Bestuursrecht overig
Verzet ongegrond. Betrokkene is kenbaar gemaakt waar, hoe en binnen welke termijn beroep ingesteld kon…
College van Beroep voor het bedrijfsleven, 30 september 2025
ECLI:NL:CBB:2025:538 · College van Beroep voor het bedrijfsleven · 30 september 2025
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/college-van-beroep-voor-het-bedrijfsleven/bestuursrecht/bestuursrecht-overig/eerste-aanleg-enkelvoudig/ecli-nl-cbb-2025-538
Zaakgegevens
Op 30 september 2025 heeft het College van Beroep voor het bedrijfsleven in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over bestuursrecht.
- Instantie
- College van Beroep voor het bedrijfslevenCollege van Beroep voor het bedrijfslevenDe hoogste bestuursrechter voor economisch bestuursrecht, zoals mededinging, telecom, energie en landbouw.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Den Haag
- Datum uitspraak
- 30 september 2025
- Datum publicatie
- 29 september 2025
- Zaaknummer
- 23/1696
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Bestuursrecht overig
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudigEnkelvoudige kamerDe zaak is behandeld door één rechter.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:CBB:2025:538
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Verzet ongegrond. Betrokkene is kenbaar gemaakt waar, hoe en binnen welke termijn beroep ingesteld kon worden. Geen omstandigheden die maken dat de termijnoverschrijding verschoonbaar is.
Uitspraak
uitspraak
[afbeelding niet beschikbaar] [afbeelding niet beschikbaar]
COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN
zaaknummer: 23/1696
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 30 september 2025 op het verzet van
[naam] , te [woonplaats] (betrokkene)
en
de minister van Klimaat en Energie
Procesverloop
De onderneming heeft verzet gedaan tegen de uitspraak van het College met toepassing van artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht, dus zonder zitting, van 14 mei 2024.
De zitting was op 4 september 2025. Aan de zitting heeft betrokkene deelgenomen.
Overwegingen
1. Met de uitspraak van 14 mei 2024 heeft het College het beroep van betrokkene tegen het besluit van de minister van 13 juni 2023 niet-ontvankelijk verklaard. Het College heeft in zijn uitspraak overwogen dat het beroepschrift niet tijdig is ingediend en dat de termijnoverschrijding niet verschoonbaar is.
2 Betrokkene heeft in verzet aangevoerd dat is verzuimd haar kenbaar te maken via welke weg en bij welke instantie zij beroep in kon stellen tegen het besluit waarmee zij het niet eens was. Bovendien vindt betrokkene het niet juist dat de minister de termijn waarin een besluit zou moeten worden genomen, verlengd heeft en dat betrokkene daarna tegengeworpen wordt dat zij een termijn overschreden heeft. Betrokkene verzoekt het College rekening te houden met de menselijke maat en haar positie van een digitaal minder vaardige burger op leeftijd.
3 Het College heeft in de uitspraak van 14 mei 2024 voor het beoordelingskader verwezen naar de uitspraak van het College van 30 januari 2024 (ECLI:NL:CBB:2024:31) en geoordeeld dat de termijnoverschrijding bij het indienen van het beroepschrift aan betrokkene kan worden toegerekend. Daartoe heeft het College overwogen dat onder het besluit van 13 juni 2023 duidelijk vermeld stond dat zij binnen zes weken beroep kon instellen bij het College van Beroep voor het bedrijfsleven. Van omstandigheden die maken dat betrokkene in de onmogelijkheid verkeerde om tijdig een beroepschrift in te dienen, is dan ook niet gebleken.
4 Ook in verzet is niet gebleken van omstandigheden die maken dat de overschrijding van de beroepstermijn niet aan betrokkene kan worden toegerekend. Zoals in de onder 3 genoemde uitspraak van het College van 30 januari 2024 is overwogen, moet bij de beoordeling van de verschoonbaarheid in de eerste plaats rekening worden gehouden met persoonlijke omstandigheden aan de zijde van de indiener zelf. De uitspraak noemt als voorbeeld psychisch onvermogen, ernstige ziekte of ongeval van de indiener of ziekte of overlijden van een naaste en daarmee gepaard gaande zorgtaken. Ten tweede kan worden gedacht aan externe omstandigheden die voor overbelasting of stress bij de indiener zorgen, zoals een natuurramp, een besmettelijke dierziekte op het bedrijf of een brand in een woning of een bedrijfspand. Verder is in die uitspraak overwogen dat het bestaande wettelijk kader een minder strikte benadering maar zeer beperkt toelaat. Dit kan alleen maar als redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat de indiener in verzuim is geweest. In het geval van betrokkene is dat naar het oordeel van het College niet aan de orde.
5 Wat betrokkene in verzet heeft aangevoerd, leidt dan ook niet tot het oordeel dat de uitspraak van 14 mei 2024 niet juist is. Het verzet is daarom ongegrond. Dit betekent dat de zaak met deze uitspraak is geëindigd.
Beslissing
Het College verklaart het verzet ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. D. Brugman, in aanwezigheid van J.R. Willemstein, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 30 september 2025.
w.g. D. Brugman w.g. J.R. Willemstein