Socialezekerheidsrecht

Proceskostenveroordeling na intrekking hoger beroep. Met de gewijzigde beslissing op bezwaar van 6 juli 2023…

Centrale Raad van Beroep, 1 november 2023

Zaakgegevens

Op 1 november 2023 heeft de Centrale Raad van Beroep in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over socialezekerheidsrecht.

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
1 november 2023
Datum publicatie
6 november 2023
Zaaknummer
22/4022 ZW
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:CRVB:2023:2030
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Proceskostenveroordeling na intrekking hoger beroep. Met de gewijzigde beslissing op bezwaar van 6 juli 2023 is volledig aan de bezwaren van appellant tegemoetgekomen. Proceskosten beroep en hoger beroep.

Uitspraak

Datum uitspraak: 1 november 2023

22/4022 ZW

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

Uitspraak als bedoeld in de artikelen 8:75a en 8:108 van de Algemene wet bestuursrecht in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Midden-Nederland van 11 november 2022, 22/2051 (aangevallen uitspraak)

Partijen:

[appellant] te [woonplaats] (appellant)

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv)

PROCESVERLOOP

Namens appellant heeft mr. M. Ouwerkerk-Hoogendonk, advocaat, hoger beroep ingesteld.

Het Uwv heeft op 6 juli 2023 een gewijzigde beslissing op bezwaar genomen.

Op 11 juli 2023 heeft mr. Ouwerkerk-Hoogendonk namens appellant het hoger beroep ingetrokken en gelijktijdig aan de Raad verzocht het Uwv te veroordelen in de proceskosten.

Het Uwv heeft geen gebruik gemaakt van de gelegenheid een verweerschrift in te dienen.

Onder toepassing van artikel 8:57 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is het onderzoek ter zitting achterwege gelaten. Vervolgens is het onderzoek gesloten.

OVERWEGINGEN

Artikel 8:75a, eerste lid, eerste volzin, van de Awb bepaalt dat in geval van intrekking van het beroep omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoetgekomen, het bestuursorgaan op verzoek van de indiener bij afzonderlijke uitspraak met toepassing van artikel 8:75 van de Awb in de kosten kan worden veroordeeld. Ingevolge artikel 8:108, eerste lid, van de Awb is deze bepaling van overeenkomstige toepassing op het hoger beroep.

Vastgesteld wordt dat met de gewijzigde beslissing op bezwaar van 6 juli 2023 volledig aan de bezwaren van appellant is tegemoetgekomen.

Aangezien het Uwv in de gewijzigde beslissing op bezwaar ook een beslissing heeft genomen over de gemaakte kosten in bezwaar en appellant daartegen geen bezwaren heeft aangevoerd, moet de Raad alleen nog oordelen over de in beroep en hoger beroep gemaakte kosten.

De Raad ziet aanleiding om het Uwv te veroordelen in de kosten die appellant in verband met de behandeling van het beroep en het hoger beroep redelijkerwijs heeft moeten maken. De proceskosten worden, ingevolge het Besluit proceskosten bestuursrecht, begroot op

€ 1.674,- in beroep en op € 837,- in hoger beroep. In totaal bedraag de proceskostenvergoeding €2.511,-. Ook dient het Uwv het door appellant in beroep en hoger beroep betaalde griffierecht te vergoeden.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep

- veroordeelt het Uwv in de proceskosten van appellant tot een bedrag van € 2.511,-;

- bepaalt dat het Uwv het in beroep en hoger beroep betaalde griffierecht van in totaal

€186,- vergoedt.

Deze uitspraak is gedaan door S.B. Smit-Colenbrander, in tegenwoordigheid van M.D.F. de Moor als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 1 november 2023.

(getekend) S.B. Smit-Colenbrander

(getekend) M.D.F. de Moor