Bestuursrecht overig

College van Beroep voor het bedrijfsleven · Eerste aanleg - enkelvoudig · Bestuursrecht overig

College van Beroep voor het bedrijfsleven, 12 oktober 2021

Zaakgegevens

Op 12 oktober 2021 heeft het College van Beroep voor het bedrijfsleven in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over bestuursrecht.

Instantie
College van Beroep voor het bedrijfsleven
Zittingsplaats
Den Haag
Datum uitspraak
12 oktober 2021
Datum publicatie
7 oktober 2021
Zaaknummer
20/1141
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
ECLI
ECLI:NL:CBB:2021:942
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Tegemoetkoming (TOGS)

Uitspraak

uitspraak

[afbeelding niet beschikbaar] [afbeelding niet beschikbaar]

COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN

zaaknummer: 20/1141

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 12 oktober 2021 in de zaak tussen

[naam maatschap] , te [plaats] , appellante,

en

de minister van Economische Zaken en Klimaat, verweerder

(gemachtigden: mr. S. van Rijn en mr. C. Zieleman).

Procesverloop

Bij besluit van 18 september 2020 (het primaire besluit) heeft verweerder de aanvraag van appellante voor een tegemoetkoming van € 4.000,- op grond van de Beleidsregel tegemoetkoming ondernemers getroffen sectoren COVID-19 (Beleidsregel) afgewezen.

Bij besluit van 10 november 2020 (het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van appellante ongegrond verklaard.

Appellante heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.

Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 30 augustus 2021. Voor appellante is verschenen haar maat, [naam] . Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigden.

Overwegingen

1. Appellante heeft een aanvraag voor een tegemoetkoming op basis van de Beleidsregel ingediend. Verweerder heeft de aanvraag afgewezen, omdat appellante haar aanvraag na afloop van de aanvraagperiode heeft ingediend.

2. Appellante stelt zich op het standpunt dat zij voldoet aan alle voorwaarden uit de Beleidsregel, waardoor zij in aanmerking zou moeten komen voor tegemoetkoming. Appellante voert aan dat zij de aanvraag voor de tegemoetkoming te laat heeft ingediend, omdat zij per abuis niet op de verzendknop heeft gedrukt. Zij was in de veronderstelling dat zij de aanvraag wel had ingevuld. Ter zitting heeft appellante een verklaring van haar boekhouder overgelegd, waaruit blijkt dat deze ook dacht dat de aanvraag volledig was ingevuld en verstuurd. Het feit dat appellante geen ontvangstbevestiging van haar aanvraag ontving, was voor appellante geen aanleiding tot zorgen omdat zij bij het aanvragen van tegemoetkoming op grond van de tijdelijke Noodmaatregel Overbrugging Werkgelegenheid (NOW-regeling) ook geen ontvangstbevestiging had ontvangen. Vanwege drukte op het bedrijf van appellante, het aanpassen van het bedrijf aan de geldende coronamaatregelen en de vakantie van een van haar maten, bleek pas op 26 juni 2020, de laatste dag waarop het indienen van een aanvraag mogelijk was, dat de aanvraag van appellante niet was ontvangen door verweerder. Op 5 augustus 2020 heeft appellante alsnog een aanvraag voor tegemoetkoming ingediend.

3. Op grond van artikel 4, derde lid, van de Beleidsregel kan een aanvraag worden ingediend in de periode van 27 maart 2020 tot en met 26 juni 2020. Niet in geschil is dat de aanvraag na 26 juni 2020 is ingediend. Verweerder heeft de aanvraag van appellante dan ook terecht afgewezen. Er is niet gebleken van bijzondere omstandigheden die een afwijking van de Beleidsregel rechtvaardigen. Het niet tijdig verzenden van de aanvraag voor tegemoetkoming komt voor rekening en risico van appellante. Aan een inhoudelijke beoordeling van de aanvraag wordt dus niet toegekomen.

4. Het beroep is ongegrond. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

Het College verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. A. Venekamp, in aanwezigheid van F.L. van Haeften, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 12 oktober 2021.

De voorzitter is niet in de gelegenheid De griffier is niet in de gelegenheid
deze uitspraak te ondertekenen. deze uitspraak te ondertekenen.