Bestuursrecht overig

Mondelinge uitspraak. Last onder dwangsom. Zonder vergunning taxivervoer aanbieden op de Amsterdamse…

College van Beroep voor het bedrijfsleven, 7 mei 2026

Zaakgegevens

Op 7 mei 2026 heeft het College van Beroep voor het bedrijfsleven in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over bestuursrecht.

Instantie
College van Beroep voor het bedrijfsleven
Zittingsplaats
Den Haag
Datum uitspraak
7 mei 2026
Datum publicatie
29 mei 2026
Zaaknummer
25/546
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
ECLI
ECLI:NL:CBB:2026:231
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Mondelinge uitspraak. Last onder dwangsom. Zonder vergunning taxivervoer aanbieden op de Amsterdamse opstapmarkt. Beroep ongegrond.

Uitspraak

proces-verbaal uitspraak

COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN

zaaknummer: 25/546

proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van 7 mei 2026


Voorzitter: mr. D. Brugman

Griffier: A.T.C. Verhoeve

Partijen

[naam] , te [woonplaats] , waarvoor aanwezig is mr. M.L. Koper

en

het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam (college van b en w), vertegenwoordigd door mr. M. ten Doesschate

Beslissing

Het College verklaart het beroep ongegrond.

Overwegingen

1. Naar het oordeel van het College staat vast dat [naam] artikel 2.3, eerste lid, van de Taxiverordening Amsterdam 2012 heeft overtreden. Het College neemt daarbij het op ambtseed opgemaakt en ondertekend rapport van de toezichthouder als uitgangspunt. Volgens de rechtspraak van het College mag in beginsel worden afgaan op de juistheid van een dergelijk rapport. Het College heeft geen aanleiding om twijfelen aan de bevindingen van de toezichthouder.

2 [naam] heeft, nadat hij door de toezichthouder is aangesproken, via de app Dispatch een opdracht voor een taxirit ontvangen. [naam] heeft verklaard dat hij die opdracht eerder via een telefoongesprek heeft gekregen, maar hij heeft daar geen bewijs van geleverd. Het College kan er daarom niet van uitgaan dat het is gegaan zoals [naam] heeft verklaard.

3 De opgelegde last onder dwangsom (€ 5.550,- per nieuwe overtreding, met een maximum van € 27.750,-) is in overeenstemming met het beleid van de gemeente. Het College ziet geen reden waarom dat beleid onredelijk is. In wat [naam] heeft aangevoerd ziet het College verder onvoldoende concrete aanknopingspunten om te oordelen dat het bedrag van de last onder dwangsom in dit geval te hoog is.

4 Het college van b en w hoeft geen proceskosten te vergoeden.

w.g. D. Brugman w.g. A.T.C. Verhoeve

Zie bijvoorbeeld de uitspraak van 19 december 2023 (ECLI:NL:CBB:2023:736, onder 4.2).