Bestuursrecht overig
De minister heeft de subsidieaanvraag terecht afgewezen. De minister heeft eerder subsidie verstrekt voor…
College van Beroep voor het bedrijfsleven, 19 december 2023
ECLI:NL:CBB:2023:715 · College van Beroep voor het bedrijfsleven · 19 december 2023
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/college-van-beroep-voor-het-bedrijfsleven/bestuursrecht/bestuursrecht-overig/eerste-aanleg-enkelvoudig/ecli-nl-cbb-2023-715
Zaakgegevens
Op 19 december 2023 heeft het College van Beroep voor het bedrijfsleven in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over bestuursrecht.
- Instantie
- College van Beroep voor het bedrijfslevenCollege van Beroep voor het bedrijfslevenDe hoogste bestuursrechter voor economisch bestuursrecht, zoals mededinging, telecom, energie en landbouw.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Den Haag
- Datum uitspraak
- 19 december 2023
- Datum publicatie
- 13 december 2023
- Zaaknummer
- 23/739
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Bestuursrecht overig
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudigEnkelvoudige kamerDe zaak is behandeld door één rechter.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:CBB:2023:715
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
De minister heeft de subsidieaanvraag terecht afgewezen. De minister heeft eerder subsidie verstrekt voor isolatiemaatregelen aangebracht in de woning.
Uitspraak
uitspraak
[afbeelding niet beschikbaar] [afbeelding niet beschikbaar]
COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN
zaaknummer: 23/739
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 19 december 2023 in de zaak tussen
[naam] , te [plaats]
en
de minister voor Klimaat en Energie
(gemachtigde: mr. M. Zweers)
Procesverloop
Met het besluit van 22 december 2022 heeft de minister de aanvraag van [naam] om subsidie op grond van titel 4.5 van de Regeling nationale EZK- en LNV-subsidies (Regeling) voor dak- en gevelisolatie afgewezen.
Met het besluit van 27 februari 2023 (het bestreden besluit) heeft de minister het bezwaar van [naam] ongegrond verklaard.
[naam] heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.
De minister heeft een verweerschrift ingediend.
De zitting was op 4 december 2023. Aan de zitting hebben [naam] en de gemachtigde van de minister deelgenomen.
Overwegingen
1. [naam] heeft twee subsidieaanvragen ingediend voor het aanbrengen van dak- en gevelisolatie: de eerste op 7 mei 2022 en de tweede op 17 oktober 2022. De minister heeft naar aanleiding van de eerste aanvraag op 31 mei 2022 subsidie voor dak- en gevelisolatie verstrekt. De minister heeft de tweede subsidieaanvraag afgewezen, omdat hij al eerder subsidie heeft verstrekt voor dak- en gevelisolatie aangebracht in dezelfde woning.
2 [naam] voert aan dat hij niet eerder subsidie heeft aangevraagd voor deze woning. [naam] is de eigenaar van twee woningen die elk een eigen huisnummer hebben in de Basisregistratie Kadaster (BRK). De eerste aanvraag zag op huisnummer 9 en de tweede aanvraag op huisnummer 7. Hiermee had de minister rekening moeten houden.
Artikel 4.5.2., derde lid, van de Regeling bepaalt – kort gezegd – dat de subsidie voor energiebesparende isolatiemaatregelen aan de eigenaar-bewoner wordt verstrekt voor de aanschaf en het laten aanbrengen van isolatiemateriaal in de koopwoning. De eigenaar-bewoner is, voor zover hier van belang, de natuurlijke persoon die een woning in eigendom heeft waarin hij zijn hoofdverblijf heeft (artikel 4.5.1. van de Regeling). Artikel 4.5.9., eerste lid, aanhef en onder a, van de Regeling bepaalt dat de minister de subsidieaanvraag afwijst als voor een investering in een zelfde type energiebesparende isolatiemaatregel eerder subsidie is verstrekt.
Zoals op de zitting duidelijk is geworden zien beide subsidieaanvragen op dezelfde woning waar [naam] zijn hoofdverblijf heeft. Dat het voorheen twee afzonderlijke woningen waren die nog altijd onder twee huisnummers in de BRK geregistreerd zijn, is hier niet relevant. Omdat de tweede aanvraag betrekking heeft op een zelfde type isolatiemaatregelen aangebracht in een woning waarvoor de minister eerder al subsidie heeft verstrekt, heeft de minister de subsidieaanvraag terecht afgewezen.
4 Het beroep is ongegrond. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Beslissing
Het College verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. A. Venekamp, in aanwezigheid van mr. M. Ettema, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 19 december 2023.
w.g. A. Venekamp w.g. M. Ettema