Bestuursrecht overig
De minister heeft het bezwaar van de ondernemer terecht niet-ontvankelijk verklaard, omdat de ondernemer geen…
College van Beroep voor het bedrijfsleven, 25 maart 2024
ECLI:NL:CBB:2024:283 · College van Beroep voor het bedrijfsleven · 25 maart 2024
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/college-van-beroep-voor-het-bedrijfsleven/bestuursrecht/bestuursrecht-overig/eerste-aanleg-enkelvoudig/ecli-nl-cbb-2024-283
Zaakgegevens
Op 25 maart 2024 heeft het College van Beroep voor het bedrijfsleven in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over bestuursrecht.
- Instantie
- College van Beroep voor het bedrijfslevenCollege van Beroep voor het bedrijfslevenDe hoogste bestuursrechter voor economisch bestuursrecht, zoals mededinging, telecom, energie en landbouw.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Den Haag
- Datum uitspraak
- 25 maart 2024
- Datum publicatie
- 18 april 2024
- Zaaknummer
- 23/1354
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Bestuursrecht overig
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudigEnkelvoudige kamerDe zaak is behandeld door één rechter.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:CBB:2024:283
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
De minister heeft het bezwaar van de ondernemer terecht niet-ontvankelijk verklaard, omdat de ondernemer geen reden heeft gegeven voor de te laten indiening van het bezwaar.
Uitspraak
proces-verbaal uitspraak
[afbeelding niet beschikbaar] [afbeelding niet beschikbaar]
COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN
zaaknummer: 23/1354
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van 25 maart 2024
Raadsheer: mr. B. Bastein
Griffier: mr. F. Willems
Partijen
[naam 1] , handelend onder de naam [naam 2], te [plaats] (ondernemer),
en
de minister van Economische Zaken en Klimaat, vertegenwoordigd door mr. H.G.M. Wammes
Beslissing
Het College verklaart het beroep ongegrond.
Overwegingen
1. De minister heeft met het besluit van 22 mei 2023 het bezwaar van de ondernemer tegen het besluit van 11 oktober 2022 niet-ontvankelijk verklaard, omdat het bezwaar te laat is ingediend.
2 De ondernemer heeft zowel in bezwaar als in beroep geen reden gegeven voor de te late indiening van het bezwaar. De minister heeft daarom het bezwaar terecht niet-ontvankelijk verklaard.
w.g. B. Bastein w.g. F. Willems