Socialezekerheidsrecht
Afwijzing aanvraag om een AOW-pensioen toe te kennen op de grond dat appellant niet verzekerd is geweest voor…
Centrale Raad van Beroep, 4 april 2024
ECLI:NL:CRVB:2024:812 · Centrale Raad van Beroep · 4 april 2024
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/centrale-raad-van-beroep/bestuursrecht/socialezekerheidsrecht/hoger-beroep/ecli-nl-crvb-2024-812
Zaakgegevens
Op 4 april 2024 heeft de Centrale Raad van Beroep in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over socialezekerheidsrecht.
- Instantie
- Centrale Raad van BeroepCentrale Raad van BeroepDe hoogste bestuursrechter voor sociale zekerheid en ambtenarenzaken.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 4 april 2024
- Datum publicatie
- 30 april 2024
- Zaaknummer
- 23/1892 AOW
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Socialezekerheidsrecht
- Procedure
- Hoger beroepHoger beroepEen hogere rechter behandelt de zaak opnieuw, zowel de feiten als het recht, omdat een partij het niet eens is met de eerste uitspraak.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:CRVB:2024:812
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Afwijzing aanvraag om een AOW-pensioen toe te kennen op de grond dat appellant niet verzekerd is geweest voor de AOW terecht. Ook in hoger beroep heeft appellant geen bewijzen ingezonden die zijn stelling onderbouwen dat hij in Nederland heeft gewoond of gewerkt.
Procesgang
Centrale Raad van Beroep · 4 april 2024deze uitspraak
ECLI:NL:CRVB:2024:812
Hoge Raad · 29 november 2024
ECLI:NL:HR:2024:1749
Uitspraak
23 1892 AOW-PV
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 21 april 2023, 22/4391 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[appellant] te [woonplaats] (Marokko) (appellant)
de Raad van bestuur van de Sociale verzekeringsbank (Svb)
Datum uitspraak: 4 april 2024
Zitting heeft: M.A.H. van Dalen-van Bekkum, als lid van de enkelvoudige kamer
Griffier: M. Dafir
Ter zitting is verschenen: mr. M.R. Schuurman namens de Svb
BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak.
Deze beslissing is uitgesproken in het openbaar. Zij is gebaseerd op de volgende overwegingen.
Appellant, geboren op [geboortedatum] 1955, heeft bij zijn aanvraag om een AOW-pensioen gesteld dat hij van 1977 tot en met 1981 bij het [naam hotel] op Schiphol heeft gewerkt en bij restaurant [restaurant] en [werkgever] in [plaatsnaam]. Appellant heeft aangegeven hiervan geen bewijzen meer te hebben. Verder heeft appellant gesteld dat hij op het adres [adres] in [plaatsnaam] heeft gewoond. In 1981 is hij ziek naar Marokko teruggegaan.
Bij besluit van 7 maart 2020 is de aanvraag afgewezen, omdat appellant niet verzekerd is geweest voor de AOW. Bij het bestreden besluit van 15 augustus 2022 heeft de Svb het bezwaar ongegrond verklaard, omdat niet is gebleken dat appellant in Nederland heeft gewoond en gewerkt.
2. De rechtbank heeft het beroep tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard, omdat het niet aannemelijk is dat appellant in Nederland heeft gewoond of gewerkt. Appellant heeft nooit in Nederland ingeschreven gestaan en geen stukken overgelegd die het standpunt onderbouwen dat hij hier heeft gewoond of gewerkt. De Svb heeft informatie opgevraagd bij de gemeente Amsterdam, het [naam hotel] , de Stichting bedrijfspensioenfonds voor het Schoonmaak- en Glazenwassersbedrijf en het Pensioenfonds Horeca & Catering. Appellant is bij geen van deze instanties bekend. Het door appellant opgegeven hotel bestond nog niet in de periode dat hij er zou hebben gewerkt. Wel heeft de gemeente Amsterdam een persoonskaart gestuurd, maar de daarop vermelde naam en geboortedatum komen niet overeen met die van appellant. Appellant is ook niet bekend in het Schakelregister en het kinderbijslagarchief van de Svb. Omdat niet is komen vast te staan dat appellant in Nederland heeft gewoond en gewerkt, heeft de Svb de aanvraag terecht afgewezen.
3. Appellant is het met de uitspraak van de rechtbank niet eens. Hij blijft erbij dat hij in Nederland heeft gewoond en gewerkt.
4. De Raad onderschrijft het oordeel van de rechtbank en de gronden waarop dit berust. Er is geen aanleiding om anders te oordelen dan de rechtbank heeft gedaan. De rechtbank heeft de beroepsgronden van appellant afdoende besproken en overtuigend gemotiveerd waarom deze niet slagen. Ook in hoger beroep heeft appellant geen bewijzen ingezonden die zijn stelling onderbouwen dat hij in Nederland heeft gewoond of gewerkt.
Waarvan proces-verbaal.
De griffier Het lid van de enkelvoudige kamer
(getekend) M. Dafir (getekend) M.A.H. van Dalen-van Bekkum
Voor eensluidend afschrift
de griffier van de
Centrale Raad van Beroep
Tegen deze uitspraak kunnen partijen binnen zes weken na de datum van verzending beroep in cassatie instellen bij de Hoge Raad der Nederlanden (Postbus 20303, 2500 EH Den Haag) ter zake van schending of verkeerde toepassing van bepalingen over het begrip verzekerde.
DÉCISION
La Centrale Raad van Beroep (Cour d'Appel Centrale),
statue:
confirme la décision attaquée.
Par conséquent, décidée par M.A.H. van Dalen-van Bekkum en présence de M. Dafir en qualité de greffier, ainsi que prononcée en public, le 4 Avril 2024.
Les parties disposent d’un délai de six semaines á compter de la date d’envoi pour introduire un pourvoi en cassation contre cette deécision devant la Cour de Cassation des Pays-Bas : Hoge Raad der Nederlanden (Postbus 20303, NL2500 EH ‘s-Gravenhage) au titre de la violation ou de la mauvaise application des dispositions concernant la notion de groupe d’assuré.