Socialezekerheidsrecht
Deze uitspraak gaat over de vraag of MedTadvies de aanvraag van appellante voor een hoog pkb terecht heeft…
Centrale Raad van Beroep, 30 juli 2026
ECLI:NL:CRVB:2026:1020 · Centrale Raad van Beroep · 30 juli 2026
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/centrale-raad-van-beroep/bestuursrecht/socialezekerheidsrecht/hoger-beroep/ecli-nl-crvb-2026-1020
Zaakgegevens
Op 30 juli 2026 heeft de Centrale Raad van Beroep in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over socialezekerheidsrecht.
- Instantie
- Centrale Raad van BeroepCentrale Raad van BeroepDe hoogste bestuursrechter voor sociale zekerheid en ambtenarenzaken.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 30 juli 2026
- Datum publicatie
- 5 augustus 2026
- Zaaknummer
- 23/2243 VALYS
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Socialezekerheidsrecht
- Procedure
- Hoger beroepHoger beroepEen hogere rechter behandelt de zaak opnieuw, zowel de feiten als het recht, omdat een partij het niet eens is met de eerste uitspraak.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:CRVB:2026:1020
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Deze uitspraak gaat over de vraag of MedTadvies de aanvraag van appellante voor een hoog pkb terecht heeft afgewezen. De rechtbank heeft zelf in de zaak mogen voorzien en op basis van de beschikbare gegevens terecht bepaald dat de afwijzing van de aanvraag van appellant om een hoog pkb in stand blijft. Er zijn onvoldoende aanknopingspunten waaruit volgt dat appellante – zoals vereist op grond van het Indicatieprotocol – vanuit strikt medische optiek niet in staat is om met begeleiding en met een hulpmiddel met de trein te reizen.
Uitspraak
23/2243 VALYS
Centrale Raad van Beroep
Meervoudige kamer
Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag van 14 juli 2023, 20/4781 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[appellant] te [woonplaats] (appellant)
MedTadvies B.V. (voorheen FMMU B.V. Advies) (MedTadvies)
Datum uitspraak: 30 juli 2026
SAMENVATTING
In deze uitspraak oordeelt de Raad dat de aanvraag van appellant om een hoog pkb terecht is afgewezen. De rechtbank heeft op goede gronden de redelijke termijn verlengd. De Raad bevestigt ook voor het overige de aangevallen uitspraak voor zover aangevochten.
PROCESVERLOOP
Appellant heeft hoger beroep ingesteld en nadere stukken overgelegd. MedTadvies heeft een verweerschrift ingediend.
De Raad heeft de zaak behandeld op een zitting van 18 juni 2026. Appellant is via videobellen verschenen. MedTadvies heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. J. Ramnath.
OVERWEGINGEN
Inleiding
1. Bij de beoordeling van het hoger beroep zijn de volgende feiten en omstandigheden van belang.
Appellant, geboren in 1991, ervaart beperkingen in zijn mobiliteit. Hij beschikt over een Valys-pas met een standaard persoonlijk kilometerbudget (standaard pkb). Hij heeft bij MedTadvies een aanvraag ingediend om toekenning van een hoog persoonlijk kilometerbudget (hoog pkb).
Met een besluit van 27 december 2019 heeft MedTadvies de aanvraag van appellant afgewezen. MedTadvies heeft hieraan ten grondslag gelegd dat appellant medisch gezien in staat is om met begeleiding en met een hulpmiddel met de trein te reizen. Met een beslissing van 2 juni 2020 (bestreden besluit) heeft MedTadvies geweigerd een inhoudelijk besluit op het bezwaar van appellant te nemen.
Uitspraak van de rechtbank
2. De rechtbank heeft het beroep tegen het bestreden besluit gegrond verklaard en het bestreden besluit vernietigd wegens strijd met artikel 7:11 van de Algemene wet bestuursrecht. Daartoe heeft de rechtbank overwogen dat, indien MedTadvies, zoals beschreven in het verweerschrift, wegens het ontbreken van een onderbouwing (met medische informatie) van de zijde van appellant geen aanleiding zag om het besluit van 27 december 2019 te herroepen, dit in het bestreden besluit had moeten worden opgenomen. De rechtbank heeft vervolgens het bezwaar van appellant ongegrond verklaard, omdat de aanvraag van appellant om een hoog pkb terecht is afgewezen. Appellant heeft geen (medische) informatie verstrekt waaruit blijkt dat hij aan de in het Indicatieprotocol Hoog Persoonlijk Kilometer Budget (Indicatieprotocol) gestelde criteria voldoet. MedTadvies was niet gehouden appellant medisch te onderzoeken. Verder heeft de rechtbank geen grond gezien voor het verbeuren van dwangsommen door MedTadvies, omdat appellant MedTadvies niet in gebreke heeft gesteld. Dat aan de zijde van MedTadvies sprake is geweest van misbruik van bevoegdheid is de rechtbank niet gebleken. Tot slot heeft de rechtbank de Staat veroordeeld tot betaling aan appellant van een schadevergoeding van € 1.500,- in verband met een overschrijding van de redelijke termijn. De rechtbank heeft daarbij een gedeelte van de vertraging in de procedure aan appellant toegerekend, omdat appellant volgens de wrakingskamer misbruik heeft gemaakt van het recht om de rechter te wraken door in ruim 50 beroepszaken het middel van wraking te gebruiken met geen ander doel dan het frustreren van de voortgang van de procedure.
Het standpunt van appellant
3. Appellant is het met de uitspraak van de rechtbank niet eens. Wat hij daartegen heeft aangevoerd wordt hierna besproken.
Het oordeel van de Raad
4. De Raad komt tot het oordeel dat het hoger beroep niet slaagt. De regels die voor de beoordeling van het hoger beroep belangrijk zijn, zijn te vinden in de bijlage bij deze uitspraak.
Het betoog van appellant dat MedTadvies gehouden was zelf een keuring te verrichten, slaagt niet, gelet op het volgende. Appellant heeft ter onderbouwing van zijn aanvraag diverse (medische) gegevens overgelegd. Een arts van MedTadvies heeft vervolgens geconcludeerd dat niet kan worden uitgesloten dat appellant op rustige momenten onder persoonlijke begeleiding kan reizen met de trein. In bezwaar heeft appellant niet aannemelijk gemaakt dat hij wél voldoet aan de in het Indicatieprotocol gestelde criteria. Ook niet nadat MedTadvies appellant ter onderbouwing van zijn standpunt dat hij aangewezen is op een hoog pkb nogmaals in de gelegenheid heeft gesteld nadere medische gegevens te overleggen. Niet gebleken is dat appellant daartoe niet in staat was. Desalniettemin is een arts van MedTadvies bereid geweest om aan de hand van een vraagstelling nadere informatie in te winnen bij de behandelend sector. Appellant heeft echter uitdrukkelijk te kennen gegeven zich niet te kunnen vinden in de opgestelde vraagstelling en geen mogelijkheid te hebben hierover een akkoord te geven. Naar het oordeel van de Raad heeft de arts van MedTadvies hieruit mogen afleiden dat appellant geen toestemming heeft verleend voor het opvragen van nadere informatie bij de behandelend sector. Met de rechtbank is de Raad van oordeel dat MedTadvies onder de geschetste omstandigheden niet gehouden was zelf een medisch onderzoek te verrichten op de wijze zoals die kennelijk door appellant wordt voorgestaan.
Hetgeen is overwogen in 4.1 betekent dat de rechtbank geen aanleiding heeft hoeven zien om de zaak terug te verwijzen naar MedTadvies wegens een onzorgvuldigheid in het onderzoek. De rechtbank heeft zelf in de zaak mogen voorzien en op basis van de beschikbare gegevens terecht bepaald dat de afwijzing van de aanvraag van appellant om een hoog pkb in stand blijft.
Het betoog dat de rechtbank de redelijke termijn ten onrechte heeft verlengd, slaagt niet. De Raad volstaat daarvoor met een verwijzing naar de aangevallen uitspraak en onderschrijft de overwegingen van de rechtbank over de toerekening van een gedeelte van de vertraging aan appellant.
De Raad bevestigt ook voor het overige de aangevallen uitspraak voor zover aangevochten.
Conclusie en gevolgen
Het hoger beroep slaagt niet. De aangevallen uitspraak wordt bevestigd voor zover aangevochten.
5. Voor een vergoeding van de proceskosten bestaat geen aanleiding.
BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak voor zover aangevochten.
Deze uitspraak is gedaan door D. Hardonk-Prins als voorzitter en K.H. Sanders en C.W.C.A. Bruggeman als leden, in tegenwoordigheid van A.A. Verweij als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 30 juli 2026.
(getekend) D. Hardonk-Prins
De griffier is verhinderd te ondertekenen
Bijlage: voor deze uitspraak belangrijke regels
Indicatieprotocol Hoog Persoonlijk Kilometer Budget
Paragraaf 3 – Criteria
Een aanvrager komt in aanmerking voor een hoog pkb als:
-
de aanvrager beschikt over een Wmo-vervoersvoorziening, een Wmo-rolstoel, scootmobiel of OV-begeleiderskaart en
-
gebruik moet maken van een rolstoel of scootmobiel waarvan gewicht, en/of maatvoering in combinatie met de aanvrager (de zogenaamde ‘mens-machinecombinatie’) zodanig is dat deze de grenzen van mogelijkheid tot hulpverlening door de NS overschrijden en/of
-
door persoonsgebonden medische beperkingen van chronische aard vanuit strikt medische optiek niet in staat is met de trein te reizen.
Toelichting
(…)
Paragraaf 4 – Medische gegevens en medisch onderzoek
FMMU Advies (lees: MedTadvies) beoordeelt de aanvraag op basis van de bij de aanvraag gevoegde medische gegevens. De plicht tot het verstrekken van medische gegevens en het onderbouwen van zijn of haar aanvraag rust op de aanvrager.
In het geval de medische gegevens van een aanvrager – als gevolg van een niet aan de aanvrager te wijten omstandigheid – ontoereikend zijn voor de afhandeling van zijn aanvraag, verricht FMMU Advies (lees: MedTadvies) een medisch onderzoek bij de aanvrager.