Socialezekerheidsrecht

De AOW-aanvraag is terecht afgewezen omdat appellante niet verzekerd is geweest. Appellante heeft niet in…

Centrale Raad van Beroep, 3 september 2026

Zaakgegevens

Op 3 september 2026 heeft de Centrale Raad van Beroep in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over socialezekerheidsrecht.

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
3 september 2026
Datum publicatie
15 september 2026
Zaaknummer
25/1714 AOW
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:CRVB:2026:1201
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

De AOW-aanvraag is terecht afgewezen omdat appellante niet verzekerd is geweest. Appellante heeft niet in Nederland gewoond of gewerkt en is ook niet op een andere (zelfstandige)grond verzekerd geweest. Ook geen recht op huwelijkse tijdvakken op grond van het NMV omdat appellante is gehuwd nadat de verzekering van haar echtgenoot al was geëindigd.

Uitspraak

25/1714 AOW

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 6 juni 2025, 24/6491 (aangevallen uitspraak)

Partijen:

[appellante] te [woonplaats] (appellante)

de Raad van bestuur van de Sociale Verzekeringsbank (Svb)

Datum uitspraak: 3 september 2026

SAMENVATTING

In deze uitspraak oordeelt de Raad dat de AOW-aanvraag terecht is afgewezen omdat appellante niet verzekerd is geweest. Appellante heeft niet in Nederland gewoond of gewerkt en zij is ook niet op een andere (zelfstandige)grond verzekerd geweest voor de AOW. Zij heeft ook geen recht op huwelijkse tijdvakken op grond van het NMV. Appellante is gehuwd nadat de verzekering van haar echtgenoot al was geëindigd.

PROCESVERLOOP

Appellante heeft hoger beroep ingesteld. De Svb heeft een verweerschrift ingediend.

De meervoudige kamer heeft de zaak verwezen naar een enkelvoudige kamer.

De Raad heeft de zaak behandeld op een zitting van 23 juli 2026. Namens appellante is verschenen [gemachtigde] . De Svb heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. G.E. Eind.

OVERWEGINGEN

Inleiding

1. Bij de beoordeling van het hoger beroep zijn de volgende feiten en omstandigheden van belang.

1.1.

Appellante, geboren in 1956, is in 2007 getrouwd met [naam echtgenoot] , geboren in 1934. Haar echtgenoot heeft in 1999 de pensioengerechtigde leeftijd bereikt en is voor de AOW verzekerd geweest. Op [datum] 2012 is de echtgenoot overleden. Appellante heeft op 26 februari 2024 een AOW-pensioen aangevraagd.

1.2.

Met een besluit van 15 maart 2024 heeft de Svb de aanvraag afgewezen. Het bezwaar hiertegen is met een besluit van 4 oktober 2024 (bestreden besluit) ongegrond verklaard.

Uitspraak van de rechtbank

2. De rechtbank heeft het beroep tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard en daarmee het bestreden besluit in stand gelaten. Volgens de rechtbank is appellante niet verzekerd geweest voor de AOW. Ook is er geen aanspraak op huwelijkse tijdvakken omdat appellante pas is getrouwd toen haar echtgenoot niet meer verzekerd was voor de AOW.

Het standpunt van appellante

3. Appellante is het met de uitspraak van de rechtbank niet eens. Zij vraagt om een gunstige beslissing en vraagt een AOW-pensioen aan haar toe te kennen.

Het oordeel van de Raad

4. De Raad beoordeelt of de rechtbank terecht het bestreden besluit in stand heeft gelaten aan de hand van wat appellante in hoger beroep heeft aangevoerd, de beroepsgronden. De Raad komt tot het oordeel dat het hoger beroep niet slaagt. De wettelijke regels die voor de beoordeling van het hoger beroep belangrijk zijn, zijn te vinden in de bijlage bij deze uitspraak.

4.1.

Tussen partijen is in geschil of de rechtbank terecht heeft geconcludeerd dat appellante geen recht heeft op AOW-pensioen, omdat zij niet verzekerd is geweest voor de AOW.

4.2.

Appellante heeft nooit in Nederland gewoond of gewerkt en is ook niet op een andere (zelfstandige) grond verzekerd geweest voor de AOW. Ook met toepassing van het NMV heeft appellante geen recht op een AOW-pensioen. Appellante kan geen aanspraak maken op huwelijkse tijdvakken, omdat daarvoor onder andere vereist is dat appellante gehuwd was met haar echtgenoot toen hij nog verzekerd was voor de AOW. De verzekering van de echtgenoot was echter al geëindigd voordat appellante in 2007 in het huwelijk trad met haar echtgenoot.

Conclusie en gevolgen

4.3.

Het hoger beroep slaagt dus niet. De aangevallen uitspraak wordt bevestigd. Dit betekent dat het bestreden besluit in stand blijft.

5. Omdat het hoger beroep niet slaagt krijgt appellante geen vergoeding voor het betaalde griffierecht.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak.

Deze uitspraak is gedaan door E.E.V. Lenos in tegenwoordigheid van A.A. Verweij als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 3 september 2026.

(getekend) E.E.V. Lenos

De griffier is verhinderd te ondertekenen

Tegen deze uitspraak kunnen partijen binnen zes weken na de datum van verzending beroep in cassatie instellen bij de Hoge Raad der Nederlanden (Postbus 20303, 2500 EH Den Haag) ter zake van schending of verkeerde toepassing van bepalingen over het begrip verzekerde.

DÉCISION

La Centrale Raad van Beroep (Cour d'Appel Centrale) confirme la décision attaquée.

Par conséquent, décidée par E.E.V. Lenos en présence de A.A. Verweij en qualité de greffier, ainsi que prononcée en public, le 3 septembre 2026.

Les parties disposent d’un délai de six semaines à compter de la date d’envoi pour introduire un pourvoi en cassation contre cette décision devant la Cour de Cassation des Pays-Bas: Hoge Raad der Nederlanden (Postbus 20303, NL 2500 EH ’s-Gravenhage) au titre de la violation ou de la mauvaise application des dispositions concernant la notion de groupe d’assurés.

Bijlage: voor deze uitspraak belangrijke wettelijke regels

Algemene Ouderdomswet

Artikel 6a

Zo nodig in afwijking van artikel 6 en de daarop berustende bepalingen:

a. wordt als verzekerde aangemerkt de persoon van wie de verzekering op grond van deze wet voortvloeit uit de toepassing van bepalingen van een verdrag of van een besluit van een volkenrechtelijke organisatie;

Algemeen Verdrag inzake sociale zekerheid tussen het Koninkrijk der Nederlanden en het Koninkrijk Marokko

Artikel 21

1. De in artikel 13, eerste lid, van de AOW (Algemene Ouderdomswet) bedoelde korting is niet van toepassing op de voor de datum van inwerkingtreding van dit Verdrag gelegen tijdvakken gedurende welke de echtgenote of weduwe na het bereiken van de 15-jarige leeftijd en voor het bereiken van de 65-jarige leeftijd niet verzekerd was krachtens de voornoemde wettelijke regeling terwijl zij, gedurende haar huwelijk, op het grondgebied van het Koninkrijk Marokko woonde, voor zover deze tijdvakken overeenkomen met de door haar echtgenoot krachtens deze wettelijke regeling vervulde tijdvakken van verzekering.

(…)

Algemene Ouderdomswet. Algemeen Verdrag inzake sociale zekerheid tussen het Koninkrijk der Nederlanden en het Koninkrijk Marokko.