Socialezekerheidsrecht
Verzet tegen niet-ontvankelijkverklaring hoger beroep gegrond. Niet tijdig betalen griffierecht verschoonbaar.
Centrale Raad van Beroep, 24 maart 2023
ECLI:NL:CRVB:2023:659 · Centrale Raad van Beroep · 24 maart 2023
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/centrale-raad-van-beroep/bestuursrecht/socialezekerheidsrecht/hoger-beroep/ecli-nl-crvb-2023-659
Zaakgegevens
Op 24 maart 2023 heeft de Centrale Raad van Beroep in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over socialezekerheidsrecht.
- Instantie
- Centrale Raad van BeroepCentrale Raad van BeroepDe hoogste bestuursrechter voor sociale zekerheid en ambtenarenzaken.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 24 maart 2023
- Datum publicatie
- 7 april 2023
- Zaaknummer
- 21/4227 PW-V
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Socialezekerheidsrecht
- Procedure
- Hoger beroepHoger beroepEen hogere rechter behandelt de zaak opnieuw, zowel de feiten als het recht, omdat een partij het niet eens is met de eerste uitspraak.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:CRVB:2023:659
Samenvatting
Verzet tegen niet-ontvankelijkverklaring hoger beroep gegrond. Niet tijdig betalen griffierecht verschoonbaar.
Uitspraak
Datum uitspraak: 24 maart 2023
21/4227 PW-V
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak, bedoeld in de artikelen 8:55, zevende lid, en 8:108, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Noord-Holland van 21 oktober 2021, 21/3318 en 21/3977 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[appellant] te [woonplaats] (appellant)
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Haarlem
Zitting heeft: J.C. Boeree
Griffier: K.M. Geerman
Op de zitting zijn verschenen: [appellant] , appellant, mr. G.A.S. Maduro, gemachtigde en mw. V.M. Carcelle, tolk
BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep verklaart het verzet gegrond.
GRONDEN VAN DE BESLISSING
In de uitspraak van 13 september 2022 heeft de Raad het hoger beroep van appellant niet-ontvankelijk verklaard omdat het griffierecht niet is betaald.
In verzet is gebleken dat appellant het formulier over de betalingsonmacht van 17 januari 2022, op 28 januari 2022 heeft ontvangen en dit formulier dezelfde dag heeft ingevuld en per gewone post heeft teruggestuurd naar de Raad.
Hieruit blijkt dat appellant verschoonbaar te laat is. Het verzet wordt daarom gegrond verklaard.
Dit betekent dat de uitspraak van 13 september 2022 vervalt en het onderzoek wordt voortgezet in de stand waarin het zich bevond.
Voor een veroordeling in de proceskosten van het verzet is geen aanleiding.
Waarvan proces-verbaal.
De griffier De voorzitter
(getekend) K.M. Geerman (getekend) J.C. Boeree