Socialezekerheidsrecht
Afwijzing aanvraag voor zorg op grond van de Wlz. Zorgvuldig medisch onderzoek. Bij appellante is geen…
Centrale Raad van Beroep, 17 september 2026
ECLI:NL:CRVB:2026:1241 · Centrale Raad van Beroep · 17 september 2026
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/centrale-raad-van-beroep/bestuursrecht/socialezekerheidsrecht/hoger-beroep/ecli-nl-crvb-2026-1241
Zaakgegevens
Op 17 september 2026 heeft de Centrale Raad van Beroep in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over socialezekerheidsrecht.
- Instantie
- Centrale Raad van BeroepCentrale Raad van BeroepDe hoogste bestuursrechter voor sociale zekerheid en ambtenarenzaken.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 17 september 2026
- Datum publicatie
- 22 september 2026
- Zaaknummer
- 25/205 WMO15
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Socialezekerheidsrecht
- Procedure
- Hoger beroepHoger beroepEen hogere rechter behandelt de zaak opnieuw, zowel de feiten als het recht, omdat een partij het niet eens is met de eerste uitspraak.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:CRVB:2026:1241
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Afwijzing aanvraag voor zorg op grond van de Wlz. Zorgvuldig medisch onderzoek. Bij appellante is geen spraken van een blijvende behoefte aan 24 uur per dag zorg in de nabijheid ter voorkoming van ernstig nadeel. Appellante komt daarom niet in aanmerking voor zorg op grond van de Wlz.
Uitspraak
25/205 WLZ, 25/206 WLZ
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Zeeland-West-Brabant van 16 december 2024, 23/3494 en 24/2904 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[appellant] te [woonplaats] (appellant)
het CIZ
Datum uitspraak: 17 september 2026
SAMENVATTING
Deze uitspraak gaat over de vraag of het CIZ de aanvragen van appellant voor zorg op grond van de Wlz terecht heeft afgewezen. De Raad volgt het CIZ in het standpunt dat bij appellant geen sprake is van een noodzaak aan 24 uur per dag zorg in de nabijheid, zodat appellant niet in aanmerking komt voor Wlz-zorg.
PROCESVERLOOP
Namens appellant heeft mr. I.M. van den Heuvel, advocaat, hoger beroep ingesteld. Het CIZ heeft een verweerschrift ingediend.
De meervoudige kamer heeft de zaken verwezen naar een enkelvoudige kamer.
De Raad heeft de zaken behandeld op een zitting van 6 augustus 2026. Appellant is verschenen, vergezeld door zijn echtgenote [naam echtgenote] en bijgestaan door mr. Van den Heuvel. Het CIZ heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. L. Bruijs.
OVERWEGINGEN
Inleiding
1. Bij de beoordeling van het hoger beroep zijn de volgende feiten en omstandigheden van belang.
Appellant is bekend met een depressieve stoornis en tinnitus. In verband hiermee heeft hij op 13 december 2022 een aanvraag ingediend voor zorg op grond van de Wet langdurige zorg (Wlz).
Met een besluit van 26 januari 2023, na bezwaar gehandhaafd met een besluit van 16 mei 2023 (bestreden besluit 1) heeft het CIZ de aanvraag van appellant afgewezen. Het CIZ heeft zich – onder verwijzing naar het medisch advies van 4 mei 2023 – op het standpunt gesteld dat bij appellant sprake is van de grondslagen somatische aandoening en psychische stoornis. Een blijvende behoefte aan 24 uur per dag zorg in de nabijheid ter voorkoming van ernstig nadeel heeft het CIZ niet kunnen vaststellen, zodat appellant niet in aanmerking komt voor zorg op grond van de Wlz.
Met een besluit van 12 mei 2023, na bezwaar gehandhaafd met het besluit van 23 januari 2024 (bestreden besluit 2) heeft het CIZ de aanvraag van appellant van 3 februari 2023 voor zorg op grond van de Wlz afgewezen. Het CIZ heeft zich onder verwijzing naar de medische adviezen van 4 mei 2023, 11 december 2023 en van 9 januari 2024 op het standpunt gesteld dat er geen sprake is van een blijvende behoefte aan 24 uur per dag zorg in de nabijheid om ernstig nadeel te voorkomen.
Uitspraak van de rechtbank
2. De rechtbank heeft de beroepen tegen de bestreden besluiten ongegrond verklaard en daarmee de bestreden besluiten in stand gelaten.
Het standpunt van appellant
3. Appellant is het met de uitspraak van de rechtbank niet eens. Wat hij daartegen heeft aangevoerd, wordt hierna besproken.
Het oordeel van de Raad
4. De Raad beoordeelt of de rechtbank terecht de bestreden besluiten in stand heeft gelaten aan de hand van wat appellant in hoger beroep heeft aangevoerd, de beroepsgronden. De Raad komt tot het oordeel dat het hoger beroep niet slaagt. Hierna legt de Raad uit hoe hij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft. De wettelijke regels die voor de beoordeling van het hoger beroep belangrijk zijn, zijn te vinden in de bijlage bij deze uitspraak.
De door de bestuursrechter te beoordelen periode in geval van een aanvraag als hier aan de orde bestrijkt in beginsel de periode vanaf de datum van de aanvraag tot en met de datum van de beslissing op bezwaar. Dit betekent dat de te beoordelen periode in dit geval loopt van 13 december 2022 tot en met 16 mei 2023 voor bestreden besluit 1 en van 3 februari 2023 tot en met 23 januari 2024 voor bestreden besluit 2.
De rechtbank heeft terecht geoordeeld dat het CIZ de aanvragen van appellant op goede gronden heeft afgewezen en dat het CIZ de bestreden besluiten op de medische adviezen heeft mogen baseren. Deze adviezen zijn op zorgvuldige wijze tot stand gekomen. Er is geen grond voor het oordeel dat de medisch adviseurs appellant in persoon hadden moeten onderzoeken of spreken. Een onderzoeker van het CIZ heeft appellant thuis bezocht. Zoals de Raad eerder heeft overwogen is hiermee voldaan aan artikel 3.2.2, eerste lid, van het Besluit langdurige zorg waarin is bepaald dat de voorbereiding van een indicatiebesluit in ieder geval een onderzoek van de verzekerde in persoon omvat. De medisch adviseurs hebben de beschikbare informatie van onder meer de huisarts en de behandelend psychiater van appellant bij het onderzoek betrokken. Ook heeft er telefonisch contact plaatsgevonden met de huisarts en de psychiater van appellant en is er meerdere keren nadere informatie bij meerdere behandelaars opgevraagd en ontvangen. Op grond hiervan hebben de medische adviseurs zich een duidelijk beeld kunnen vormen van de situatie van appellant.
De medisch adviseurs hebben gemotiveerd weergegeven dat er bij appellant geen noodzaak is voor 24 uur per dag zorg in de nabijheid om ernstig nadeel voor hemzelf te voorkomen. Zij hebben overtuigend uiteengezet dat de zorgbehoefte van appellant overwegend als planbare zorg kan worden ingezet. Appellant moet verder in staat worden geacht indien nodig op relevante momenten aanvullend en adequaat hulp in te roepen en deze hulp af te wachten. Geobjectiveerde ernstige regieproblemen zijn niet vast te stellen op basis van de beschikbare gegevens. Gebleken is dat appellant in staat is zelfstandig de regie te voeren. Hij appt regelmatig zijn echtgenote als hij alleen thuis is.
Nu uit het voorgaande volgt dat het medische onderzoek zorgvuldig is geweest, dat appellant voldoende gelegenheid heeft gehad om zelf medische stukken over te leggen en daarvan ook gebruik heeft gemaakt en appellant onvoldoende twijfel heeft gezaaid over de inhoudelijke medische beoordeling, heeft de rechtbank geen aanleiding hoeven te zien voor het benoemen van een onafhankelijke deskundige.
Conclusie en gevolgen
Het hoger beroep slaagt dus niet. De aangevallen uitspraak wordt bevestigd. Dit betekent dat de bestreden besluiten in stand blijven.
5. Omdat het hoger beroep niet slaagt krijgt appellant geen vergoeding voor zijn proceskosten en het betaalde griffierecht.
BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak.
Deze uitspraak is gedaan door B. Serno in tegenwoordigheid van M.G.J. van Eck als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 17 september 2026.
(getekend) B. Serno
(getekend) M.G.J. van Eck
Bijlage: voor deze uitspraak belangrijke wettelijke regels
Wet langdurige zorg
Artikel 3.2.1.
1. Een verzekerde heeft recht op zorg die op zijn behoeften, persoonskenmerken en mogelijkheden is afgestemd voor zover hij naar aard, inhoud en omvang en uit een oogpunt van doelmatige zorgverlening redelijkerwijs op die zorg is aangewezen omdat hij, vanwege een somatische of psychogeriatrische aandoening of beperking, een psychische stoornis of een verstandelijke, lichamelijke of zintuiglijke handicap, een blijvende behoefte heeft aan:
a. permanent toezicht ter voorkoming van escalatie of ernstig nadeel voor de verzekerde, of
b. 24 uur per dag zorg in de nabijheid, omdat hij zelf niet in staat is om op relevante momenten hulp in te roepen en hij, om ernstig nadeel voor hem zelf te voorkomen,
1° door fysieke problemen voortdurend begeleiding, verpleging of overname van zelfzorg nodig heeft, of
2° door zware regieproblemen voortdurend begeleiding of overname van taken nodig heeft.
2. In het eerste lid wordt verstaan onder:
a. blijvend: van niet voorbijgaande aard;
b. permanent toezicht: onafgebroken toezicht en actieve observatie gedurende het gehele etmaal, waardoor tijdig kan worden ingegrepen;
c. ernstig nadeel voor de verzekerde: een situatie waarin de verzekerde:
1° zich maatschappelijk te gronde richt of dreigt te richten;
2° zichzelf in ernstige mate verwaarloost of dreigt te verwaarlozen;
3° ernstig lichamelijk letsel oploopt of dreigt op te lopen dan wel zichzelf ernstig lichamelijk letsel toebrengt of dreigt toe te brengen;
4° ernstig in zijn ontwikkeling wordt geschaad of dreigt te worden geschaad of dat zijn veiligheid ernstig wordt bedreigd, al dan niet doordat hij onder de invloed van een ander raakt;
d. zelfzorg: de uitvoering van algemene dagelijkse levensverrichtingen waaronder de persoonlijke verzorging en hygiëne en, zo nodig, de verpleegkundige zorg;
e. regieproblemen: beperkingen in het vermogen om een adequaat oordeel te vormen over dagelijks voorkomende situaties op het gebied van sociale redzaamheid, probleemgedrag, psychisch functioneren of geheugen en oriëntatie.
(…)
Besluit langdurige zorg
Artikel 3.2.2, eerste lid
De voorbereiding van een indicatiebesluit omvat in ieder geval een onderzoek van de verzekerde in persoon.