Bestuursrecht overig
Meststoffenwet: artikel 1, eerste lid, aanhef en onderdeel kk en artikel 23, derde en zesde lid. Europees…
College van Beroep voor het bedrijfsleven, 1 februari 2022
ECLI:NL:CBB:2022:56 · College van Beroep voor het bedrijfsleven · 1 februari 2022
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/college-van-beroep-voor-het-bedrijfsleven/bestuursrecht/bestuursrecht-overig/eerste-aanleg-enkelvoudig/ecli-nl-cbb-2022-56
Zaakgegevens
Op 1 februari 2022 heeft het College van Beroep voor het bedrijfsleven in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over bestuursrecht.
- Instantie
- College van Beroep voor het bedrijfslevenCollege van Beroep voor het bedrijfslevenDe hoogste bestuursrechter voor economisch bestuursrecht, zoals mededinging, telecom, energie en landbouw.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Den Haag
- Datum uitspraak
- 1 februari 2022
- Datum publicatie
- 31 januari 2022
- Zaaknummer
- 20/556
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Bestuursrecht overig
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudigEnkelvoudige kamerDe zaak is behandeld door één rechter.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:CBB:2022:56
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Meststoffenwet: artikel 1, eerste lid, aanhef en onderdeel kk en artikel 23, derde en zesde lid.
Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden: artikel 6.
Uitspraak tot vervallenverklaring.
Uitspraak
uitspraak
[afbeelding niet beschikbaar] [afbeelding niet beschikbaar]
COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN
zaaknummer: 20/556
uitspraak tot vervallenverklaring van de uitspraak van de enkelvoudige kamer van
6 juli 2021 in de zaak tussen
Maatschap [naam] , te [plaats] , appellante
(gemachtigde: ing. J. Pot),
en
de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, verweerder
(gemachtigde: mr. T. Meijer).
Procesverloop
Partijen zijn in de gelegenheid gesteld zich uit te laten over het voornemen van het College
om de uitspraak van 6 juli 2021 vervallen te verklaren. Beide partijen hebben op dit voornemen gereageerd.
Overwegingen
Het College heeft bij uitspraak van 6 juli 2021 het fosfaatrecht van appellante abusievelijk vastgesteld op 3.242 kg. Dit is voor het College aanleiding om de uitspraak van 6 juli 2021 vervallen te verklaren.
Beslissing
Het College verklaart zijn uitspraak van 6 juli 2021 (20/556) vervallen.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M. van Duuren, in aanwezigheid van mr. I.S. Post, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 1 februari 2022.
De voorzitter is verhinderd De griffier is verhinderd
de uitspraak te ondertekenen. de uitspraak te ondertekenen.