Bestuursrecht overig

Afwijzing openbaarmakingsverzoeken. Artikelen 7 en 12w van de Iw. De ACM heeft erkend dat zij wat betreft 25…

College van Beroep voor het bedrijfsleven, 27 oktober 2026

Zaakgegevens

Op 27 oktober 2026 heeft het College van Beroep voor het bedrijfsleven in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over bestuursrecht.

Instantie
College van Beroep voor het bedrijfsleven
Zittingsplaats
Den Haag
Datum uitspraak
27 oktober 2026
Datum publicatie
26 oktober 2026
Zaaknummer
25/212
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:CBB:2026:507
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Afwijzing openbaarmakingsverzoeken. Artikelen 7 en 12w van de Iw. De ACM heeft erkend dat zij wat betreft 25 e-mails te lichtvaardig heeft geconcludeerd dat openbaarmaking daarvan in strijd is of zou kunnen komen met het doel van het aan haar opgedragen toezicht en de oorspronkelijke zoekslag te beperkt is geweest. De ACM heeft tot 1 februari 2027 voor een (her)beoordeling en het nemen van een nieuwe beslissing op bezwaar. Het College kan in dit stadium geen inhoudelijk oordeel geven over de hogerberoepsgronden.

Procesgang

  1. Rechtbank Rotterdam · 23 januari 2025

    ECLI:NL:RBROT:2025:864
  2. College van Beroep voor het bedrijfsleven · 27 oktober 2026deze uitspraak

    ECLI:NL:CBB:2026:507

    Overig

Uitspraak

uitspraak

COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN

zaaknummer: 25/212

uitspraak van de meervoudige kamer van 27 oktober 2026 op het hoger beroep van

[naam 1] , te [woonplaats] ( [naam 1] )

(gemachtigden: mr. B.J.H. Braeken en mr. D.M.A. van den Berg)

tegen de uitspraak van de rechtbank Rotterdam van 23 januari 2025, kenmerk 24/1525, in het geding tussen

[naam 1]


en

de Autoriteit Consument & Markt (ACM)

(gemachtigden: mr. [naam 2] en mr. [naam 3] )

Procesverloop in hoger beroep

[naam 1] heeft hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank Rotterdam van 23 januari 2025 (ECLI:NL:RBROT:2025:864).

De ACM heeft een schriftelijke uiteenzetting over de zaak gegeven.

De zitting was op 14 september 2026. Aan de zitting hebben deelgenomen: de gemachtigden van partijen, en voor [naam 1] tevens mr. [naam 4] .

De ACM heeft het College verzocht dat uitsluitend het College kennis zal mogen nemen van de stukken waarvan de ACM openbaarmaking heeft geweigerd. Omdat het hoger beroep juist betrekking heeft op de afwijzing van de ACM om deze stukken te verstrekken of daarover informatie te geven, is het College ervan uitgegaan dat de verzochte beperking van de kennisneming gerechtvaardigd is en heeft het geen afzonderlijke beslissing genomen op het verzoek. [naam 1] heeft het College toestemming verleend om mede op grondslag van die stukken uitspraak te doen.

Inleiding

1.1

[naam 1] heeft op 27 juli 2023 twee verzoeken om openbaarmaking bij de ACM ingediend (openbaarmakingsverzoeken).

1.2

Met twee besluiten van 6 september 2023 (afwijzingsbesluiten) heeft de ACM die verzoeken afgewezen op grond van de artikelen 7, eerste lid, en 12w, eerste en vierde lid, van de Instellingswet Autoriteit Consument en Markt (Iw) in combinatie met artikel 12u, vierde lid, van de Iw.

1.3

Met de beslissing op bezwaar van 10 januari 2024 (beslissing op bezwaar), waartegen het beroep bij de rechtbank was gericht, heeft de ACM de bezwaren van [naam 1] tegen de afwijzingsbesluiten ongegrond verklaard. Dat betreft volgens de inventarislijst bij de beslissing op bezwaar 100 e-mails en één brief. Openbaarmaking van de e-mails met als afzender de Algemene Nederlandse Vereniging van Reisondernemingen (ANVR) of de Consumentenbond heeft de ACM afgewezen op grond van artikel 7 van de Iw, evenals de brief van de ANVR aan de ACM. Openbaarmaking van haar eigen e-mails heeft de ACM afgewezen op grond van artikel 12w, vierde lid, van de Iw, in samenhang gelezen met artikel 12u, vierde lid, van de Iw. Volgens de ACM zijn de vertrouwelijke documenten vervaardigd in het kader van het toezicht, zoals dat in artikel 8.7 en 8.8 van de Wet handhaving consumentenbescherming aan haar is opgedragen. Openbaarmaking van die documenten kan volgens de ACM ertoe leiden dat marktpartijen zich terughoudend(er) zullen opstellen bij het uitwisselen van informatie in het kader van dat toezicht, omdat die informatie mogelijk voor een ieder openbaar wordt. Volgens de ACM schaadt dat het doel en de effectiviteit van haar toezicht.

1.4

Het College heeft op 17 augustus 2026 aan partijen een brief gestuurd met onder meer kritische vragen aan de ACM over de ruime uitleg die zij geeft aan artikel 12w van de Iw. Deze vragen waren ingegeven door de keuze van de ACM om openbaarmaking van alle
e-mails waarvan zij de afzender is af te wijzen op grond van artikel 12w van de Iw en haar standpunt dat zij die e-mails niet openbaar mag maken als daarin informatie is opgenomen die door haar verkregen gegevens of inlichtingen in de zin van artikel 7, eerste lid, van de Iw bevat of daarop voortbouwt.

1.5

Op 10 september 2026 heeft de ACM bericht dat zij, mede naar aanleiding van die vragen, tot de conclusie is gekomen dat zij 25 e-mails toch openbaar kan maken. Daarnaast bleek de zoekslag niet volledig te zijn geweest, reden waarom zij een begin heeft gemaakt met een nieuwe zoekslag. Daarbij heeft de ACM al documenten gevonden die relevant zijn voor de openbaarmakingsverzoeken, maar deze nieuwe zoekslag is nog niet volledig uitgevoerd.

Uitspraak van de rechtbank

2 De rechtbank heeft het beroep van [naam 1] ongegrond verklaard. De rechtbank is van oordeel dat de ACM de afwijzing van de openbaarmakingsverzoeken voldoende heeft gemotiveerd en dat de ACM de door [naam 1] gevraagde informatie niet openbaar hoeft te maken.

Wettelijk kader

3 Het toepasselijke wettelijke kader is opgenomen in een bijlage bij deze uitspraak.

Beoordeling van het hoger beroep

4 [naam 1] betoogt, kort samengevat, dat de ACM per passage van ieder document had moeten motiveren waarom openbaarmaking in strijd is of zou kunnen komen met het doel van het aan haar opgedragen toezicht. [naam 1] betoogt verder dat de rechtbank ten onrechte voorbij is gegaan aan de bredere reikwijdte van haar tweede openbaarmakingsverzoek. Het is volgens [naam 1] aannemelijk dat het ook om andere documenten dan e-mails tussen de ACM, ANVR en Consumentenbond moet gaan.

5 De ACM heeft op de zitting toegelicht dat de beslissing op bezwaar voor vernietiging in aanmerking komt, omdat zij wat betreft 25 e-mails te lichtvaardig heeft geconcludeerd dat openbaarmaking daarvan in strijd is of zou kunnen komen met het doel van het aan haar opgedragen toezicht en de oorspronkelijke zoekslag te beperkt is geweest. Met een nieuwe zoekslag heeft de ACM al een aantal nieuwe relevante documenten gevonden, maar zij weet nog niet of er nog meer documenten in beeld zullen komen. De ACM gaat zowel de eerder gevonden (75) e-mails en de brief, als de nieuw gevonden documenten en mogelijk nog te vinden documenten, mede in het licht van de in de brief van 17 augustus 2026 gestelde vragen, (her)beoordelen en een nieuwe beslissing op bezwaar nemen. De ACM is bereid om na de zitting in samenspraak met [naam 1] de nieuwe zoekslag verder in te vullen. Op de zitting heeft de ACM aangegeven nog vier maanden nodig te hebben voor die zoekslag en het nemen van een nieuwe beslissing op bezwaar.

6 Omdat de ACM de onrechtmatigheid van de beslissing op bezwaar heeft erkend, slaagt het hoger beroep. Het College kan, nu niet duidelijk is wat de nieuwe zoekslag aan documenten heeft opgeleverd en nog zal opleveren, in dit stadium geen inhoudelijk oordeel geven over de hogerberoepsgronden en de standpunten die partijen hebben ingenomen over de uitleg van de artikelen 7 en 12w van de Iw en de motivering van de ACM. Het College zal daarom de uitspraak van de rechtbank vernietigen en, doende wat de rechtbank had behoren te doen, het beroep tegen de beslissing op bezwaar gegrond verklaren, de beslissing op bezwaar vernietigen en de ACM opdragen uiterlijk op 1 februari 2027 een nieuwe beslissing op het bezwaar van [naam 1] te nemen met inachtneming van de afspraken die partijen op de zitting hebben gemaakt en bepalen dat tegen dit besluit slechts bij het College beroep kan worden ingesteld.

7 Het College veroordeelt de ACM in de door [naam 1] gemaakte proceskosten in beroep en hoger beroep. Deze kosten stelt het College op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 3.736,- (1 punt voor het indienen van het beroepschrift, 1 punt voor het verschijnen op de zitting bij de rechtbank, 1 punt voor het indienen van het hoger beroepschrift, 1 punt voor het verschijnen op de zitting bij het College; waarde per punt € 934,- en wegingsfactor 1).

Beslissing

Het College:

  • vernietigt de uitspraak van de rechtbank;

  • verklaart het beroep gegrond en vernietigt de beslissing op bezwaar;

  • bepaalt dat de ACM uiterlijk op 1 februari 2027 een nieuwe beslissing op het bezwaar van [naam 1] neemt met inachtneming van de afspraken die partijen op de zitting hebben gemaakt;

  • bepaalt dat hiertegen slechts bij het College beroep kan worden ingesteld;

  • draagt de ACM op het betaalde griffierecht van in totaal € 950,- (€ 371,- in beroep en € 579,- in hoger beroep) aan [naam 1] te vergoeden;

  • veroordeelt de ACM in de proceskosten van [naam 1] tot een bedrag van € 3.736,-.

Deze uitspraak is gedaan door mr. A. Venekamp, mr. R.C. Stam en mr. M.P. Glerum, in aanwezigheid van mr. N.A. van Opbergen, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 27 oktober 2026.

w.g. A. Venekamp w.g. N.A. van Opbergen

Bijlage

Instellingswet Autoriteit Consument en Markt (Iw)

Artikel 2

(…)
2 De Autoriteit Consument en Markt is belast met de taken die haar bij of krachtens de wet zijn opgedragen.

(…)

5 De werkzaamheden van de Autoriteit Consument en Markt hebben tot doel het bevorderen van goed functionerende markten, van ordelijke en transparante marktprocessen en van een zorgvuldige behandeling van consumenten. Daaronder wordt verstaan het bewaken, bevorderen en beschermen van een effectieve mededinging en gelijke concurrentievoorwaarden op markten en het wegnemen van belemmeringen daarvoor.
(…)

Artikel 7

1. Gegevens of inlichtingen welke in verband met enige werkzaamheid ten behoeve van de uitvoering van een taak als bedoeld in artikel 2, tweede lid, zijn verkregen mogen uitsluitend worden gebruikt voor zover dat noodzakelijk is voor de uitvoering van die taak of van enige andere taak als bedoeld in artikel 2, tweede lid.
(…)

Artikel 12u

(…)

4 Indien de openbaarmaking van de beschikking naar het oordeel van de Autoriteit Consument en Markt in strijd is of zou kunnen komen met het doel van het aan de Autoriteit Consument en Markt opgedragen toezicht op de naleving, blijft openbaarmaking achterwege.

(…)

Artikel 12w

1. De Autoriteit Consument en Markt kan (…) openbaar maken (…) documenten die door haar of in haar opdracht zijn vervaardigd voor de uitvoering van de aan haar bij of krachtens de wet opgedragen taken.

(…)

3 Artikel 12u, tweede en derde lid, is van overeenkomstige toepassing indien de Autoriteit Consument en Markt op grond van het eerste lid besluit tot openbaarmaking van een besluit.

4 Artikel 12u, vierde lid, is van overeenkomstige toepassing.

5 Eenieder kan verzoeken om toepassing van het eerste lid. Het verzoek wordt toegewezen, voor zover het tweede of het vierde lid hieraan niet in de weg staan.

(…)