Socialezekerheidsrecht
Afwijzing verzoek om proceskostenveroordeling. Vastgesteld wordt dat het hoger beroep niet is ingetrokken…
Centrale Raad van Beroep, 12 maart 2026
ECLI:NL:CRVB:2026:309 · Centrale Raad van Beroep · 12 maart 2026
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/centrale-raad-van-beroep/bestuursrecht/socialezekerheidsrecht/hoger-beroep/ecli-nl-crvb-2026-309
Zaakgegevens
Op 12 maart 2026 heeft de Centrale Raad van Beroep in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over socialezekerheidsrecht.
- Instantie
- Centrale Raad van BeroepCentrale Raad van BeroepDe hoogste bestuursrechter voor sociale zekerheid en ambtenarenzaken.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 12 maart 2026
- Datum publicatie
- 13 maart 2026
- Zaaknummer
- 24/1840 JW
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Socialezekerheidsrecht
- Procedure
- Hoger beroepHoger beroepEen hogere rechter behandelt de zaak opnieuw, zowel de feiten als het recht, omdat een partij het niet eens is met de eerste uitspraak.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:CRVB:2026:309
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Afwijzing verzoek om proceskostenveroordeling. Vastgesteld wordt dat het hoger beroep niet is ingetrokken omdat er sprake is van een tegemoetkoming door het bestuursorgaan als bedoeld in de zin van artikel 8:75a, eerste lid, van de Awb.
Uitspraak
Centrale Raad van Beroep
Meervoudige kamer
24/1840 JW
Uitspraak als bedoeld in de artikelen 8:75a en 8:108 van de Algemene wet bestuursrecht in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag van 20 juni 2024, 21/6247 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[appellant] te [woonplaats] (appellant)
het college van burgemeester en wethouders van Den Haag (college)
Datum uitspraak: 12 maart 2026
PROCESVERLOOP
Appellant heeft hoger beroep ingesteld. Mr. R.M. Noorlander, advocaat, heeft namens appellant gronden ingediend. Het college heeft een verweerschrift ingediend.
De Raad heeft de zaak behandeld op een zitting van 18 december 2025, gelijktijdig met de zaken met de nummers 24/1845, 24/1846 en 25/2536 en met het hoger beroep van [naam 1] (in de zaken met de nummers 24/1838 en 24/1839) en van [naam 2] (in de zaken met de nummers 24/1843 en 24/1844). Voor appellant is mr. Noorlander verschenen. Het college heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. C. Mauricio de Oliveira.
Appellant heeft het hoger beroep ter zitting ingetrokken en gelijktijdig aan de Raad verzocht het college te veroordelen in de proceskosten.
OVERWEGINGEN
1. Artikel 8:75a, eerste lid, eerste volzin, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) bepaalt dat in geval van intrekking van het beroep omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoetgekomen, het bestuursorgaan op verzoek van de indiener bij afzonderlijke uitspraak met toepassing van artikel 8:75 van de Awb in de kosten kan worden veroordeeld. Ingevolge artikel 8:108, eerste lid, van de Awb is deze bepaling van overeenkomstige toepassing op het hoger beroep.
2. Vastgesteld wordt dat het hoger beroep niet is ingetrokken omdat er sprake is van een tegemoetkoming door het bestuursorgaan als bedoeld in de zin van artikel 8:75a, eerste lid, van de Awb. Het verzoek om een proceskostenveroordeling wordt dan ook afgewezen.
BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep wijst het verzoek om een proceskostenveroordeling af.
Deze uitspraak is gedaan door C.W.C.A. Bruggeman als voorzitter en K.H. Sanders en B. Serno als leden, in tegenwoordigheid van F.M. Gerritsen als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 12 maart 2026.
(getekend) C.W.C.A. Bruggeman
(getekend) F.M. Gerritsen