Bestuursrecht overig
Varkens op transport. Boete wegens gebruik van vervoersmiddel op zodanig wijze dat dit letsel of onnodig…
College van Beroep voor het bedrijfsleven, 9 december 2025
ECLI:NL:CBB:2025:687 · College van Beroep voor het bedrijfsleven · 9 december 2025
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/college-van-beroep-voor-het-bedrijfsleven/bestuursrecht/bestuursrecht-overig/hoger-beroep/ecli-nl-cbb-2025-687
Zaakgegevens
Op 9 december 2025 heeft het College van Beroep voor het bedrijfsleven in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over bestuursrecht.
- Instantie
- College van Beroep voor het bedrijfslevenCollege van Beroep voor het bedrijfslevenDe hoogste bestuursrechter voor economisch bestuursrecht, zoals mededinging, telecom, energie en landbouw.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Den Haag
- Datum uitspraak
- 9 december 2025
- Datum publicatie
- 6 januari 2026
- Zaaknummer
- 23/1903
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Bestuursrecht overig
- Procedure
- Hoger beroepHoger beroepEen hogere rechter behandelt de zaak opnieuw, zowel de feiten als het recht, omdat een partij het niet eens is met de eerste uitspraak.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:CBB:2025:687
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Varkens op transport. Boete wegens gebruik van vervoersmiddel op zodanig wijze dat dit letsel of onnodig lijden oplevert, Verordening EG 1/2005 (transportverordening).
Procesgang
Rechtbank Rotterdam · 12 oktober 2023
ECLI:NL:RBROT:2023:9459College van Beroep voor het bedrijfsleven · 9 december 2025deze uitspraak
ECLI:NL:CBB:2025:687
Overig
Uitspraak
proces-verbaal uitspraak
[afbeelding niet beschikbaar] [afbeelding niet beschikbaar]
COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN
zaaknummer: 23/1903
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van 9 december 2025
Voorzitter: mr. W.J.A.M. van Brussel
Griffier: mr. E.M.M.A. Driessen
Zittingsgriffier: J. Bustin
Partijen
[de vervoerder] B.V., te [woonplaats] ( [de vervoerder] ), waarvoor geen aanwezigen op de zitting zijn verschenen.
en
de minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur (minister), vertegenwoordigd door mr. M.M. de Vries en mr. J. Knols
Beslissing
Het College bevestigt de aangevallen uitspraak.
Overwegingen
1. Op 3 juni 2022 heeft de minister [de vervoerder] een boete opgelegd van € 1.500,- (boetebesluit) omdat vervoermiddelen, containers en toebehoren niet zodanig zijn ontworpen en geconstrueerd, en op zodanige wijze zijn onderhouden en gebruikt dat letsel en onnodig lijden van de dieren voorkomen wordt en hun veiligheid gegarandeerd is.
Volgens de minister heeft [de vervoerder] daarmee een overtreding begaan van artikel 6.2, eerste lid, van de Wet dieren, gelezen in samenhang met artikel 4.8, van de Regeling houders van dieren, en gelezen in samenhang met artikel 3, aanhef en onder c, en artikel 6, derde lid en bijlage I, hoofdstuk II, paragraaf 1, 1.1, aanhef en onder a, van Verordening (EG) nr. 1/2005 van de Raad van 22 december 2004 inzake de bescherming van dieren tijdens het vervoer en daarmee samenhangende activiteiten (Transportverordening).
Met het besluit van 16 november 2022 (bestreden besluit), waartegen het beroep bij de rechtbank was gericht, heeft de minister het bezwaar van [de vervoerder] tegen het boetebesluit ongegrond verklaard en de boete gehandhaafd. In hetzelfde besluit heeft de minister het bezwaar van [de vervoerder] tegen de waarschuwing voor het verscherpt toezicht niet-ontvankelijk verklaard.
De rechtbank heeft het beroep van [de vervoerder] op 12 oktober 2023 ongegrond verklaard (ECLI:NL:RBROT:2023:9459). Tegen de aangevallen uitspraak heeft [de vervoerder] hoger beroep ingesteld.
2 De aangevallen uitspraak wordt bevestigd. Het hoger beroep slaagt dus niet. De redenen hiervoor zijn als volgt.
De waarschuwing verscherpt toezicht is, anders dan [de vervoerder] betoogt, geen besluit. Het oordeel van de rechtbank daarover is juist.
Er zijn geen verklaringen van medewerkers of vertegenwoordigers van [de vervoerder] gebruikt voor het bewijs. De beroepsgrond dat verklaringen niet mogen worden gebruikt omdat geen cautie is gegeven en niet is gewezen op het recht op rechtsbijstand, faalt daarom al.
De overtreding bestaat eruit dat een vervoermiddel niet op zodanige wijze is gebruikt dat letsel en pijn bij de dieren is voorkomen. Of de hekjes al tijdens het vervoer openstonden is niet van belang. De toezichthouder heeft vastgesteld dat varkens die in het vervoermiddel aanwezig waren, gewond zijn geraakt door een openstaand hekje. Of dit tijdens het vervoer is gebeurd of na aankomst bij de slachterij, doet niet ter zake.
Het tijdsverloop tussen de dag van de overtreding en de datum van de boetebeschikking is geen grond voor matiging van de boete. Ook de geringe overschrijding van de redelijke termijn met twee dagen is in dit geval geen aanleiding om de boete te verlagen. Omdat het om een geringe boete gaat en een geringe overschrijding van de redelijke termijn, is het niet aannemelijk dat sprake is geweest van spanning en frustratie bij [de vervoerder] door langdurige onzekerheid over de uitkomst van de procedure.
w.g. W.J.A.M. van Brussel w.g. E.M.M.A. Driessen