Arbeidsrecht
redenen voor ontslag formele relatie: CUR202004054
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba, 12 januari 2021
ECLI:NL:OGHACMB:2021:256 · Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba · 12 januari 2021
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/gemeenschappelijk-hof-van-justitie-van-aruba-curacao-sint-maarten-en-van-bonaire-sint-eustatius-en-saba/civiel-recht/arbeidsrecht/hoger-beroep/ecli-nl-oghacmb-2021-256
Zaakgegevens
Op 12 januari 2021 heeft het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over arbeidsrecht.
- Datum uitspraak
- 12 januari 2021
- Datum publicatie
- 26 augustus 2021
- Zaaknummer
- CUR2018H00441
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Arbeidsrecht
- Procedure
- Hoger beroepHoger beroepEen hogere rechter behandelt de zaak opnieuw, zowel de feiten als het recht, omdat een partij het niet eens is met de eerste uitspraak.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:OGHACMB:2021:256
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
redenen voor ontslag
formele relatie: CUR202004054
Uitspraak
BURGERLIJKE ZAKEN 2021 BESCHIKKING NO.
Registratienr.: CUR2018H00441
Uitspraak: 12 januari 2021 (bij vervroeging)
GEMEENSCHAPPELIJK HOF VAN JUSTITIE VAN
ARUBA, CURAÇAO, SINT MAARTEN EN VAN
BONAIRE, SINT EUSTATIUS EN SABA
Beschikking in de zaak van:
In de zaak van:
1 [APPELLANT 1],
2. [APPELLANT 2],
3. [APPELLANT 3],
4. [APPELLANT 4],
5. [APPELLANT 5],
verzoekers onder 1-4 wonende in Curaçao, woonplaats gekozen hebbende ten kantore van hun gemachtigde,
van verzoekster onder 5 is de woonplaats onbekend,
verzoekers tot vaststelling van het Nederlanderschap,
gemachtigde: mr. S.I. Da Costa Gomez,
belanghebbenden:
6. het Openbaar Ministerie van Curaçao, hierna: OM,
7. de Immigratie- en Naturalisatiedienst van het Nederlandse Ministerie van Veiligheid en Justitie, hierna: IND ,
8. de Minister van Justitie van Curaçao,
9. het Hoofd Burgerlijke Stand en Bevolkingsregister (basisregistratie persoonsgegevens) van Curaçao.
1 Verder verloop van de procedure
Het Hof verwijst voor het verloop tot dan toe naar zijn tussenbeschikking van 7 april 2020.
Op 17 augustus 2020 hebben verzoekers digitaal een akte overlegging stukken, met producties, ingezonden.
Bij e-mail van 25 november 2020 van het Openbaar Ministerie is een reactie van de IND, met producties, ingekomen.
Bij e-mail van 1 december 2020 van het Openbaar Ministerie, met productie, is een beschikking van de Rechtbank Den Haag van 10 november 2020 (C/09/569865) ingekomen.
Beschikking is nader bepaald op heden.
2 Ontvankelijkheid
Naar aanleiding van rov. 2.3 van de tussenbeschikking van het Hof, stellen verzoekers dat [appellant 5] momenteel in Sint Maarten woonachtig is en [appellant 3] in de Dominicaanse Republiek.
Dit betekent dat [appellant 3] niet-ontvankelijk is in haar verzoek aan het Hof. Zij dient zich te wenden tot de Rechtbank Den Haag (artikel 17 lid 1 RwNed).
Verzoekers hebben nagelaten een bewijsstuk (uittreksel uit de basisregistratie persoonsgegevens Sint Maarten) over te leggen ten aanzien van de woonplaats van [appellant 5] in Sint Maarten. Zij krijgen daartoe opnieuw de gelegenheid.
3 Beoordeling
De IND acht de door verzoekers ingezonden digitale documenten ongenoegzaam. De IND wil de documenten laten onderzoeken door het Bureau Documenten van de IND en dit Bureau heeft verklaard dat onderzoek niet mogelijk is. Sommige vormen van fraude kunnen alleen door middel van technisch onderzoek van een origineel document gedetecteerd worden. Het Bureau Documenten ziet veel fraude bij documenten uit de Dominicaanse Republiek, Haïti en Colombia.
Voorts insisteert de IND dat ook de originele huwelijksakte (met een stempel van de Junta Central Electoral), voorzien van een apostille, wordt overgelegd. Nu onderzoek zal plaats vinden door het Bureau Documenten, lijkt het ook het Hof raadzaam dat alle documenten worden onderzocht, ook de huwelijksakte. In zoverre komt het Hof terug van zijn beslissing in rov. 3.3 van de tussenbeschikking.
Verzoekers wordt opgedragen alle door de IND verlangde originele documenten over te leggen.
Iedere verdere beslissing wordt aangehouden.
4 Beslissing
Het Hof:
- verklaart [appellant 3] niet-ontvankelijk in haar verzoek;
- draagt de overige verzoekers, althans [appellant 5], op een uittreksel van de basisregistratie persoonsgegevens van Sint Maarten over te leggen waaruit blijkt dat [appellant 5] daar thans woonachtig is;
- draagt de overige verzoekers op de volgende originele documenten over te leggen:
a. alle geboorteakten van de overige verzoekers;
b. de bijbehorende ratificatievonnissen;
c. de huwelijksakte waarop de overige verzoekers hun wettiging baseren (met een stempel van de Junta Central Electoral), voorzien van een apostille;
- verwijst de zaak hiertoe naar de rolzitting van het Hof in Curaçao van 6 april 2021;
- draagt de griffier op de originele documenten vervolgens in handen te stellen van het Openbaar Ministerie opdat dit ervoor zorg draagt dat deze in handen komen van de IND voor onderzoek;
- bepaalt dat de IND na het onderzoek in de gelegenheid gesteld wordt tot het nemen van een akte, waarop verzoekers bij antwoordakte kunnen reageren;
- houdt iedere verdere beslissing aan.
Deze beschikking is gegeven door mrs. M.W. Scholte, F.W.J. Meijer en J. de Boer, leden van het Hof en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 12 januari 2021 in Curaçao, in tegenwoordigheid van de griffier.