Socialezekerheidsrecht

Het hoger beroep van appellant uitsluitend is gericht tegen het oordeel van de rechtbank dat de…

Centrale Raad van Beroep, 15 juli 2026

Zaakgegevens

Op 15 juli 2026 heeft de Centrale Raad van Beroep in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over socialezekerheidsrecht.

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
15 juli 2026
Datum publicatie
27 juli 2026
Zaaknummer
25/1893 WIA-PV
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:CRVB:2026:968
E-mail

Samenvatting

Het hoger beroep van appellant uitsluitend is gericht tegen het oordeel van de rechtbank dat de rechtsgevolgen van het vernietigde bestreden besluit van 11 augustus 2022 in stand blijven. Herhaling gronden. Bevestiging uitspraak rechtbank.

Uitspraak

25/1893 WIA-PV, 25/1921 WIA-PV

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 31 juli 2025, 22/675 en 22/4271 (aangevallen uitspraak)

Partijen:

[appellant] te [woonplaats] , Spanje (appellant)

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv)

Datum uitspraak: 15 juli 2026

Zitting heeft: A.I. van der Kris

Griffier: N. Gios

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 15 juli 2026. Appellant en zijn gemachtigde mr. P. van Wegen zijn niet verschenen. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door R.D. van den Heuvel.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak voor zover aangevochten.

Deze beslissing is uitgesproken in het openbaar. Zij is gebaseerd op de volgende overwegingen.

Vastgesteld wordt dat het hoger beroep van appellant uitsluitend is gericht tegen het oordeel van de rechtbank dat de rechtsgevolgen van het vernietigde bestreden besluit van 11 augustus 2022 in stand blijven.

De gronden die appellant in hoger beroep heeft aangevoerd zijn een herhaling van de gronden die bij de rechtbank zijn aangevoerd. De rechtbank is op deze gronden gemotiveerd ingegaan. Het oordeel en de overwegingen van de rechtbank worden geheel onderschreven.

De Spaanse arts [arts] van het Instituto Nacional de la Seguridad Social heeft appellant op verzoek van het Uwv op 9 maart 2023 op haar spreekuur gezien. Via een E-213 formulier van 13 maart 2023 heeft zij aan het Uwv gerapporteerd. In haar rapport heeft zij de in geding zijnde data van 21 september 2020 en 29 april 2021 weliswaar niet expliciet genoemd, maar zij heeft wel vermeld dat sinds haar vorige rapport over appellant van 19 oktober 2018 de klachten en de beperkingen van appellant niet zijn veranderd. Hieruit volgt dat op de data in geding 21 september 2020 en 29 april 2021, die in de periode 19 oktober 2018 tot 13 maart 2023 vallen, geen sprake was van de door appellant gestelde verslechtering.

Het hoger beroep slaagt dus niet. De aangevallen uitspraak wordt voor zover aangevochten bevestigd.

Appellant krijgt daarom geen vergoeding voor zijn proceskosten. Hij krijgt ook het betaalde griffierecht niet terug.

Waarvan proces-verbaal.

De griffier Het lid van de enkelvoudige kamer

(getekend) N. Gios (getekend) A.I. van der Kris