Bestuursrecht overig
Lar - Verblijfsvergunning - Naar zijn uiterlijke vorm en gebruikte bewoordingen is de bestreden beschikking…
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba, 1 maart 2021
ECLI:NL:OGEAA:2021:180 · Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba · 1 maart 2021
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/gerecht-in-eerste-aanleg-van-aruba/bestuursrecht/bestuursrecht-overig/eerste-aanleg-enkelvoudig/ecli-nl-ogeaa-2021-180
Zaakgegevens
Op 1 maart 2021 heeft het Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over bestuursrecht.
- Instantie
- Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
- Datum uitspraak
- 1 maart 2021
- Datum publicatie
- 12 mei 2021
- Zaaknummer
- AUA202002136
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Bestuursrecht overig
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudigEnkelvoudige kamerDe zaak is behandeld door één rechter.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:OGEAA:2021:180
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Lar - Verblijfsvergunning - Naar zijn uiterlijke vorm en gebruikte bewoordingen is de bestreden beschikking een beschikking als bedoeld in artikel 9 van de Lar op het verzoek van appellant, en geen beslissing op bezwaar.
Uitspraak
[afbeelding niet beschikbaar] [afbeelding niet beschikbaar]Uitspraak van 1 maart 2021
Lar nr. AUA20202136
GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA
UITSPRAAK
op het beroep in de zin van de
Landsverordening administratieve rechtspraak (Lar) van:
[Appellant],
verblijvend in Aruba,
APPELLANT,
gemachtigde: drs. M. Hassell,
gericht tegen:
de Minister van Ruimtelijke Ontwikkeling, Infrastructuur en Milieu,
zetelend in Aruba,
VERWEERDER,
niet verschenen.
PROCESVERLOOP
Bij brief, ingediend op 6 maart 2020, heeft appellant verzocht om een (eerste) verblijfsvergunning om in Aruba ta mogen verblijven, met toepassing van de hardheidsclausule.
Bij beschikking van 12 augustus 2020 is dit verzoek van appellant om een vergunning voor onbepaalde tijd, afgewezen.
Hiertegen heeft appellant op 19 augustus 2020 beroep ingesteld bij het gerecht, door indiening van onderhavig beroepschrift.
Verweerder heeft geen verweerschrift ingediend.
Partijen zijn, hoewel behoorlijk daartoe te zijn opgeroepen, niet ter zitting van 8 februari 2021 verschenen.
De uitspraak is bepaald op heden.
OVERWEGINGEN
1. Ingevolge artikel 2, eerste lid, van de Lar wordt in deze landsverordening en de daarop berustende bepalingen verstaan onder beschikking: een op enig rechtsgevolg gericht schriftelijk besluit van een bestuursorgaan.
Ingevolge artikel 9, eerste lid, van de Lar kan degene die door een beschikking rechtstreeks in zijn belang is getroffen, het bestuursorgaan verzoeken de beschikking in heroverweging te nemen, tenzij deze op bezwaar is genomen.
Ingevolge artikel 23, eerste lid, van de Lar kan degene die rechtsreeks in zijn belang is getroffen door een op een bezwaarschrift genomen beslissing, daartegen beroep instellen bij het gerecht.
2. In de bestreden beschikking van 12 augustus 2020 staat – voor zover hier van belang - het volgende:
“(…)
Naar aanleiding van uw aanvraag ingediend bij de DIMAS met het oog op de verlening van een vergunning voor onbepaalde tijd, om op Aruba een verblijfsvergunning te kunnen verkrijgen, wil ik u het volgende mededelen:
Beslissing: de aanvraag is afgewezen .
Uit controle van de door u verstrekte gegevens is gebleken dat u niet voldoet aan de gestelde toelatingseisen voor deze verblijfstitel.
Teneinde in aanmerking te kunnen komen voor een vergunning tot verblijf met een specifiek beroep op hardheid, zal u moeten kunnen aantonen dat u een binding heeft verworven met Aruba. Deze binding wordt aangetoond indien u als minderjarige feitelijk woon en verblijfplaats heeft gehad voor meer dan 5 jaren. In casu is dit niet gebleken uit de door u overgelegde bewijsmateriaal. Reden waarom in casu een beroep op hardheid faalt en een vergunning tot verblijf niet aan u zal worden verleend.
(…)”
4. Naar zijn uiterlijke vorm en gebruikte bewoordingen is de bestreden beschikking een beschikking als bedoeld in artikel 9 van de Lar op het verzoek van appellant van 6 maart 2020, en geen beslissing op bezwaar. Daarbij wordt in aanmerking genomen dat niet is gebleken dat appellant – zoals door hem is gesteld – tegen het uitblijven van een beschikking binnen de daarvoor gestelde wettelijke termijn, bewaar heeft gemaakt.
Dit brengt met zich dat tegen de thans bestreden beschikking geen beroep maar bezwaar openstaat, zodat het onderhavige beroep van appellant kennelijk niet-ontvankelijk is. Het als bezwaarschrift aan te merken onderhavig ‘beroepschrift’ zal in handen van verweerder worden gesteld, ter verdere afhandeling.
5. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
6. Beslist wordt als volgt.
BESLISSING
De rechter in dit gerecht:
- verklaart het beroep van appellant (kennelijk) niet-ontvankelijk;
- draagt de griffier op het als bezwaarschrift aan te merken ‘beroepschrift’ van appellant in handen te stellen van verweerder ter verdere afhandeling.
Deze beslissing is gegeven door mr. N.K. Engelbrecht, rechter in dit gerecht, en wordt geacht te zijn uitgesproken ter openbare terechtzitting van 1 maart 2021, in aanwezigheid van de griffier.
Tegen deze uitspraak kunnen beide partijen binnen zes weken na dagtekening van deze uitspraak hoger beroep instellen bij het Gemeenschappelijk Hof van Justitie (LAR-zaken).
Het hogerberoepschrift moet worden ingediend bij de griffie van dit Gerecht.
U wordt verzocht bij het indienen van het hogerberoepschrift het volgende in acht te nemen:
1. Leg bij het hogerberoepschrift een afschrift over van deze uitspraak;
2. Onderteken het hogerberoepschrift en vermeld het volgende:
a. de naam en het adres van de indiener of de gemachtigde,
b. de dag van ondertekening,
c. waartegen u in hoger beroep komt,
d. waarom u het niet eens bent met deze uitspraak (de gronden van het hoger beroep).
Voor het instellen van hoger beroep is een griffierecht van Afl. 75 verschuldigd.