Socialezekerheidsrecht

Afwijzing verzoek om proceskostenveroordeling. Het besluit van 22 januari 2024 ziet op een andere datum dan…

Centrale Raad van Beroep, 4 april 2024

Zaakgegevens

Op 4 april 2024 heeft de Centrale Raad van Beroep in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over socialezekerheidsrecht.

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
4 april 2024
Datum publicatie
9 april 2024
Zaaknummer
23/2325 WIA
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:CRVB:2024:685
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Afwijzing verzoek om proceskostenveroordeling. Het besluit van 22 januari 2024 ziet op een andere datum dan het besluit waarop de aangevallen uitspraak betrekking had. Het Uwv is met het besluit van 22 januari 2024 dan ook niet tegemoetgekomen in de zin van artikel 8:75a, eerste lid, eerste volzin, van de Awb.

Uitspraak

Datum uitspraak: 4 april 2024

23/2325 WIA

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

Uitspraak als bedoeld in de artikelen 8:75a en 8:108 van de Algemene wet bestuursrecht in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag van

29 juni 2023, 22/2594 (aangevallen uitspraak)

Partijen:

[appellant] te [woonplaats] (appellant)

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv)

PROCESVERLOOP

Namens appellant heeft mr. A.B.B. Beelaard, advocaat, hoger beroep ingesteld.

Het Uwv heeft de mate van arbeidsongeschiktheid op grond van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen van appellant per 7 juli 2021 vastgesteld op 62,09%. Na bezwaar is het arbeidsongeschiktheidspercentage gewijzigd naar 61,99%. Bij de aangevallen uitspraak is het beroep daartegen ongegrond verklaard.

Bij besluit van 22 januari 2024 heeft het Uwv de mate van arbeidsongeschiktheid van appellant vastgesteld op 47,38%. De loonaanvullingsuitkering wordt, rekening houdend met de geldende uitlooptermijn, ingetrokken per 23 maart 2024.

Appellant heeft daarop het hoger beroep ingetrokken en gelijktijdig aan de Raad verzocht het Uwv te veroordelen in de proceskosten.

Het Uwv heeft van de gelegenheid gebruikgemaakt een verweerschrift in te dienen.

Appellant heeft hierop gereageerd.

Onder toepassing van artikel 8:57 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is het onderzoek ter zitting achterwege gelaten. Vervolgens is het onderzoek gesloten.

OVERWEGINGEN

Artikel 8:75a, eerste lid, eerste volzin, van de Awb bepaalt dat in geval van intrekking van het beroep omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoetgekomen, het bestuursorgaan op verzoek van de indiener bij afzonderlijke uitspraak met toepassing van artikel 8:75 van de Awb in de kosten kan worden veroordeeld. Ingevolge artikel 8:108, eerste lid, van de Awb is deze bepaling van overeenkomstige toepassing op het hoger beroep.

Het besluit van 22 januari 2024 ziet op een andere datum dan het besluit waarop de aangevallen uitspraak betrekking had. Het Uwv is met het besluit van 22 januari 2024 dan ook niet tegemoetgekomen in de zin van artikel 8:75a, eerste lid, eerste volzin, van de Awb.

De Raad is daarom van oordeel dat het verzoek om proceskostenveroordeling dient te worden afgewezen.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep wijst het verzoek om proceskostenveroordeling af.

Deze uitspraak is gedaan door F.M. Rijnbeek, in tegenwoordigheid van E.X.R. Yi als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 4 april 2024.

(getekend) F.M. Rijnbeek

(getekend) E.X.R. Yi