Socialezekerheidsrecht
Te laat beroep ingesteld tegen besluit op bezwaar. Geen verschoonbare termijnoverschrijding.
Centrale Raad van Beroep, 1 oktober 2026
ECLI:NL:CRVB:2026:1276 · Centrale Raad van Beroep · 1 oktober 2026
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/centrale-raad-van-beroep/bestuursrecht/socialezekerheidsrecht/hoger-beroep/ecli-nl-crvb-2026-1276
Zaakgegevens
Op 1 oktober 2026 heeft de Centrale Raad van Beroep in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over socialezekerheidsrecht.
- Instantie
- Centrale Raad van BeroepCentrale Raad van BeroepDe hoogste bestuursrechter voor sociale zekerheid en ambtenarenzaken.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 1 oktober 2026
- Datum publicatie
- 1 oktober 2026
- Zaaknummer
- 25/1182 AOW
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Socialezekerheidsrecht
- Procedure
- Hoger beroepHoger beroepEen hogere rechter behandelt de zaak opnieuw, zowel de feiten als het recht, omdat een partij het niet eens is met de eerste uitspraak.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:CRVB:2026:1276
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Te laat beroep ingesteld tegen besluit op bezwaar. Geen verschoonbare termijnoverschrijding.
Uitspraak
25/1182 AOW
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 8 april 2025, 24/2528 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[appellant] te [woonplaats] (appellant)
de Raad van bestuur van de Sociale Verzekeringsbank (Svb)
Datum uitspraak: 1 oktober 2026
SAMENVATTING
In deze zaak gaat het over de vraag of de rechtbank terecht het beroep van appellant nietontvankelijk heeft verklaard. De Raad komt tot het oordeel dat dit het geval is.
PROCESVERLOOP
Appellant heeft hoger beroep ingesteld. De Svb heeft een verweerschrift ingediend.
De meervoudige kamer heeft de zaak verwezen naar een enkelvoudige kamer.
De Raad heeft de zaak behandeld op een zitting van 20 augustus 2026. Appellant is niet verschenen. De Svb heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. C.A. van der Vlist.
OVERWEGINGEN
Inleiding
1. Bij de beoordeling van het hoger beroep zijn de volgende feiten en omstandigheden van belang.
Met een besluit van 17 december 2020 heeft de Svb aan appellant vanaf 1 november 2019 een AOW-pensioen toegekend met een korting van 34% in verband met, afgerond, 17 niet verzekerde jaren. Tegen dat besluit heeft appellant bezwaar gemaakt.
Met een besluit van 6 april 2022 (bestreden besluit) is het bezwaar van appellant tegen het besluit van 17 december 2020 ongegrond verklaard en is de vaststelling van het AOW-pensioen op 66% van het maximale pensioen gehandhaafd.
Uitspraak van de rechtbank
2. De rechtbank heeft het beroep tegen het bestreden besluit niet-ontvankelijk verklaard wegens termijnoverschrijding.
In de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank de regelgeving over het tijdig indienen van een beroepschrift uitgelegd. Vervolgens heeft de rechtbank vastgesteld dat het bestreden besluit is gedagtekend 6 april 2022 maar dat zij niet heeft kunnen vaststellen dat het besluit daadwerkelijk op die dag is verzonden. Over de brief van 22 januari 2024, waarbij de Svb een kopie van het bestreden besluit aan appellant heeft verzonden, heeft de rechtbank als volgt overwogen. De rechtbank heeft geen aanleiding gezien om aan te nemen dat de op 22 januari 2024 door de Svb verzonden kopie van het bestreden besluit pas na die datum is verzonden, zodat de beroepstermijn eindigde op 4 maart 2024. Het beroepschrift van appellant is op 18 april 2024 ter post is bezorgd en door de rechtbank op 2 mei 2024 ontvangen, zodat het beroep bijna twee maanden na afloop van de beroepstermijn en dus te laat is ingediend. Gevraagd naar de reden van termijnoverschrijding heeft appellant gesteld dat hij brieven pas drie weken later ontvangt en hij in de gevangenis zat.
Met betrekking tot het beroep op de verschoonbare termijnoverschrijding heeft de rechtbank geoordeeld dat de omstandigheid dat de postbezorging met drie weken vertraagd is niet kan leiden tot een verschoonbare termijnoverschrijding. Appellant heeft niet aangegeven op welke datum hij het besluit heeft ontvangen. Zelfs als wordt aangenomen dat dit pas drie weken na de verzending was, dan nog had appellant voldoende tijd om het beroepschrift binnen de daarvoor geldende termijn op de post te doen. Het is niet duidelijk wanneer appellant stelt in de gevangenis te hebben gezeten. Uit de formulering leidt de rechtbank af dat hij in de gevangenis zat toen hem op 14 oktober 2024 gevraagd werd waarom hij te laat beroep had ingesteld. Het beroepschrift is naar het oordeel van de rechtbank dus te laat ingediend zonder dat appellant daarvoor een verschoonbare reden had.
Het standpunt van appellant
3. Appellant is het met de uitspraak van de rechtbank niet eens.
Het oordeel van de Raad
4. De Raad beoordeelt of de rechtbank terecht het beroep tegen het bestreden besluit niet-ontvankelijk heeft verklaard. Hij doet dat aan de hand van de argumenten die appellant in hoger beroep heeft aangevoerd, de beroepsgronden. De Raad komt tot het oordeel dat het hoger beroep niet slaagt.
In hoger beroep heeft appellant toegelicht, zonder begin van onderbouwing, dat hij gedurende vijf dagen in de gevangenis heeft gezeten. Deze termijn laat nog steeds een tijdige ter post bezorging van het beroepschrift toe, zo appellant al bedoeld heeft te stellen dat dit speelde gedurende de beroepstermijn. De rechtbank heeft met juistheid overwogen dat het beroep van appellant tegen het bestreden besluit buiten de wettelijke termijn is ingediend en dat er geen reden is om deze termijnoverschrijding verschoonbaar te achten. De Raad ziet geen aanleiding anders te oordelen dan de rechtbank en onderschrijft de overwegingen waar de rechtbank dit oordeel op baseert. De door appellant aangevoerde redenen zijn onvoldoende om tot het oordeel te komen dat hij redelijkerwijs niet in verzuim is geweest om tijdig beroep in te stellen.
Conclusie en gevolgen
Het hoger beroep slaagt dus niet. De aangevallen uitspraak wordt bevestigd. Dit betekent dat de rechtbank het beroep tegen het bestreden besluit terecht niet-ontvankelijk heeft verklaard en de besluitvorming van de Svb in stand blijft.
5. Omdat het hoger beroep niet slaagt krijgt appellant geen vergoeding voor zijn proceskosten.
BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak.
Deze uitspraak is gedaan door E.E.V. Lenos in tegenwoordigheid van C.C.M. van 't Hol als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 1 oktober 2026.
(getekend) E.E.V. Lenos
(getekend) C.C.M. van 't Hol
DÉCISION
La Centrale Raad van Beroep (Cour d'Appel Centrale) confirme la décision attaquée.
Par conséquent, décidée par le maître E.E.V. Lenos en présence de C.C.M. van ‘t Hol en qualité de greffier, ainsi que prononcée en public, le 1 Octobre 2026.