Socialezekerheidsrecht
Verzet ongegrond. Het griffierecht is niet betaald. Redelijkerwijs kan niet worden geoordeeld dat appellante…
Centrale Raad van Beroep, 1 augustus 2024
ECLI:NL:CRVB:2024:1593 · Centrale Raad van Beroep · 1 augustus 2024
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/centrale-raad-van-beroep/bestuursrecht/socialezekerheidsrecht/hoger-beroep/ecli-nl-crvb-2024-1593
Zaakgegevens
Op 1 augustus 2024 heeft de Centrale Raad van Beroep in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over socialezekerheidsrecht.
- Instantie
- Centrale Raad van BeroepCentrale Raad van BeroepDe hoogste bestuursrechter voor sociale zekerheid en ambtenarenzaken.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 1 augustus 2024
- Datum publicatie
- 8 augustus 2024
- Zaaknummer
- 22/3767 ANW-V
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Socialezekerheidsrecht
- Procedure
- Hoger beroepHoger beroepEen hogere rechter behandelt de zaak opnieuw, zowel de feiten als het recht, omdat een partij het niet eens is met de eerste uitspraak.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:CRVB:2024:1593
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Verzet ongegrond. Het griffierecht is niet betaald. Redelijkerwijs kan niet worden geoordeeld dat appellante niet in verzuim is geweest. Geen beroep op betalingsonmacht gedaan.
Uitspraak
Datum uitspraak: 1 augustus 2024
22/3767 ANW-V
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Uitspraak op het verzet in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 7 oktober 2022, 21/5700 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[appellante] te [woonplaats] , Marokko (appellante)
de Raad van bestuur van de Sociale verzekeringsbank (Svb)
PROCESVERLOOP
Bij uitspraak van 16 februari 2024 heeft de Raad het door appellante ingestelde hoger beroep tegen de aangevallen uitspraak niet-ontvankelijk verklaard.
Appellante heeft verzet ingediend.
Het verzet is ter behandeling aan de orde gesteld ter zitting van 11 juli 2024. Partijen zijn niet verschenen.
OVERWEGINGEN
De Raad heeft het hoger beroep in de uitspraak van 16 februari 2024 niet-ontvankelijk verklaard omdat het griffierrecht niet betaald is en redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat appellante niet in verzuim is geweest.
In verzet heeft appellante te kennen gegeven dat zij niet in staat is om het griffierecht te voldoen aangezien zij zich in een slechte financiële situatie bevindt.
De Raad is van oordeel dat appellante in verzet geen feiten of omstandigheden heeft aangevoerd op grond waarvan zou moeten worden geoordeeld dat zij niet in verzuim is geweest. Appellante is in de eerste nota van 10 december 2022, waarin zij erop werd gewezen dat zij griffierecht moet betalen, gewezen op de mogelijkheid om een beroep op betalingsonmacht te doen. Van deze mogelijkheid heeft appellante geen gebruik gemaakt.
Dit betekent dat het verzet ongegrond wordt verklaard.
Voor een proceskostenveroordeling van het verzet is geen aanleiding.
BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep verklaart het verzet ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door J.C. Boeree, in tegenwoordigheid van E.P.J.M. Claerhoudt als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 1 augustus 2024.
(getekend) J.C. Boeree
(getekend) E.P.J.M. Claerhoudt