Bestuursrecht overig
Appellante heeft er voor gekozen om alle rechtsmiddelen uit te putten, zodat zij na een jaar opnieuw een…
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba, 8 mei 2017
ECLI:NL:OGHACMB:2017:84 · Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba · 8 mei 2017
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/gemeenschappelijk-hof-van-justitie-van-aruba-curacao-sint-maarten-en-van-bonaire-sint-eustatius-en-saba/bestuursrecht/bestuursrecht-overig/hoger-beroep/ecli-nl-oghacmb-2017-84
Zaakgegevens
Op 8 mei 2017 heeft het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over bestuursrecht.
- Datum uitspraak
- 8 mei 2017
- Datum publicatie
- 5 september 2017
- Zaaknummer
- HLAR 80234/16 en 80235/16
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Bestuursrecht overig
- Procedure
- Hoger beroepHoger beroepEen hogere rechter behandelt de zaak opnieuw, zowel de feiten als het recht, omdat een partij het niet eens is met de eerste uitspraak.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:OGHACMB:2017:84
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Appellante heeft er voor gekozen om alle rechtsmiddelen uit te putten, zodat zij na een jaar opnieuw een aanvraag voor een tewerkstellingsvergunning voor de vreemdelingen in kwestie kan indienen.
Uitspraak
HLAR 80234/16 en 80235/16
Datum uitspraak: 8 mei 2017
gemeenschappelijk hof van jusTitie
van aruba, CURAÇAO, SINT MAARTEN
EN VAN BONAIRE, SINT EUSTATIUS EN SABA
Uitspraak op de hoger beroepen van:
De naamloze vennootschap Checkmate Security Services N.V., gevestigd in Sint Maarten, appellante,
tegen de onderscheiden uitspraken van het Gerecht in eerste aanleg van Sint Maarten van 27 juni 2016 in zaken nrs. 51/2016 en 52/2016, in de gedingen tussen:
appellante
en
de minister van Volksgezondheid, Sociale Ontwikkeling en Arbeid.
Procesverloop
Bij onderscheiden beschikkingen van 7 augustus 2015 en 27 oktober 2015 heeft de minister aanvragen van appellante om verlening van een tewerkstellingsvergunning voor twee vreemdelingen afgewezen.
Bij onderscheiden beschikkingen van 12 april 2016 heeft de minister het door appellante daartegen gemaakte bezwaar niet-ontvankelijk verklaard.
Bij onderscheiden uitspraken van 27 juni 2016 heeft het Gerecht het door appellante daartegen ingestelde beroep ongegrond verklaard.
Tegen deze uitspraken heeft appellante hoger beroep ingesteld.
Het Hof heeft de zaak ter zitting behandeld op 27 maart 2017, waar appellante, vertegenwoordigd door mr. B.B. Brooks, advocaat en de minister, vertegenwoordigd door mr. A.O. Muller, advocaat, zijn verschenen.
Overwegingen
Voor de tekst van de relevante wettelijke bepalingen wordt verwezen naar de bijlage bij deze uitspraak.
Appellante betoogt dat ingevolge artikel 3, zevende lid, van het Landsbesluit houdende algemene maatregelen ter uitvoering van de Landsverordening arbeid vreemdelingen, na een afwijzing een binnen een termijn van drie jaar ingediende opvolgende aanvraag niet in behandeling wordt genomen, indien met betrekking tot de eerdere aanvraag niet alle rechtsmiddelen zijn uitgeput. De termijn bedraagt een jaar indien met betrekking tot de eerdere aanvraag alle rechtsmiddelen zijn uitgeput. Omdat appellante de termijn van drie jaar niet wenst af te wachten, is er voor gekozen om alle rechtsmiddelen uit te putten, zodat zij na een jaar opnieuw een aanvraag voor de vreemdelingen in kwestie kan indienen.
Dit betoog in hoger beroep richt zich niet tegen de aangevallen uitspraken en leidt derhalve niet tot vernietiging daarvan.
3. Het hoger beroep is ongegrond. De aangevallen uitspraken dienen te worden bevestigd.
4. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
5. Beslissing
Het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba:
bevestigt de aangevallen uitspraken.
Aldus vastgesteld door mr. E.J. van der Poel, voorzitter, en mr. J.Th. Drop en mr. H.G. Lubberdink, leden, in tegenwoordigheid van mr. M.J.C. Beerse, griffier.
|
w.g. Van der Poel voorzitter |
w.g. Beerse griffier |
Uitgesproken in het openbaar op 8 mei 2017
Verzonden: 8 mei 2017
BIJLAGE
Landsbesluit houdende algemene maatregelen ter uitvoering van de Landsverordening arbeid vreemdelingen
Artikel 3
7. Een aanvraag wordt evenmin in behandeling genomen indien het een vreemdeling betreft ten aanzien van wie eerder tewerkstellingsvergunning was aangevraagd doch geweigerd, tenzij een bepaalde tijd verlopen is nadat de eerdere aanvraag was afgewezen. Die bepaalde tijd bedraagt een jaar indien met betrekking tot de eerdere aanvraag alle rechtsmiddelen zijn uitgeput. Die bepaalde tijd bedraagt drie jaar indien met betrekking tot de eerdere aanvraag alle rechtsmiddelen niet zijn uitgeput.