Bestuursrecht overig
Art. 8:54a Awb: In deze uitspraak verwijst het College de rechtstreekse beroepen van de onderneming terug om…
College van Beroep voor het bedrijfsleven, 5 september 2023
ECLI:NL:CBB:2023:470 · College van Beroep voor het bedrijfsleven · 5 september 2023
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/college-van-beroep-voor-het-bedrijfsleven/bestuursrecht/bestuursrecht-overig/eerste-aanleg-enkelvoudig/ecli-nl-cbb-2023-470
Zaakgegevens
Op 5 september 2023 heeft het College van Beroep voor het bedrijfsleven in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over bestuursrecht.
- Instantie
- College van Beroep voor het bedrijfslevenCollege van Beroep voor het bedrijfslevenDe hoogste bestuursrechter voor economisch bestuursrecht, zoals mededinging, telecom, energie en landbouw.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Den Haag
- Datum uitspraak
- 5 september 2023
- Datum publicatie
- 1 september 2023
- Zaaknummer
- 23/1626, 23/1627 en 23/1628
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Bestuursrecht overig
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudigEnkelvoudige kamerDe zaak is behandeld door één rechter.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:CBB:2023:470
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Art. 8:54a Awb: In deze uitspraak verwijst het College de rechtstreekse beroepen van de onderneming terug om door de minister te worden behandeld als bezwaren.
Uitspraak
uitspraak
[afbeelding niet beschikbaar] [afbeelding niet beschikbaar]
COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN
zaaknummers: 23/1626, 23/1627 en 23/1628
uitspraak zonder zitting van de enkelvoudige kamer van 5 september 2023 in de zaken tussen
[naam 1] B.V. en [naam 2], te [plaats] , de onderneming,
en
de minister van Landbouw, natuur en Voedselkwaliteit.
Samenvatting
In deze uitspraak verwijst het College de rechtstreekse beroepen van de onderneming terug om door de minister te worden behandeld als bezwaren.
Beoordeling
1. Het College doet op basis van artikel 8:54a van de Algemene wet bestuursrecht uitspraak zonder zitting, omdat verweerder ten onrechte heeft ingestemd met de verzoeken om rechtstreeks beroep van de onderneming.
2.
De onderneming heeft bezwaar gemaakt tegen besluiten van de minister van 1 maart 2023, 15 mei 2023 en 23 mei 2023. Daarbij heeft de onderneming de minister gevraagd in te stemmen met rechtstreeks beroep bij het College. De minister heeft daarmee ingestemd. Hierdoor zijn de bezwaren beroepen geworden.
3. Bij uitspraak van 10 augustus 2023 heeft de voorzieningenrechter uitspraak gedaan op het verzoek om een voorlopige voorziening gericht tegen het besluit van 23 mei 2023, waarbij de onderneming tijdelijk is gesloten. Dit besluit is geschorst.
4. Mede gelet op de uitspraak van de voorzieningenrechter is het niet aangewezen dat de bezwaarfase in de onderhavige rechtstreekse beroepen wordt overgeslagen. Gelet op de grieven van de onderneming tegen de hiervoor genoemde besluiten en het oordeel van de voorzieningenrechter betekent de bezwaarfase geen herhaling van zetten. Het College is van oordeel dat deze zaken zich niet lenen voor rechtstreeks beroep. De minister heeft daarom ten onrechte ingestemd met de verzoeken om rechtstreeks beroep
5. Dit betekent dat de minister de oorspronkelijke bezwaarschriften, die door het rechtstreekse beroep beroepschriften zijn geworden, alsnog als bezwaarschriften moet behandelen.
Conclusie
6. De beroepschriften worden terugverwezen om behandeld te worden als bezwaarschriften.
Beslissing
Het College bepaalt dat de minister de beroepschriften behandeld als bezwaarschriften.
Deze uitspraak is gedaan door mr. T. Pavicevic, in aanwezigheid van E.A. van der Meel, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 5 september 2023.
w.g. T. Pavicevic w.g. E.A. van der Meel
Afschrift verzonden aan partijen op: