Personen- en familierecht
personen- en familierecht, kinderalimentatie
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba, 2 juli 2019
ECLI:NL:OGEAA:2019:394 · Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba · 2 juli 2019
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/gerecht-in-eerste-aanleg-van-aruba/civiel-recht/personen-en-familierecht/eerste-aanleg-enkelvoudig/ecli-nl-ogeaa-2019-394
Zaakgegevens
Op 2 juli 2019 heeft het Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over personen- en familierecht.
- Instantie
- Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
- Datum uitspraak
- 2 juli 2019
- Datum publicatie
- 8 juli 2019
- Zaaknummer
- AUA201803297
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Personen- en familierecht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudigEnkelvoudige kamerDe zaak is behandeld door één rechter.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:OGEAA:2019:394
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
personen- en familierecht, kinderalimentatie
Uitspraak
Beschikking van 2 juli 2019
behorend bij EJ nr. AUA201803297
GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA
BESCHIKKING
in de alimentatiezaak tussen
DE VOOGDIJRAAD,
gevestigd in Aruba,
VERZOEKER,
vertegenwoordigd.
en
[Verweerder},
wonende in Aruba, [adres],
VERWEERDER, hierna te noemen de vader,
niet verschenen.
Belanghebbende:
[naam moeder], de moeder.
1 DE PROCEDURE
De procedure blijkt uit:
-
het verzoekschrift, ingediend op 17 oktober 2018;
-
de mondelinge behandeling ter zitting van 5 februari 2019, waar zijn verschenen, mr. M. Ras en de heer M. Loopstok namens de Voogdijraad en de moeder in persoon. De vader heeft geen verweerschrift ingediend en is, ondanks daartoe behoorlijk te zijn opgeroepen, niet verschenen.
De uitspraak is vervolgens nader
2 DE FEITEN
De thans nog minderjarige [naam minderjarige] (hierna: de minderjarige) is op [geboortedatum] 2006 in Aruba geboren uit de relatie tussen de vader en de moeder.De vader heeft de minderjarige erkend.
3 HET VERZOEK
Het verzoek strekt tot het veroordelen van de vader tot betaling van een maandelijkse bijdrage van Afl. 300,- ingaande 1 november 2018 als voorziening in de kosten van verzorging en opvoeding van de minderjarige. Daartoe wordt aangevoerd dat de vader voldoende inkomen uit arbeid geniet.
4 DE BEOORDELING
Het gerecht stelt voorop dat ouders verplicht zijn te voorzien in de kosten van verzorging en opvoeding van hun minderjarige kinderen. Dit geschiedt naar draagkracht. Artikel 1:406 lid 1 van het Burgerlijk Wetboek van Aruba (hierna: BWA) bepaalt, dat in het geval een ouder zijn verplichting tot voorziening in de kosten van verzorging en opvoeding niet of niet behoorlijk nakomt, zowel de Voogdijraad als de andere ouder de rechter kan verzoeken het bedrag te bepalen dat deze ouder ten behoeve van het kind zal moeten uitkeren.
De vader heeft geen gebruik gemaakt van de hem geboden gelegenheid zich te verweren.
De maandelijkse kosten van de minderjarige worden vastgesteld op Afl. 600,-. De moeder heeft onweersproken aangevoerd dat zij geen werk heeft en maandelijks bijstand ontvangt.
Gelet op de draagkracht van de moeder, de behoefte van de minderjarige en op het ontbreken van enig verweer acht het gerecht een met ingang van 1 januari 2019 door de vader te betalen bijdrage van Afl. 300,- per maand in de kosten van verzorging en opvoeding in overeenstemming met de wettelijke maatstaven. De vader kan niet geacht worden eerder van het verzoek te hebben kennisgenomen.
Het voorgaande leidt tot de volgende beslissing.
5 DE BESLISSING
Het gerecht:
bepaalt de door de vader [verweerder] met ingang van 1 januari 2019 maandelijks te betalen bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van de minderjarige [naam minderjarige], geboren op [geboortedatum] 2006 in Aruba, op een bedrag van Afl. 300,- per maand, en in de toekomst telkens bij vooruitbetaling aan de Voogdijraad te voldoen,
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad,
wijst af het anders of meer verzochte.
Deze beschikking is gegeven door mr. N.K. Engelbrecht, rechter in dit gerecht, en in het openbaar uitgesproken ter zitting van dinsdag 2 juli 2019 in aanwezigheid van de griffier.