Strafrecht overig

Hoger beroep ingesteld door het openbaar ministerie. Het Hof beslist dat de dagvaardingen juist zijn betekend…

Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba, 2 juli 2025

Zaakgegevens

Op 2 juli 2025 heeft het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Datum uitspraak
2 juli 2025
Datum publicatie
25 november 2025
Zaaknummer
300.03078/23 en 300.00120/25
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:OGHACMB:2025:281
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Hoger beroep ingesteld door het openbaar ministerie. Het Hof beslist dat de dagvaardingen juist zijn betekend en dat de eis die het Gerecht stelt, namelijk dat kort vóór de terechtzitting of op de dag van de terechtzitting de adresgegevens nogmaals bij het bevolkingsregister moeten worden geverifieerd, geen eis is die de wet of de jurisprudentie stelt. Het Gerecht heeft de dagvaardingen aldus ten onrechte nietig verklaard. Het Hof verwijst de zaak naar het Gerecht voor verdere afhandeling

Uitspraak

Zaaknummer: H-52/25

Parketnummers: 300.03078/23 en 300.00120/25

Uitspraak: 2 juli 2025 Verstek

Vonnis gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van het Gerecht in eerste aanleg van Aruba (hierna: het Gerecht) van 20 maart 2025 in de strafzaak tegen de verdachte:

[Verdachte],

geboren op [1979] in [Land],

wonende in [Land].

Hoger beroep

Het Gerecht heeft bij vonnis van 20 maart 2025 de dagvaarding nietig verklaard.

Het openbaar ministerie heeft tegen dat vonnis hoger beroep ingesteld.

Onderzoek van de zaak

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting.

Het Hof heeft kennisgenomen van de vordering van de procureur-generaal.

Vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep kan niet in stand blijven, omdat het Hof tot andere beslissingen komt.

Het Hof overweegt in dit verband als volgt.

Op 11 februari 2025 zijn de dagvaardingen om op 20 maart 2025 ter terechtzitting van het Gerecht te verschijnen aan de verdachte betekend door uitreiking aan een huisgenoot, die zich bereid heeft verklaard de dagvaardingen in ontvangst te nemen en deze onverwijld aan de verdachte te doen toekomen. Daarnaast is er

– conform artikel 643 lid 5 sub van het Wetboek van Strafvordering en de rechtspraak van de Hoge Raad – op 5 maart 2025 een adresverificatie bij het bevolkingsregister uitgevoerd. Daaruit blijkt dat de verdachte sinds 21 april 2010 op het adres in [Land] staat ingeschreven en dat hij daar ook stond ingeschreven op de dag van de uitreiking van de dagvaardingen aan een huisgenoot van de verdachte.

Aldus zijn de dagvaardingen op juiste wijze aan de verdachte betekend (HR 12-3-2002, ECLI:NL:HR:2002:AD5163, r.o. 3.6 en 3.11). De eis die het Gerecht stelt, namelijk dat kort vóór de terechtzitting of op de dag van de terechtzitting de adresgegevens nogmaals bij het bevolkingsregister moeten worden geverifieerd, is geen eis die de wet of de jurisprudentie stelt. Het Gerecht heeft de dagvaardingen aldus ten onrechte nietig verklaard.

BESLISSING

Het Hof:

vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht;

verklaart dat de inleidende dagvaardingen op geldige wijze zijn betekend;

verwijst de zaak ter verdere behandeling naar het Gerecht in eerste aanleg, opdat de zaak wordt berecht en afgedaan.

Dit vonnis is gewezen door mr. H.M.E. Tebbenhoff Rijnenberg, voorzitter, mr.

Y.C. Bours en mr. J.A.W. van ‘t Westeinde, leden van het Hof, bijgestaan door

mr. J. Mulder, griffier, en op 2 juli 2025 uitgesproken ter openbare terechtzitting van het Hof in Aruba.