Bestuursrecht overig

Subsidie voor warmtepomp afgewezen. De investering is gedaan voordat de aanvraag is ingediend.

College van Beroep voor het bedrijfsleven, 12 december 2025

Zaakgegevens

Op 12 december 2025 heeft het College van Beroep voor het bedrijfsleven in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over bestuursrecht.

Instantie
College van Beroep voor het bedrijfsleven
Zittingsplaats
Den Haag
Datum uitspraak
12 december 2025
Datum publicatie
16 december 2025
Zaaknummer
24/599
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
ECLI
ECLI:NL:CBB:2025:674
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Subsidie voor warmtepomp afgewezen. De investering is gedaan voordat de aanvraag is ingediend.

Uitspraak

proces-verbaal uitspraak

[afbeelding niet beschikbaar] [afbeelding niet beschikbaar]

COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN

zaaknummer: 24/599

proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige van 12 december 2025


Voorzitter: mr. B. Bastein

Griffier: mr. D. de Vries

Partijen

Parochie [naam] , te [woonplaats]

en

de minister van Klimaat en Groene Groei, vertegenwoordigd door mr. M.J. Schulte

Beslissing

Het College verklaart het beroep ongegrond.

Overwegingen

1. De minister heeft de aanvraag van de parochie voor subsidie voor een warmtepomp terecht afgewezen, omdat de warmtepomp is aangeschaft vóórdat de subsidieaanvraag is ingediend. Daardoor is niet voldaan aan het vereiste van stimulerend effect.

2 Het gaat om een investeringssubsidie duurzame energie en energiebesparing (ISDE) op grond van titel 4.5 van de Regeling nationale EZK-en LNV-subsidies (Regeling). In de Regeling is bepaald dat de aanvraag moet worden ingediend voordat de investering is gedaan. Dat is niet gebeurd. De parochie valt niet onder de in de Regeling genoemde uitzondering voor eigenaar-bewoners. Dat de parochie zich naar eigen zeggen door de subsidie wel gestimuleerd heeft gevoeld, maakt niet dat voldaan is aan het vereiste in de Regeling.

3 Verder is niet gebleken van bijzondere omstandigheden die maken dat toepassing van de Regeling zozeer in strijd komt met het evenredigheidsbeginsel dat die toepassing achterwege moet blijven.

w.g. mr. B. Bastein w.g. mr. D. de Vries