Bestuursrecht overig
College van Beroep voor het bedrijfsleven · Eerste aanleg - enkelvoudig · Bestuursrecht overig
College van Beroep voor het bedrijfsleven, 5 oktober 2021
ECLI:NL:CBB:2021:913 · College van Beroep voor het bedrijfsleven · 5 oktober 2021
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/college-van-beroep-voor-het-bedrijfsleven/bestuursrecht/bestuursrecht-overig/eerste-aanleg-enkelvoudig/ecli-nl-cbb-2021-913
Zaakgegevens
Op 5 oktober 2021 heeft het College van Beroep voor het bedrijfsleven in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over bestuursrecht.
- Instantie
- College van Beroep voor het bedrijfslevenCollege van Beroep voor het bedrijfslevenDe hoogste bestuursrechter voor economisch bestuursrecht, zoals mededinging, telecom, energie en landbouw.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Den Haag
- Datum uitspraak
- 5 oktober 2021
- Datum publicatie
- 1 oktober 2021
- Zaaknummer
- 19/344R
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Bestuursrecht overig
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudigEnkelvoudige kamerDe zaak is behandeld door één rechter.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:CBB:2021:913
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Rectificatie
Uitspraak
uitspraak
[afbeelding niet beschikbaar] [afbeelding niet beschikbaar]
COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN
zaaknummer: 19/344R
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 5 oktober 2021 tot rectificatie van de uitspraak van 29 juni 2021 in de zaak tussen
[naam maatschap] , te [plaats] , appellante
(gemachtigde: M. van der Kruijt-Bos),
en
de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, verweerder
(gemachtigde: mr. R. Kuiper),
en
de Staat der Nederlanden (de minister van Justitie en Veiligheid), de Staat.
Procesverloop
Het College heeft vastgesteld dat zijn uitspraak van 29 juni 2021 met zaaknummer 19/344 (ECLI:NL:CBB:2021:677) een kennelijke onjuistheid bevat onder het kopje “Beslissing”.
Overwegingen
Onder “Beslissing” heeft het College de Staat veroordeeld tot betaling aan appellante van een immateriële schadevergoeding van € 500,- en verweerder veroordeeld tot betaling aan appellante van een immateriële schadevergoeding van € 1.000,-. De hierin genoemde bedragen zijn kennelijk onjuist. Nu de uitspraak een kennelijke en voor een eenvoudig herstel vatbare onjuistheid bevat, bestaat aanleiding de uitspraak op dit punt te rectificeren.
Het College wijzigt de uitspraak, onder “Beslissing”, als volgt:
(..)
-
veroordeelt de Staat tot betaling aan appellante van een immateriële schadevergoeding van € 1.000,-;
-
veroordeelt verweerder tot betaling aan appellante van een immateriële schadevergoeding van € 500,-;
(..).
Aan deze uitspraak tot rectificatie is een gerectificeerd exemplaar van de oorspronkelijke uitspraak gehecht. De gerectificeerde uitspraak zal worden gepubliceerd op rechtspraak.nl.
Beslissing
Het College rectificeert zijn uitspraak van 29 juni 2021 als in de overwegingen is weergegeven.
Deze uitspraak is gedaan door mr. J.L. Verbeek, in aanwezigheid van mr. A.A. Dijk, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 5 oktober 2021.
De voorzitter en de griffier zijn niet in de gelegenheid deze uitspraak te ondertekenen.