Bestuursrecht overig

Subsidie voor glasisolatie en isolerende deur afgewezen. Aanvraag voor glas niet binnen 2 jaar na het…

College van Beroep voor het bedrijfsleven, 12 december 2025

Zaakgegevens

Op 12 december 2025 heeft het College van Beroep voor het bedrijfsleven in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over bestuursrecht.

Instantie
College van Beroep voor het bedrijfsleven
Zittingsplaats
Den Haag
Datum uitspraak
12 december 2025
Datum publicatie
16 december 2025
Zaaknummer
24/612
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
ECLI
ECLI:NL:CBB:2025:678
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Subsidie voor glasisolatie en isolerende deur afgewezen. Aanvraag voor glas niet binnen 2 jaar na het aanbrengen van het isolatiemateriaal ingediend. De oppervlakte van de deur is te klein om daarvoor subsidie te krijgen.

Uitspraak

proces-verbaal uitspraak

[afbeelding niet beschikbaar] [afbeelding niet beschikbaar]

COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN

zaaknummer: 24/612

proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige van 12 december 2025


Voorzitter: mr. B. Bastein

Griffier: mr. D. de Vries

Partijen

[naam] , te [woonplaats]

en

de minister van Klimaat en Groene Groei, vertegenwoordigd door mr. M.J. Schulte

Beslissing

Het College verklaart het beroep ongegrond.

Overwegingen

1. [naam] heeft op 26 maart 2024 subsidie aangevraagd voor glasisolatie en een isolerende deur. Het gaat om een investeringssubsidie duurzame energie en energiebesparing (ISDE) op grond van titel 4.5 van de Regeling nationale EZK-en LNV-subsidies (Regeling).

2 De minister heeft de aanvraag terecht afgewezen. In de Regeling staat dat een aanvraag binnen twee jaar na het aanbrengen van isolatiemateriaal moet worden ingediend. Dat heeft [naam] niet gedaan. Daarom komt de glasisolatie niet voor subsidie in aanmerking. Dat [naam] de factuur niet op tijd had, is geen omstandigheid waarmee de minister rekening behoefde houden. De oppervlakte van de deur is te klein om daarvoor subsidie te krijgen.

3 Verder is niet gebleken van bijzondere omstandigheden die maken dat toepassing van de Regeling zozeer in strijd komt met het evenredigheidsbeginsel dat die toepassing achterwege moet blijven.

w.g. mr. B. Bastein w.g. mr. D. de Vries