkgever of op gebeurtenissen in de werkomgeving of in de privésfeer. Anders dan appellante lijkt te stellen betekenen die gronden, ook als die juist zouden zijn, niet dat het bestreden besluit onvoldoende is gemotiveerd of dat het oordeel van de rechtbank onjuist is. De aangevallen uitspraak zal daarom worden bevestigd.
5. Voor een veroordeling in de proceskosten bestaat geen aanleiding.
BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak.
Deze uitspraak is gedaan door H.G. Rottier, in tegenwoordigheid van D. Schaap als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 20 juli 2023.
(getekend) H.G. Rottier
(getekend) D. Schaap