Bestuursrecht overig
De Regeling verlenging en digitalisering commerciële radio-omroep (middengolf en niet-landelijke FM) bevat…
College van Beroep voor het bedrijfsleven, 13 december 2013
ECLI:NL:CBB:2013:277 · College van Beroep voor het bedrijfsleven · 13 december 2013
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/college-van-beroep-voor-het-bedrijfsleven/bestuursrecht/bestuursrecht-overig/hoger-beroep/ecli-nl-cbb-2013-277
Zaakgegevens
Op 13 december 2013 heeft het College van Beroep voor het bedrijfsleven in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over bestuursrecht.
- Instantie
- College van Beroep voor het bedrijfslevenCollege van Beroep voor het bedrijfslevenDe hoogste bestuursrechter voor economisch bestuursrecht, zoals mededinging, telecom, energie en landbouw.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- 's-Gravenhage
- Datum uitspraak
- 13 december 2013
- Datum publicatie
- 18 december 2013
- Zaaknummer
- AWB 13/443
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Bestuursrecht overig
- Procedure
- Hoger beroepHoger beroepEen hogere rechter behandelt de zaak opnieuw, zowel de feiten als het recht, omdat een partij het niet eens is met de eerste uitspraak.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:CBB:2013:277
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
De Regeling verlenging en digitalisering commerciële radio-omroep (middengolf en niet-landelijke FM) bevat algemeen verbindende voorschriften waartegen ingevolge de Algemene wet bestuursrecht geen rechtsmiddelen openstaan.
Procesgang
College van Beroep voor het bedrijfsleven · 13 december 2013deze uitspraak
ECLI:NL:CBB:2013:277
Uitspraak · 2013
ECLI:NL:RBROT:2013:149Overig
Uitspraak
uitspraak
COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN
zaaknummer: 13/443
15311
Uitspraak van de meervoudige kamer van 13 december 2013 op het hoger beroep van:
Quality RTV B.V., te Utrecht, appellante
(gemachtigde: mr. H.W.J. Lambers),
tegen de uitspraak van de rechtbank Rotterdam (de rechtbank) van 8 mei 2013 (ECLI:NL:RBROT:2013:3149; de aangevallen uitspraak) in het geding tussen appellante
en
de Minister van Economische Zaken (de minister)
(gemachtigde: mr. E.P. Koorstra).
1 Het procesverloop in hoger beroep
Appellante heeft bij brief van 18 juni 2013 hoger beroep ingesteld.
De minister heeft een verweerschrift ingediend.
Met toestemming van partijen is het onderzoek ter zitting achterwege gebleven. Op 5 december 2013 heeft het College het onderzoek gesloten.
2 De grondslag van het geschil
Voor een uitgebreide weergave van het verloop van de procedure, het wettelijk kader en de in dit geding van belang zijnde feiten en omstandigheden, voor zover niet bestreden, wordt verwezen naar de aangevallen uitspraak. Het College volstaat met het volgende.
Op 7 juni 2011 is de Regeling verlenging en digitalisering commerciële radio-oproep (middengolf en niet-landelijke FM) (de Regeling) in werking getreden. Het door appellante tegen de Regeling ingediende bezwaar is door de minister bij besluit van 3 november 2011 (het besluit) niet-ontvankelijk verklaard. Tegen dit besluit was het beroep van appellante bij de rechtbank gericht.
3 De uitspraak van de rechtbank
De rechtbank heeft het beroep van appellante tegen het besluit ongegrond verklaard.
4 De standpunten van partijen in hoger beroep
Appellante heeft aangevoerd dat het bezwaar tegen de Regeling ten onrechte niet-ontvankelijk is verklaard. Het hoger beroep dient louter ter bewaring van de rechten van appellante, om te voorkomen dat de Regeling jegens haar formele rechtskracht zou krijgen als gevolg van het onbenut laten van een rechtsmiddel.
De minister betoogt dat de Regeling als een algemeen verbindend voorschrift heeft te gelden.
5 De beoordeling van het geschil in hoger beroep
Appellante komt in hoger beroep enkel op tegen het oordeel van de rechtbank dat de minister het bezwaar van appellante tegen de Regeling terecht niet-ontvankelijk heeft verklaard.
De Regeling bevat naar het oordeel van het College zelfstandige normstellingen die gelden voor alle verkrijgers of houders van de bestaande middengolfvergunningen en niet-landelijke FM-vergunningen die worden verlengd respectievelijk worden verleend met toepassing van de Regeling. De Regeling heeft externe werking en richt zich in beginsel tot een onbeperkte groep van rechtssubjecten waardoor zij geschikt is voor herhaalde toepassing. Daarbij bevat de Regeling algemene regels die verder strekken dan het bepalen van de werkingssfeer van al bestaande algemeen verbindende normen. Met de rechtbank is het College van oordeel dat de Regeling dan ook algemeen verbindende voorschriften bevat. Artikel 8:3, eerste lid, aanhef en onder a, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) sluit beroep tegen een dergelijk besluit uit. De rechtbank heeft met toepassing van artikel 8:2, eerste lid, aanhef en onder a, Awb (oud) het beroep van appellante terecht ongegrond verklaard.
Het hoger beroep faalt en de aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd.
Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
6 De beslissing
Het College bevestigt de aangevallen uitspraak, voor zover aangevochten.
Deze uitspraak is gedaan door mr. R.C. Stam, mr. E.R. Eggeraat en mr. M. van Duuren, in aanwezigheid van mr. G.D. Kleijne, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 9 december 2013.
w.g. R.C. Stam w.g. G.D. Kleijne