Bestuursrecht overig
Beroep is niet-ontvankelijk, vanwege het ontbreken van procesbelang. Het geschil tussen partijen is opgelost.
College van Beroep voor het bedrijfsleven, 7 maart 2023
ECLI:NL:CBB:2023:122 · College van Beroep voor het bedrijfsleven · 7 maart 2023
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/college-van-beroep-voor-het-bedrijfsleven/bestuursrecht/bestuursrecht-overig/eerste-aanleg-enkelvoudig/ecli-nl-cbb-2023-122
Zaakgegevens
Op 7 maart 2023 heeft het College van Beroep voor het bedrijfsleven in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over bestuursrecht.
- Instantie
- College van Beroep voor het bedrijfslevenCollege van Beroep voor het bedrijfslevenDe hoogste bestuursrechter voor economisch bestuursrecht, zoals mededinging, telecom, energie en landbouw.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Den Haag
- Datum uitspraak
- 7 maart 2023
- Datum publicatie
- 6 maart 2023
- Zaaknummer
- 21/1493
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Bestuursrecht overig
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudigEnkelvoudige kamerDe zaak is behandeld door één rechter.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:CBB:2023:122
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Beroep is niet-ontvankelijk, vanwege het ontbreken van procesbelang. Het geschil tussen partijen is opgelost.
Uitspraak
uitspraak
[afbeelding niet beschikbaar] [afbeelding niet beschikbaar]
COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN
zaaknummer: 21/1493
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 7 maart 2023 in de zaak tussen
V.O.F. [naam], te [plaats] , appellante (de onderneming)
en
de minister van Economische Zaken en Klimaat, verweerder (de minister)
(gemachtigde: mr. M. van den Brink).
Procesverloop
Met het besluit van 9 april 2021 (het subsidiebesluit) heeft verweerder de aanvraag van de onderneming op grond van de Regeling subsidie financiering vaste lasten MKB COVID-19 voor de periode januari tot en met maart 2021 (TVL Q1 2021) afgewezen.
Met het besluit van 23 november 2021 (het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van de onderneming gegrond verklaard en een voorlopig subsidiebedrag toegekend van € [… 1] .
Appellante heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.
Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.
Het College heeft de behandeling van de zaak op een zitting gepland op 31 oktober 2022. Beide partijen hebben het College van te voren laten weten niet aanwezig te zullen zijn op de zitting.
Overwegingen
1. De onderneming heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit, omdat volgens haar ten onrechte geen rekening is gehouden met de ingediende suppletieaangifte van 10 augustus 2021.
2. De minister heeft in het (op 21 oktober 2022 ontvangen) verweerschrift vermeld dat de subsidie voor Q1 2021 is vastgesteld met een besluit van 14 juni 2022 en dat daarbij rekening is gehouden met de suppletieaangifte van 10 augustus 2021. De onderneming ontvangt alsnog een subsidie van € [… 2] .
3. Na ontvangst van het verweerschrift is er meermalen telefonisch contact geweest tussen het College en de onderneming. Tijdens die gesprekken erkende de onderneming dat het geschil over Q1 2021 is opgelost en kondigde zij aan het beroep in te zullen trekken. Tot op heden heeft de onderneming het beroep niet ingetrokken. Daarom doet het College nu alsnog uitspraak op het beroep.
4. Aangezien het geschil tussen partijen over Q1 2021 is opgelost, hoeft er geen inhoudelijke beoordeling van het geschil meer plaats te vinden. In juridische termen betekent dit dat het beroep niet-ontvankelijk is, omdat er geen procesbelang meer is.
Beslissing
Het College verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. J.L. Verbeek, in aanwezigheid van mr. L.N. Foppen, als griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 7 maart 2023.
w.g. J.L. Verbeek w.g. L.N. Foppen