Socialezekerheidsrecht
Verzet ongegrond. Griffierecht niet tijdig betaald. Geen feiten of omstandigheden aangevoerd waaruit blijkt…
Centrale Raad van Beroep, 24 november 2023
ECLI:NL:CRVB:2023:2256 · Centrale Raad van Beroep · 24 november 2023
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/centrale-raad-van-beroep/bestuursrecht/socialezekerheidsrecht/hoger-beroep/ecli-nl-crvb-2023-2256
Zaakgegevens
Op 24 november 2023 heeft de Centrale Raad van Beroep in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over socialezekerheidsrecht.
- Instantie
- Centrale Raad van BeroepCentrale Raad van BeroepDe hoogste bestuursrechter voor sociale zekerheid en ambtenarenzaken.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 24 november 2023
- Datum publicatie
- 30 november 2023
- Zaaknummer
- 22/2743 WLZ-PV
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Socialezekerheidsrecht
- Procedure
- Hoger beroepHoger beroepEen hogere rechter behandelt de zaak opnieuw, zowel de feiten als het recht, omdat een partij het niet eens is met de eerste uitspraak.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:CRVB:2023:2256
Samenvatting
Verzet ongegrond. Griffierecht niet tijdig betaald. Geen feiten of omstandigheden aangevoerd waaruit blijkt dat appellante niet in verzuim is geweest.
Uitspraak
22 2743 WLZ-PV
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak, in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 14 juli 2022, 21/1826 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[appellante] te [woonplaats] (appellante)
het CIZ
Datum uitspraak: 24 november 2023
Zitting heeft: J.C. Boeree, als lid van de enkelvoudige kamer
Griffier: L.C. van Bentum
Op de zitting is niemand verschenen.
BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep verklaart het verzet ongegrond.
GRONDEN VAN DE BESLISSING
In de uitspraak van 28 juni 2023 heeft de Raad het door appellante ingestelde hoger beroep niet-ontvankelijk verklaard omdat het griffierecht niet is betaald.
Appellante heeft verzet gedaan.
In het verzetschrift maakt appellante kenbaar dat zij, door zeer aangrijpende privéomstandigheden, vergeten is het griffierecht tijdig te betalen. Dit spijt haar enorm.
De Raad is van mening dat appellante niet afdoende heeft onderbouwd dat het griffierecht niet tijdig betaald had kunnen worden. Appellante had hulp van een derde, bijvoorbeeld een mantelzorger, kunnen inschakelen.
De Raad kan in dit geval niet anders dan oordelen dat appellante in verzet geen feiten of omstandigheden heeft aangevoerd waaruit blijkt dat appellante niet in verzuim is geweest.
Dit betekent dat het verzet ongegrond wordt verklaard.
Het te laat betaalde griffierecht zal worden teruggestort.
Voor een veroordeling in de proceskosten bestaat geen aanleiding.
Waarvan proces-verbaal.
De griffier Het lid van de enkelvoudige kamer
(getekend) L.C. van Bentum (getekend) J. C. Boeree