Bestuursrecht overig

Subsidieaanvraag voor dak- gevel- glas- en vloerisolatie deels afgewezen. Het afgewezen deel ziet op isolatie…

College van Beroep voor het bedrijfsleven, 12 december 2025

Zaakgegevens

Op 12 december 2025 heeft het College van Beroep voor het bedrijfsleven in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over bestuursrecht.

Instantie
College van Beroep voor het bedrijfsleven
Zittingsplaats
Den Haag
Datum uitspraak
12 december 2025
Datum publicatie
16 december 2025
Zaaknummer
24/513
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
ECLI
ECLI:NL:CBB:2025:675
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Subsidieaanvraag voor dak- gevel- glas- en vloerisolatie deels afgewezen. Het afgewezen deel ziet op isolatie die is aangebracht in het achterhuis. Het achterhuis was voor de renovatie een stal. Daardoor behoort het niet tot de thermische schil van de woning.

Uitspraak

proces-verbaal uitspraak

[afbeelding niet beschikbaar] [afbeelding niet beschikbaar]

COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN

zaaknummer: 24/513

proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige van 12 december 2025


Voorzitter: mr. B. Bastein

Griffier: mr. D. de Vries

Partijen

[naam] , te [woonplaats]

en

de minister van Klimaat en Groene Groei, vertegenwoordigd door mr. M.J. Schulte

Beslissing

Het College verklaart het beroep ongegrond.

Overwegingen

1. [naam] heeft subsidie aangevraagd voor dak- gevel, glas- en vloerisolatie. Zij is het niet eens met de gedeeltelijke afwijzing van haar aanvraag.

2 Het gaat om een investeringssubsidie duurzame energie en energiebesparing (ISDE) op grond van titel 4.5 van de Regeling nationale EZK-en LNV-subsidies. Het afgewezen deel van de subsidieaanvraag ziet op isolatie die is aangebracht in het achterhuis. Het achterhuis was voor de renovatie een stal. Daardoor behoort het niet tot de thermische schil van de woning. Dat in de stal een toilet en een wasbak zijn geplaatst, maakt dat niet anders. De minister heeft daarom het deel van de aanvraag dat ziet op de voormalige stal, terecht afgewezen.

3 Verder is niet gebleken van bijzondere omstandigheden die maken dat toepassing van de Regeling zozeer in strijd komt met het evenredigheidsbeginsel dat die toepassing achterwege moet blijven.

w.g. mr. B. Bastein w.g. mr. D. de Vries