Bestuursrecht overig

Art. 8:55 Awb: Verzet ongegrond

College van Beroep voor het bedrijfsleven, 13 oktober 2026

Zaakgegevens

Op 13 oktober 2026 heeft het College van Beroep voor het bedrijfsleven in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over bestuursrecht.

Instantie
College van Beroep voor het bedrijfsleven
Zittingsplaats
Den Haag
Datum uitspraak
13 oktober 2026
Datum publicatie
9 oktober 2026
Zaaknummer
25/736
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
ECLI
ECLI:NL:CBB:2026:493
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Art. 8:55 Awb: Verzet ongegrond

Uitspraak

uitspraak

[afbeelding niet beschikbaar] [afbeelding niet beschikbaar]

COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN

zaaknummer: 25/736

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 13 oktober 2026 op het verzet van

[naam] , te [woonplaats]

Procesverloop

[naam] heeft verzet gedaan tegen de uitspraak van het College met toepassing van artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb), dus zonder zitting, van 3 maart 2026.

De zitting was op 8 oktober 2026. Hierop zijn beide partijen niet verschenen.

Overwegingen

1. Met het besluit van 7 juli 2025 heeft het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam beslist op het bezwaar van [naam] en het bezwaar ongegrond verklaard. Met de uitspraak van 3 maart 2026 heeft het College het daartegen ingestelde beroep

niet-ontvankelijk verklaard omdat het griffierecht niet (tijdig) is voldaan.

2 In het verzetschrift van 24 maart 2026 heeft [naam] aangegeven dat hij bereid is om het griffierecht alsnog te betalen en dat hij de gelegenheid wil krijgen om zijn verhaal nader toe te lichten.

3 Het College heeft op de behandeling ter zitting vastgesteld dat op 4 oktober 2026 het griffierecht nog niet was betaald. Hoewel daartoe in de gelegenheid te zijn gesteld heeft [naam] in verzet geen nadere toelichting gegeven waarom hij het griffierecht, ondanks zijn kennelijke bereidwilligheid hiertoe, niet voldaan heeft. Het College stelt dan ook vast dat het griffierecht niet (tijdig) is voldaan. Er is ook in verzet geen aanwijzing dat [naam] niet in verzuim is geweest.

4 De conclusie is dat het beroep terecht niet-ontvankelijk is verklaard, zodat de uitspraak van 3 maart 2026 juist is. Het verzet zal daarom ongegrond worden verklaard. Dit betekent dat het beroep van [naam] niet inhoudelijk wordt behandeld en de zaak met deze uitspraak is geëindigd.

5 Het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam hoeft geen proceskosten te vergoeden.

Beslissing

Het College verklaart het verzet ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. M.J. Jacobs, in aanwezigheid van E.A. van der Meel, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 13 oktober 2026.

w.g. M.J. Jacobs w.g. E.A. van der Meel