Socialezekerheidsrecht
Intrekking en terugvordering van bijstand. Verhuizing ex-partner niet gemeld. Niet in geschil is dat de…
Centrale Raad van Beroep, 31 januari 2023
ECLI:NL:CRVB:2023:266 · Centrale Raad van Beroep · 31 januari 2023
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/centrale-raad-van-beroep/bestuursrecht/socialezekerheidsrecht/hoger-beroep/ecli-nl-crvb-2023-266
Zaakgegevens
Op 31 januari 2023 heeft de Centrale Raad van Beroep in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over socialezekerheidsrecht.
- Instantie
- Centrale Raad van BeroepCentrale Raad van BeroepDe hoogste bestuursrechter voor sociale zekerheid en ambtenarenzaken.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 31 januari 2023
- Datum publicatie
- 9 februari 2023
- Zaaknummer
- 21 / 540 PW-PV
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Socialezekerheidsrecht
- Procedure
- Hoger beroepHoger beroepEen hogere rechter behandelt de zaak opnieuw, zowel de feiten als het recht, omdat een partij het niet eens is met de eerste uitspraak.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:CRVB:2023:266
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Intrekking en terugvordering van bijstand. Verhuizing ex-partner niet gemeld. Niet in geschil is dat de ex-echtgenoot en appellante sinds 14 november 2019 geen gezamenlijk hoofdverblijf meer hebben op het uitkeringsadres. Hieruit volgt dat appellante niet langer aan de voorwaarden voldeed voor een bijstandsuitkering naar de norm voor gehuwden.
Uitspraak
21 540 PW-PV
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Rotterdam van 6 januari 2021, 20/3825 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[Appellante] te [woonplaats] (appellante)
het college van burgemeester en wethouders van Schiedam (college)
Datum uitspraak: 31 januari 2023
Zitting heeft: A.M. Overbeeke
Griffier: F.C. Meershoek
Appellante is niet verschenen. Het college heeft zich laten vertegenwoordigen door P.G. van Staalduine.
BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak.
Deze beslissing is uitgesproken in het openbaar. Zij is gebaseerd op de volgende overwegingen.
1. Appellante ontving sinds 7 september 2015 bijstand op grond van de Participatiewet, naar de norm voor gehuwden.
2. Bij besluit van 17 december 2019, na bezwaar gehandhaafd bij besluit van 10 juni 2020 (bestreden besluit), heeft het college de bijstand van appellante met ingang van 14 november 2019 ingetrokken en de over de periode van 14 november 2019 tot en met 30 november 2019 gemaakte kosten van bijstand van appellante teruggevorderd tot een bedrag van € 792,44. Het college heeft hieraan ten grondslag gelegd dat appellante de inlichtingenverplichting heeft geschonden door niet bij het college te melden dat haar ex-echtgenoot op 14 november 2019 is verhuisd naar [plaatsnaam] . Hierdoor heeft appellante geen recht meer op bijstand naar de norm voor gehuwden.
3. Het college heeft appellante met ingang van 8 januari 2020 bijstand toegekend naar de norm voor een alleenstaande.
4. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard. De rechtbank heeft vastgesteld dat niet in geschil is dat de ex-echtgenoot en appellante sinds 14 november 2019 geen gezamenlijk hoofdverblijf meer hebben op het uitkeringsadres. Hieruit volgt dat appellante niet langer aan de voorwaarden voldeed voor een bijstandsuitkering naar de norm voor gehuwden. Het college heeft de bijstandsuitkering naar de norm voor gehuwden daarom terecht per 14 november 2019 ingetrokken en teruggevorderd.
5. De gronden die appellante in hoger beroep heeft aangevoerd zijn in essentie een herhaling van wat zij in beroep heeft aangevoerd. De rechtbank is in de aangevallen uitspraak gemotiveerd op die gronden ingegaan. De Raad kan zich vinden in het oordeel van de rechtbank en in de overwegingen waarop dat oordeel rust.
6. Voor een veroordeling in de proceskosten bestaat geen aanleiding.
Waarvan proces-verbaal.
De griffier Het lid van de enkelvoudige kamer
(getekend) F.C. Meershoek (getekend) A.M. Overbeeke