Socialezekerheidsrecht

Verzet niet-ontvankelijk. De Raad is van oordeel dat appellant in verzet geen feiten of omstandigheden heeft…

Centrale Raad van Beroep, 21 april 2023

Zaakgegevens

Op 21 april 2023 heeft de Centrale Raad van Beroep in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over socialezekerheidsrecht.

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
21 april 2023
Datum publicatie
25 april 2023
Zaaknummer
22 / 108 AOW-PV
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:CRVB:2023:755
E-mail

Samenvatting

Verzet niet-ontvankelijk. De Raad is van oordeel dat appellant in verzet geen feiten of omstandigheden heeft aangevoerd op grond waarvan zou moeten worden geoordeeld dat appellant niet in verzuim is geweest.

Uitspraak

22 108 AOW-PV

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak, bedoeld in de artikelen 8:55, zevende lid, en 8:108, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht, in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 20 oktober 2021, 20/4784 (aangevallen uitspraak)

Partijen:

[appellant] te [woonplaats] (appellant)

de Raad van bestuur van de Sociale verzekeringsbank

Datum uitspraak: 21 april 2023

Zitting heeft: J.C. Boeree, als lid van de enkelvoudige kamer

Griffier: E.X.R. Yi

Ter zitting is niemand verschenen.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep verklaart het verzet niet-ontvankelijk.

GRONDEN VAN DE BESLISSING

In de uitspraak van 19 mei 2022 heeft de Raad het door appellant ingestelde hoger beroep niet-ontvankelijk verklaard omdat het beroepschrift niet tijdig is ingediend. De laatste dag waarop een hogerberoepschrift kon worden ingediend was 1 december 2021. Het hogerberoepschrift is gedateerd op 13 november 2021 en is door de Raad ontvangen op

12 januari 2022. De poststempel op de enveloppe geeft aan dat het hogerberoepschrift op

31 december 2021 ter post is bezorgd.

Appellant heeft verzet gedaan.

De uitspraak van de Raad waartegen verzet is gedaan is verzonden op 2 juni 2022. De laatste dag om tijdig verzet te doen was 14 juli 2022. Het verzetschrift is op 18 juli 2022 ter post aangeboden en door de Raad ontvangen op 24 augustus 2022.

Bij brief van 1 september 2022 heeft de Raad naar de reden van de termijnoverschrijding gevraagd. Hierop heeft appellant gereageerd maar zonder een reden te geven waarom het verzuim verschoonbaar zou moeten worden verklaard.

De Raad is van oordeel dat appellant in verzet geen feiten of omstandigheden heeft aangevoerd op grond waarvan zou moeten worden geoordeeld dat appellant niet in verzuim is geweest.

Dit betekent dat het verzet niet-ontvankelijk wordt verklaard.

Voor een veroordeling in de proceskosten bestaat geen aanleiding.

Waarvan proces-verbaal.

De griffier Het lid van de enkelvoudige kamer

(getekend) E.X.R. Yi (getekend) J. C. Boeree