Arbeidsrecht

Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba · Eerste aanleg - enkelvoudig · Arbeidsrecht

Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba, 19 november 2019

Zaakgegevens

Op 19 november 2019 heeft het Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over arbeidsrecht.

Datum uitspraak
19 november 2019
Datum publicatie
27 november 2019
Zaaknummer
AUA201902352
Rechtsgebied
Civiel recht Arbeidsrecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
ECLI
ECLI:NL:OGEAA:2019:743
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Arbeid. Verstek.

Uitspraak

Beschikking van 19 november 2019

behorend bij EJ. nr. AUA201902352

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA

BESCHIKKING

in de zaak van:

[verzoekster],

wonende te Aruba,

VERZOEKSTER,

gemachtigde: de advocaat mr. D.G. Kock,

tegen:

[verweerster],

gevestigd te [adres] in Aruba,

VERWEERSTER,

niet verschenen.

1 DE PROCEDURE

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het verzoekschrift met producties, ingediend op 12 juli 2019;

- het exploot van betekening d.d. 23 september, waarbij verweerster wederom is opgeroepen om op 8 oktober 2019 een verweerschrift in te dienen en te verschijnen voor de behandeling. Verweerster is, ondanks behoorlijke oproeping, niet verschenen.

De beschikking is bepaald op heden.

2 HET VERZOEK

2.1

Verzoekster verzoekt - naar het gerecht begrijpt - bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren beschikking:

  1. verzoekster toe te laten om kosteloos te mogen procederen;

  2. verweerster te veroordelen om het achterstallige loon van Afl. 3.921,16 te betalen, vermeerderd met de vertragingsrente;

  3. verweerster te veroordelen in de kosten van de procedure.

2.2

Verzoekster grondt de vordering erop dat verweerster over de maanden van november 2018 tot en met februari 2018 niet naar behoren het aan verzoekster toekomende salaris heeft uitbetaald.

2.3

Verweerster heeft geen verweer gevoerd.

3 DE BEOORDELING

3.1

Verweerster heeft geen gebruik gemaakt van de aan haar aangeboden mogelijkheid om verweer te voeren. Nu er van de zijde van verweerster geen verweer is gevoerd tegen het verzoek tot betaling aan verzoekster terzake het achterstallig loon en dit voldoende is onderbouwd, zal het gerecht dit verzoek toewijzen. Datzelfde geldt voor het verzoek tot betaling van de vertragingsrente ex artikel 7A:1614q BW met matiging tot de gebruikelijke 15%.

3.2

Verweerster zal als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de kosten van de procedure, tot op heden begroot op Afl. 50,- griffierecht, op Afl. 169,- aan explootkosten en op Afl. 500,- aan salaris van gemachtigde.

4 DE BESLISSING

De rechter:

4.1

verleent toestemming aan verzoekster om kosteloos te mogen procederen;

4.2

veroordeelt verweerster om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan verzoekster te betalen zijn achterstallig loon van Afl. 3.921,16, vermeerderd met de vertragingsrente over het loon, gematigd tot 15%;

4.3

veroordeelt verweerster in de kosten van de procedure aan de zijde van verzoekster gevallen;

4.4

verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad.

Deze beschikking is gegeven door mr. J. Sap, rechter in dit gerecht en werd in het openbaar uitgesproken op dinsdag 19 november 2019, in tegenwoordigheid van de griffier.