Strafrecht overig
Feitelijke beschikkingsmacht over wapen en munitie
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba, 26 april 2023
ECLI:NL:OGHACMB:2023:320 · Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba · 26 april 2023
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/gemeenschappelijk-hof-van-justitie-van-aruba-curacao-sint-maarten-en-van-bonaire-sint-eustatius-en-saba/strafrecht/strafrecht-overig/hoger-beroep/ecli-nl-oghacmb-2023-320
Zaakgegevens
Op 26 april 2023 heeft het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Datum uitspraak
- 26 april 2023
- Datum publicatie
- 31 juli 2024
- Zaaknummer
- H-77/22
- Rechtsgebied
- Strafrecht » Strafrecht overig
- Procedure
- Hoger beroepHoger beroepEen hogere rechter behandelt de zaak opnieuw, zowel de feiten als het recht, omdat een partij het niet eens is met de eerste uitspraak.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:OGHACMB:2023:320
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Feitelijke beschikkingsmacht over wapen en munitie
Uitspraak
Zaaknummer: H-77/22
Parketnummer: 500.00135/20
Uitspraak: 26 april 2023 Tegenspraak
Vonnis
gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van het Gerecht in eerste aanleg van Curaçao (hierna: het Gerecht) van 30 mei 2022 in de strafzaak tegen de verdachte:
[VERDACHTE],
geboren op [geboortedatum] 1991 in [geboorteplaats],
wonende in [woonplaats] op het adres [adres].
Hoger beroep
Het Gerecht heeft de verdachte bij zijn vonnis ter zake van het ten laste gelegde veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van zes maanden met aftrek van voorarrest.
De verdachte heeft hoger beroep ingesteld.
Onderzoek van de zaak
Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting.
Het Hof heeft kennisgenomen van de vordering van de procureur-generaal, en van wat door de verdachte en zijn raadsman mr. U.F. Dickens, naar voren is gebracht.
De procureur-generaal heeft gevorderd dat het Hof het vonnis waarvan beroep zal bevestigen met dien verstande dat het inbeslaggenomen wapen en de inbeslaggenomen munitie dienen te worden onttrokken aan het verkeer.
De raadsman heeft bepleit dat de verdachte zal worden vrijgesproken van het tenlastegelegde. Subsidiair heeft de raadsman een strafmaatverweer gevoerd.
Vonnis waarvan beroep
Het Hof verenigt zich met het vonnis waarvan beroep, met uitzondering van de kwalificatie van het bewezenverklaarde, en zal dit derhalve bevestigen, met dien verstande dat het Hof:
- de bewijsoverweging van het Gerecht zal vervangen;
- het woord ‘geheim vuurwapen’ in de strafmaatoverweging telkens zal vervangen door ‘geheim wapen’;
- de toepasselijke artikelen zal aanvullen;
- een overweging en een beslissing omtrent de inbeslaggenomen en nog niet teruggegeven voorwerpen, een wapen en munitie, zal toevoegen.
Bewijsoverweging
De raadsman heeft bepleit dat de verdachte van het tenlastegelegde zal worden vrijgesproken. Hij heeft daartoe aangevoerd dat uit de inhoud van het op 14 juni 2020 door de verbalisanten [verbalisant 1] en [verbalisant 2] opgemaakte proces-verbaal niet onomstotelijk blijkt dat de verdachte het wapen bewust aanwezig heeft gehad en dat hij daarover kon beschikken.
Het Hof verwerpt het verweer en overweegt daartoe als volgt.
Anders dan de raadsman acht het Hof het door de verbalisanten [verbalisant 1] en [verbalisant 2] op ambtseed opgemaakte proces-verbaal van bevindingen van 14 juni 2020 bruikbaar bij de beoordeling van het ten laste gelegde en overtuigend. De daarin gerelateerde bevindingen zijn concreet en specifiek. De auto negeerde blijkens de inhoud van het proces-verbaal een stopteken en reed weg. Verbalisant [verbalisant 1] heeft een beweging van de bijrijder waargenomen, erop duidend dat hij iets kreeg of overnam van de bestuurder, waarna de bijrijder een snelle beweging in de richting van zijn voeten maakte. Deze waarneming vindt steun in de verklaring van de bijrijder. Die heeft in zijn verhoor bij de politie immers bevestigd een neerwaartse beweging te hebben gemaakt. Tijdens de direct daaropvolgende controle in het voertuig is op die plek (in de buurt van de voeten van de bijrijder) het wapen met de munitie aangetroffen.
Het Hof heeft geen reden om eraan te twijfelen dat de verbalisant heeft kunnen zien wat hij stelt te hebben waargenomen. Kennelijk waren de ruiten niet zodanig getint dat deze waarnemingen niet mogelijk waren. Ook heeft het Hof geen reden om het proces-verbaal anderszins niet betrouwbaar te achten. Het kan niet anders zijn dan dat hetgeen de bijrijder volgens de waarneming van verbalisant [verbalisant 1] van de verdachte overnam of kreeg, waarna deze een snelle neerwaartse beweging maakte, het wapen met de munitie was, dat kort na deze waarnemingen is aangetroffen.
De stelling dat [verdachte] ontkent een wapen bij zich te hebben gehad, maakt dit niet anders. Datzelfde geldt voor de verklaringen van de twee vrouwen, inhoudende dat zij in de auto geen wapen hebben waargenomen.
Voor een veroordeling van het – als medepleger – bij zich hebben van een wapen en munitie is vereist dat de verdachte het wapen en de munitie bewust aanwezig had en dat de verdachte feitelijke macht over het wapen en de munitie kon uitoefenen in de zin dat hij daarover kon beschikken. Aan deze voorwaarden is, gelet op de hierboven weergegeven feiten en omstandigheden, in de onderhavige zaak voldaan.
Strafbaarheid en kwalificatie van het bewezen verklaarde
Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezen verklaarde uitsluiten.
Het bewezen wordt als volgt gekwalificeerd:
Ten aanzien van feit 1
medeplegen van overtreding van een verbod, gesteld in artikel 1 van de Wapenverordening 1931.
Ten aanzien van feit 2:
medeplegen van overtreding van een verbod, gesteld in artikel 3 van de Vuurwapenverordening 1930, meermalen gepleegd.
In beslag genomen voorwerpen
Aan de orde zijn voorts de onder de verdachte in beslag genomen en nog niet teruggegeven voorwerpen (het wapen en de twee patronen).
De voorwerpen zijn vatbaar voor onttrekking aan het verkeer. Bovendien is het ongecontroleerde bezit ervan in strijd met de wet en het algemeen belang. Het Hof zal de voorwerpen daarom onttrekken aan het verkeer.
Toepasselijke wettelijke voorschriften
De op te leggen straf is gegrond op de artikelen 1:75, 1:1:123, 1:136 van Wetboek van Strafrecht en de artikelen 3 en 11 van de Vuurwapenverordening 1930.
BESLISSING
Het Hof:
vernietigt het vonnis van het Gerecht ten aanzien van de kwalificatie van het onder 1 en 2 bewezenverklaarde en doet in zoverre opnieuw recht;
kwalificeert het bewezenverklaarde als hiervoor omschreven;
beveelt de onttrekking aan het verkeer van de in beslag genomen en nog niet teruggegeven voorwerpen, te weten een wapen kaliber .22lr en twee patronen.
bevestigt het vonnis van het Gerecht voor het overige met inachtneming van hetgeen hiervoor is overwogen.
Dit vonnis is gewezen door mr. S. Verheijen, voorzitter, mr. G.C.C. Lewin en
mr. F.V.L.M. Wannyn, leden van het Hof, bijgestaan door mr. J. Mulder, zittingsgriffier, en op 26 april 2023 uitgesproken ter openbare terechtzitting van het Hof in Curaçao.
Mrs. Verheijen en Wannyn zijn buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.