Bestuursrecht overig

Regeling GLB-inkomenssteun 2006

College van Beroep voor het bedrijfsleven, 7 augustus 2013

Zaakgegevens

Op 7 augustus 2013 heeft het College van Beroep voor het bedrijfsleven in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over bestuursrecht.

Instantie
College van Beroep voor het bedrijfsleven
Zittingsplaats
's-Gravenhage
Datum uitspraak
7 augustus 2013
Datum publicatie
18 september 2013
Zaaknummer
AWB 12/139
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
ECLI
ECLI:NL:CBB:2013:139
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Regeling GLB-inkomenssteun 2006

Uitspraak

beslissing

COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN

zaaknummer: 12/139

5101

Beslissing van de enkelvoudige kamer van 7 augustus 2013 op grond van artikel 8:68 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) tot heropening in de zaak tussen



maatschap [A] en [B], te [vestigingsplaats], appellante


en

de staatssecretaris van Economische Zaken, verweerder

(gemachtigde: drs. M. Star).

Appellante heeft beroep ingesteld tegen verweerders besluit van 23 december 2011 inzake haar bedrijfstoeslag voor het jaar 2010 op grond van de Regeling GLB-inkomenssteun 2006.

Op 26 juni 2013 heeft de enkelvoudige kamer van het College deze zaak ter zitting behandeld.
Verschenen zijn [B] en verweerders gemachtigde. Na de behandeling ter zitting is het onderzoek gesloten.

Het College ziet aanleiding het onderzoek te heropenen en de zaak ter verdere behandeling te verwijzen naar de meervoudige kamer.

Hetgeen aan appellante in deze zaak wordt tegengeworpen is de opgave van een aantal percelen in haar Gecombineerde opgave, die naar verweerders oordeel niet als landbouwgronden beschouwd kunnen worden. Verweerder vindt dat het hier gaat om een opzettelijke onjuiste opgave in drie achtereenvolgende jaren.

Reden voor de verwijzing is dat nader onderzocht en beoordeeld dient te worden of in het hier aan de orde zijnde jaar van een opzettelijk onjuiste opgave gesproken kan worden. Dan rijst vervolgens de vraag of de door verweerder in dit geval aan zijn bevindingen verbonden gevolgen – voor drie jaar op nihilstelling van de uitbetaling – verenigbaar zijn met de terughoudender lijn, die in het kader van de opbouw van de AAN-laag door verweerder gevolgd is en welke consequentie daaraan eventueel voor het hier aan de orde zijnde besluit verbonden kan worden.

Beslissing


Het College:

  • heropent het onderzoek;

  • verwijst de zaak ter behandeling naar een meervoudige kamer;

  • houdt iedere verdere beslissing aan.

Aldus gegeven door mr. W.E. Doolaard, raadsheer, in tegenwoordigheid van mr. E. van Kerkhoven, griffier.

w.g. W.E. Doolaard w.g. E. van Kerkhoven