Bestuursrecht overig
Landsverordening administratieve rechtspraak (Lar) - Het gerecht overweegt dat appellant niet tijdig in…
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba, 20 augustus 2018
ECLI:NL:OGEAA:2018:471 · Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba · 20 augustus 2018
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/gerecht-in-eerste-aanleg-van-aruba/bestuursrecht/bestuursrecht-overig/eerste-aanleg-enkelvoudig/ecli-nl-ogeaa-2018-471
Zaakgegevens
Op 20 augustus 2018 heeft het Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over bestuursrecht.
- Instantie
- Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
- Datum uitspraak
- 20 augustus 2018
- Datum publicatie
- 21 augustus 2018
- Zaaknummer
- Lar nr. AUA201703107
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Bestuursrecht overig
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudigEnkelvoudige kamerDe zaak is behandeld door één rechter.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:OGEAA:2018:471
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Landsverordening administratieve rechtspraak (Lar) - Het gerecht overweegt dat appellant niet tijdig in beroep is gekomen tegen het uitblijven van een beslissing op zijn bezwaar - het beroep is niet-ontvankelijk.
Uitspraak
Uitspraak van 20 augustus 2018
Lar nr. AUA201703107
GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA
UITSPRAAK
op het beroep in de zin van de
Landsverordening administratieve rechtspraak (Lar) van:
[appellant],
wonend in Aruba,
APPELLANT,
gemachtigde: de advocaat mr. M.B. Boyce,
gericht tegen:
de minister van Justitie, Veiligheid en Integratie,
zetelend in Aruba,
VERWEERDER,
gemachtigde: mr. M.D. van Wilgen (DIMAS).
1 PROCESVERLOOP
Bij beschikking van 8 juni 2017 heeft verweerder een verzoek van appellant, om hem een vergunning tot tijdelijk verblijf te verlenen, afgewezen.
Daartegen heeft appellant op 8 juni 2017 bezwaar gemaakt.
Tegen het uitblijven van een beslissing op het bezwaar heeft appellant op 17 november 2017 beroep ingesteld bij het gerecht.
Op 7 mei 2018 heeft verweerder een verweerschrift ingediend.
De uitspraak is bepaald op heden.
2 OVERWEGINGEN
Het gerecht overweegt dat appellant niet tijdig in beroep is gekomen tegen het uitblijven van een beslissing op haar bezwaar. Nu niet is gebleken dat de bezwaaradviescommissie toepassing heeft gegeven aan haar bevoegdheid tot verlenging van de termijn voor het uitbrengen van haar advies, diende het beroepschrift, gelet op de artikelen 15, onderdeel a, 19, eerste lid, 20, eerste lid, en 27, tweede lid, van de Lar binnen twintig weken na het indienen van het bezwaarschrift te zijn ingediend, te weten uiterlijk op 26 oktober 2017. Nu het beroepschrift op 17 november 2017 is ingediend, is de beroepstermijn overschreden.
Bij brief van 9 januari 2018 heeft het gerecht appellant in de gelegenheid gesteld om aannemelijk te maken dat hij het beroepschrift heeft ingediend zo spoedig als dit redelijkerwijs verlangd kon worden, zoals bedoeld in artikel 28, derde lid, van de Lar. In reactie daarop heeft appellant zich op het standpunt gesteld dat er pas op 13 juli 2017 sprake was van een compleet bezwaarschrift en dat dit de datum is waarop de termijn begint te lopen. Voor het betoog van appellant, dat de bezwaartermijn begint te lopen op de dag dat het bezwaarschrift compleet is bevonden, biedt de Lar evenwel geen grondslag.
Ingevolge artikel 32, onderdeel a, van de Lar kan het gerecht onmiddellijk uitspraak doen, indien het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is. Het gerecht zal dan ook als volgt beslissen.
3 BESLISSING
De rechter in dit gerecht:
verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze beslissing is gegeven door mr. A.J.H. van Suilen, rechter in dit gerecht, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van maandag 20 augustus 2018, in aanwezigheid van de griffier.
Tegen deze uitspraak kunnen beide partijen binnen zes weken na dagtekening van deze uitspraak hoger beroep instellen bij het Gemeenschappelijk Hof van Justitie (LAR-zaken).
Het hogerberoepschrift moet worden ingediend bij de griffie van dit Gerecht.
U wordt verzocht bij het indienen van het hogerberoepschrift het volgende in acht te nemen:
1. Leg bij het hogerberoepschrift een afschrift over van deze uitspraak;
2. Onderteken het hogerberoepschrift en vermeld het volgende:
a. de naam en het adres van de indiener of de gemachtigde,
b. de dag van ondertekening,
c. waartegen u in hoger beroep komt,
d. waarom u het niet eens bent met deze uitspraak (de gronden van het hoger beroep).
Voor het instellen van hoger beroep is een griffierecht van Afl. 75 verschuldigd.