Bestuursrecht overig

Mondeling uitspraak. De subsidie is terecht vastgesteld op nihil. Niet voldaan aan het vereiste van…

College van Beroep voor het bedrijfsleven, 15 juni 2026

Zaakgegevens

Op 15 juni 2026 heeft het College van Beroep voor het bedrijfsleven in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over bestuursrecht.

Instantie
College van Beroep voor het bedrijfsleven
Zittingsplaats
Den Haag
Datum uitspraak
15 juni 2026
Datum publicatie
3 juli 2026
Zaaknummer
25/402
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
ECLI
ECLI:NL:CBB:2026:307
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Mondeling uitspraak. De subsidie is terecht vastgesteld op nihil. Niet voldaan aan het vereiste van stimulerend effect. De aankoop van de warmtepomp ging vooraf aan de subsidieaanvraag. Beroep ongegrond.

Uitspraak

proces-verbaal uitspraak

COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN

zaaknummer: 25/402

proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van 15 juni 2026


Voorzitter: mr. A. van Gijzen

Griffier: R. Hosseinollahi

Partijen

[naam 1] , te [vestigingsplaats] (onderneming), waarvoor is verschenen [naam 2]

en

de minister van Klimaat en Groene Groei, vertegenwoordigd door mr. M.J. Schulte

Beslissing

Het College verklaart het beroep ongegrond.

Overwegingen

1. De onderneming heeft bij de subsidieaanvraag onjuiste informatie verstrekt. De aankoop van de warmtepomp ging namelijk vooraf aan de aanvraag. Als de onderneming wel de juiste informatie had verstrekt, dan had de minister geen subsidie verleend. De minister was daarom bevoegd om de subsidie op nihil vast te stellen.

2 De onderneming heeft naar voren gebracht dat de minister geen gebruik mocht maken van die bevoegdheid, maar dat gaat hier niet op. Er bestaat geen recht op subsidie als niet is voldaan aan het vereiste van het stimulerend effect. Het gaat hier om een dwingende bepaling van het Europese staatssteunkader. Als de onderneming anders had gehandeld en de aankoop van de warmtepomp na de subsidieaanvraag had gedaan, had zij wel aanspraak op de subsidie kunnen maken. Er is geen sprake van een onevenwichtig besluit.

3 De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.

w.g. A. van Gijzen w.g. R. Hosseinollahi

Artikel 22, eerste lid, aanhef en onder c, van het Kaderbesluit nationale EZK- en LNV-subsidies.