Bestuursrecht overig
Uit artikel 23, aanhef en onder a, van het Kaderbesluit volgt dat voldoende vertrouwen moet bestaan dat de…
College van Beroep voor het bedrijfsleven, 23 juli 2026
ECLI:NL:CBB:2026:375 · College van Beroep voor het bedrijfsleven · 23 juli 2026
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/college-van-beroep-voor-het-bedrijfsleven/bestuursrecht/bestuursrecht-overig/eerste-aanleg-enkelvoudig/ecli-nl-cbb-2026-375
Zaakgegevens
Op 23 juli 2026 heeft het College van Beroep voor het bedrijfsleven in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over bestuursrecht.
- Instantie
- College van Beroep voor het bedrijfslevenCollege van Beroep voor het bedrijfslevenDe hoogste bestuursrechter voor economisch bestuursrecht, zoals mededinging, telecom, energie en landbouw.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Den Haag
- Datum uitspraak
- 23 juli 2026
- Datum publicatie
- 13 augustus 2026
- Zaaknummer
- 25/500
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Bestuursrecht overig
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudigEnkelvoudige kamerDe zaak is behandeld door één rechter.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:CBB:2026:375
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Uit artikel 23, aanhef en onder a, van het Kaderbesluit volgt dat voldoende vertrouwen moet bestaan dat de onderneming de activiteiten kan financieren. Het is dus aan de onderneming om dit aannemelijk te maken. De staatssecretaris is terecht tot de conclusie gekomen dat de Elweco-Medo daar niet in is geslaagd. De stukken die Elweco-Medo ter onderbouwing van de financiering heeft overgelegd, zijn daarvoor niet voldoende.
Uitspraak
proces-verbaal uitspraak
COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN
zaaknummer: 25/500
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van
23 juli 2026
Voorzitter: mr. B. Bastein
Griffier: A.T.C. Verhoeve
Partijen
Elweco-Medo B.V., te Laren, waarvoor onder meer aanwezig zijn [naam 1] en [naam 2]
en
de staatssecretaris (voorheen de minister) van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur
(gemachtigde: N. Adams)
Beslissing
Het College verklaart het beroep ongegrond.
Overwegingen
1. De staatssecretaris heeft de aanvraag van Elweco-Medo voor subsidie voor een investering bestemd voor de inrichting van een hoogwaardige mestverwerkingsinstallatie als bedoeld in titel 2.18 van de Regeling nationale EZK- en LNV-subsidies terecht afgewezen op grond van artikel 23, aanhef en onder a van het Kaderbesluit nationale EZK- en LNV-subsidies (Kaderbesluit), omdat er onvoldoende vertrouwen bestaat in de financiering van het investeringsproject.
2. Zoals het College eerder heeft geoordeeld, behoort het tot de verantwoordelijkheid van de aanvrager om een juiste en volledige subsidieaanvraag in te dienen (zie bijvoorbeeld de uitspraak van 27 januari 2026 (ECLI:NL:CBB:2026:19)). Uit artikel 23, aanhef en onder a, van het Kaderbesluit volgt dat voldoende vertrouwen moet bestaan dat de onderneming de activiteiten kan financieren. Het is dus aan de onderneming om dit aannemelijk te maken. De staatssecretaris is terecht tot de conclusie gekomen dat de Elweco-Medo daar niet in is geslaagd. De stukken die Elweco-Medo ter onderbouwing van de financiering heeft overgelegd, zijn daarvoor niet voldoende. De staatssecretaris heeft zich verder terecht op het standpunt gesteld dat de tendersystematiek tot gevolg heeft dat een ingediende subsidieaanvraag niet meer kan worden aangevuld. De staatssecretaris heeft dus terecht geen rekening gehouden met de nadere onderbouwing van de financiering die Elweco-Medo in bezwaar heeft ingebracht.
De griffier is verhinderd deze
uitspraak te ondertekenen.
w.g. B. Bastein A.T.C. Verhoeve