Strafrecht overig
vaarveiligheid, vrijspr en veroord z straf
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba, 15 november 2017
ECLI:NL:OGHACMB:2017:240 · Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba · 15 november 2017
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/gemeenschappelijk-hof-van-justitie-van-aruba-curacao-sint-maarten-en-van-bonaire-sint-eustatius-en-saba/strafrecht/strafrecht-overig/hoger-beroep/ecli-nl-oghacmb-2017-240
Zaakgegevens
Op 15 november 2017 heeft het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Datum uitspraak
- 15 november 2017
- Datum publicatie
- 6 maart 2019
- Zaaknummer
- H-9/15 400.00010/15
- Rechtsgebied
- Strafrecht » Strafrecht overig
- Procedure
- Hoger beroepHoger beroepEen hogere rechter behandelt de zaak opnieuw, zowel de feiten als het recht, omdat een partij het niet eens is met de eerste uitspraak.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:OGHACMB:2017:240
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
vaarveiligheid, vrijspr en veroord z straf
Uitspraak
Strafzaken over 2017 Vonnis no.
Datum uitspraak: 15 november 2017 BIS
Zaaknummer: H-9/15
Parketnummer: 400.00010/15
Tegenspraak
GEMEENSCHAPPELIJK HOF VAN JUSTITIE
van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en
van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
STRAFVONNIS
gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van het gerecht in eerste aanleg
van Sint Maarten van 19 januari 2017 in de strafzaak tegen de verdachte:
[VERDACHTE],
geboren op [geboortedatum] [geboortejaar],
wonende te [adres].
Procesgang en onderzoek van de zaak
Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen in eerste aanleg van 24 november 2016 en 19 januari 2017, zoals daarvan blijkt uit de processen-verbaal van die terechtzittingen, alsmede van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep van 15 november 2017 in Sint Maarten.
Het Hof heeft kennis genomen van de vordering van de procureur-generaal, mr. J. Spaans en van hetgeen de verdachte, die niet is bijgestaan door een advocaat, naar voren heeft gebracht.
De procureur-generaal heeft gevorderd dat het Hof het vonnis waarvan beroep zal vernietigen en, opnieuw rechtdoende, hetgeen onder 1 primair is ten laste gelegd bewezen zal verklaren en aan de verdachte ter zake een geldboete zal opleggen van 425 NAf.
In eerste aanleg heeft het Gerecht de verdachte ten aanzien van het geen onder feit 1 primair, feit 1 subsidiair en feit 2 is ten laste gelegd, vrijgesproken.
Omvang hoger beroep
Alleen de officier van justitie heeft hoger beroep ingesteld. Blijkens het ter terechtzitting verhandelde is het hoger beroep niet gericht tegen de vrijspraken van hetgeen onder feit 1 subsidiair en feit 2 is ten laste gelegd. Het hof houdt hiermee rekening bij de beoordeling.
Tenlastelegging
Aan de verdachte is ten laste gelegd:
feit 1: naast de schipper van een trek boot zich geen tweede persoon aan boord bevinden, met zijn gezicht gekeerd naar de waterskiers(s), welke persoon ermee belast is de schipper onverwijld te waarschuwen indien zich omstandigheden voordoen, die gevaar of moeilijkheden opleveren of kunnen opleveren;
subsidiair: zich op of in een openbaar water zodanig gedragen dat de veiligheid op of in het openbaar water in gevaar wordt gebracht of redelijkerwijs is aan te nemen, dat de veiligheid op of in het openbaar water in gevaar kan worden gebracht;
feit 2: als schipper op te reden van een vaartuig, zonder in het bezit te zijn van een door de havenbeheerder afgegeven geldig bewijs van bekwaamheid.
Vonnis waarvan beroep
Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd, omdat het hof tot een ander oordeel komt.
Vrijspraak
Het Hof acht niet bewezen hetgeen aan de verdachte onder 1 primair is ten laste gelegd en spreekt hem hiervan vrij. De gedraging, (zakelijk omschreven: het ontbreken van een tweede persoon op een trekvaartuig dat de veiligheid van de voortgetrokkenen in de gaten houdt) die door de verdachte niet wordt ontkend te hebben plaatsgevonden, is zeer gevaarlijk, maar kan naar het oordeel van het hof niet wettig bewezen worden verklaard. In de delictsomschrijving en de ten laste legging wordt voornoemde gedraging immers strafbaar gesteld, indien het “waterskiërs” betreft. De opvarenden van een “banaan” vallen niet onder deze benaming en kunnen hier ook niet mee worden gelijkgesteld. Het hof ziet geen mogelijkheid om de bepaling analoog toe te passen.
Bewezenverklaring
Het Hof acht bewezen hetgeen aan de verdachte onder 1 subsidiair en 2 is ten laste gelegd, met dien verstande:
subsidiair: zich op of in een openbaar water zodanig gedragen dat de veiligheid op of in het openbaar water in gevaar wordt gebracht of redelijkerwijs is aan te nemen, dat de veiligheid op of in het openbaar water in gevaar kan worden gebracht;
feit 2: als schipper op te reden van een vaartuig, zonder in het bezit te zijn van een door de havenbeheerder afgegeven geldig bewijs van bekwaamheid.
Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd acht het Hof niet bewezen, zodat de verdachte hiervan zal worden vrijgesproken.
Bewijsoverweging
De verdachte is niet degene die het trekvaartuig zelf bestuurde. De bestuurder was de heer [bestuurder vaartuig], een medewerker van het bedrijf. Een (verboden) gedraging kan echter desondanks in redelijkheid aan de verdachte als (functioneel) dader worden toegerekend, indien de verdachte er invloed op kon uitoefenen of de gedraging al dan niet zou plaatsvinden en indien zodanig of vergelijkbaar gedrag blijkens de feitelijke gang van zaken door de verdachte werd aanvaard of placht te worden aanvaard. Onder bedoeld aanvaarden is mede begrepen het niet betrachten van de zorg die in redelijkheid van verdachte kon worden gevergd met het oog op de voorkoming van de gedraging.
De verdachte heeft ter terechtzitting verklaard dat hij de feitelijke leiding had over de dagelijkse gang van zaken bij het watersportbedrijf. In die hoedanigheid heeft hij aan de heer [bestuurder vaartuig] en andere medewerkers, naar eigen zeggen, meermalen de veiligheidsregels uitgelegd die zij in acht dienden te nemen. Indien zij dit deden, heeft de verdachte stelselmatig geaccepteerd dat de medewerkers doorgingen met hun werk en de verboden gedragingen. Op basis van het functioneel daderschap kan hetgeen onder 1 subsidiair en 2 is ten laste gelegd derhalve aan de verdachte worden toegerekend. Het Hof acht de feiten wettig en overtuigend bewezen.
De procureur-generaal heeft ten aanzien van het onder 1 subsidiair en 2 ten laste gelegde ontslag van rechtsvervolging gevorderd. Voorts is uit het verhandelde ter terechtzitting gebleken dat de verdachte een boete van 425 NAf, die was opgelegd aan de heer [bestuurder vaartuig], feitelijk voor zijn rekening heeft genomen. Gelet op het voorgaande is naar het oordeel van het hof een schuldigverklaring van de verdachte, zonder oplegging van straf, in het onderhavige geval een passende sanctie.
BESLISSING
Het Hof:
vernietigt het vonnis van het Gerecht in eerste aanleg van Sint Maarten van 19 januari 2017 en doet opnieuw recht, als volgt;
verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte onder 1 primair is ten laste gelegd en spreekt hem daarvan vrij;
verklaart bewezen dat de verdachte hetgeen onder 1 subsidiair alsmede onder 2 is tenlastegelegd, zoals hiervoor bewezen geacht, heeft begaan;
verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd en spreekt hem daarvan vrij;
kwalificeert het bewezenverklaarde als hiervoor omschreven;
verklaart het bewezenverklaarde strafbaar en de verdachte daarvoor strafbaar;
legt aan de verdachte geen straf of maatregel op.
Dit vonnis is gewezen door mrs. H. de Doelder, G.C.C. Lewin en F.W.J. Meijer, leden van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie, en in tegenwoordigheid van de griffier ter openbare terechtzitting van het Hof in Sint Maarten mondeling uitgesproken op 15 november 2017 en vervolgens op schrift gesteld.
Mr. H. de Doelder is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.
GEMEENSCHAPPELIJK HOF VAN JUSTITIE
van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en
van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
EXTRACTVONNIS no.
Uitspraak : 7 september 2015
Zaaknummer : H-141/14
Parketnummer : 300.00141/14
Vonnis gewezen : op tegenspraak
Naam : ARROWPLUS HOLDINGS INC.
Vestigingplaats : Panama
Kwalificatie:
feit 2 impliciet primair: witwassen,
feit 3 impliciet primair: witwassen,
strafbaar gesteld bij artikel 430b, eerste lid, onder a, van het Wetboek van Strafrecht van Aruba, (oud).
Uitspraak:
- verbeurdverklaring van het aan de verdachte toebehorende recht van erfpacht op het perceel, plaatselijk bekend als Matividiri 4 in Aruba, en de daarop gebouwde opstallen.
Onherroepelijk op:
wegens verstrijken termijn cassatieberoep.
Willemstad,
de griffier,