Bestuursrecht overig
De minister heeft de subsidie voor de warmtepomp terecht op nihil vastgesteld omdat niet is voldaan aan het…
College van Beroep voor het bedrijfsleven, 16 april 2026
ECLI:NL:CBB:2026:196 · College van Beroep voor het bedrijfsleven · 16 april 2026
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/college-van-beroep-voor-het-bedrijfsleven/bestuursrecht/bestuursrecht-overig/eerste-aanleg-enkelvoudig/ecli-nl-cbb-2026-196
Zaakgegevens
Op 16 april 2026 heeft het College van Beroep voor het bedrijfsleven in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over bestuursrecht.
- Instantie
- College van Beroep voor het bedrijfslevenCollege van Beroep voor het bedrijfslevenDe hoogste bestuursrechter voor economisch bestuursrecht, zoals mededinging, telecom, energie en landbouw.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Den Haag
- Datum uitspraak
- 16 april 2026
- Datum publicatie
- 29 april 2026
- Zaaknummer
- 25/580
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Bestuursrecht overig
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudigEnkelvoudige kamerDe zaak is behandeld door één rechter.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:CBB:2026:196
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
De minister heeft de subsidie voor de warmtepomp terecht op nihil vastgesteld omdat niet is voldaan aan het vereiste dat nog geen aankoopverplichting mag zijn aangegaan vóór de indiening van de subsidieaanvraag. Beroep op het gelijkheidsbeginsel slaagt niet. Beroep ongegrond.
Uitspraak
proces-verbaal uitspraak
COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN
zaaknummer: 25/580
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van 16 april 2026
Voorzitter: mr. M.J. Jacobs
Griffier: mr. H. Caglayankaya
Partijen
[naam] , te [woonplaats]
en
de minister van Klimaat en Groene Groei, vertegenwoordigd door mr. M.J. Schulte
Beslissing
Het College verklaart het beroep ongegrond.
Overwegingen
1. [naam] heeft op 9 mei 2024 via het aanvraagsysteem van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland subsidie aangevraagd voor een warmtepomp, die ook is verleend. De minister heeft de subsidie vervolgens op € 0,- vastgesteld omdat de aanschaf van de warmtepomp had plaatsgevonden voordat de subsidie was aangevraagd.
2 Uit het bij de vaststellingsaanvraag gevoegde betaalbewijs blijkt dat [naam] de warmtepomp al op 8 april 2024, dus vóór de indiening van de subsidieaanvraag, heeft aangeschaft. Dat betekent dat niet is voldaan aan het vereiste dat nog geen aankoopverplichting mag zijn aangegaan vóór de indiening van de subsidieaanvraag (zie artikel 22, eerste lid, aanhef en onder c, van het Kaderbesluit nationale EZK- en LNV-subsidies). [naam] heeft zijn stelling dat hij de subsidieaanvraag op 6 maart 2024 heeft ingediend en dat er op die datum een storing in het aanvraagsysteem is geweest waardoor deze niet door de minister is ontvangen, niet aannemelijk gemaakt. Het beroep van [naam] op het gelijkheidsbeginsel slaagt ook niet. De vergelijking die hij maakt met particuliere aanvragers gaat niet op omdat hij een zakelijke aanvrager is.
3 De minister heeft de subsidie dan ook terecht op € 0,- vastgesteld. Omdat het beroep ongegrond is hoeft de minister geen proceskosten te vergoeden.
w.g. M.J. Jacobs w.g. H. Caglayankaya