Bestuursrecht overig
Verblijfsvergunning afgewezen. Beroep is ongegrond, nu beroep van de werkgever ook ongegrond is verklaard…
Gerecht in eerste aanleg van Bonaire, Sint Eustatius en Saba, 26 april 2019
ECLI:NL:OGEABES:2019:18 · Gerecht in eerste aanleg van Bonaire, Sint Eustatius en Saba · 26 april 2019
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/gerecht-in-eerste-aanleg-van-bonaire-sint-eustatius-en-saba/bestuursrecht/bestuursrecht-overig/eerste-aanleg-enkelvoudig/ecli-nl-ogeabes-2019-18
Zaakgegevens
Op 26 april 2019 heeft het Gerecht in eerste aanleg van Bonaire, Sint Eustatius en Saba in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over bestuursrecht.
- Datum uitspraak
- 26 april 2019
- Datum publicatie
- 1 mei 2019
- Zaaknummer
- War BES BON201800522
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Bestuursrecht overig
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudigEnkelvoudige kamerDe zaak is behandeld door één rechter.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:OGEABES:2019:18
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Verblijfsvergunning afgewezen. Beroep is ongegrond, nu beroep van de werkgever ook ongegrond is verklaard.
Formele relatie: War BES BON201800523
Uitspraak
GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN BONAIRE, SINT EUSTATIUS EN SABA
zittingsplaats Bonaire
Uitspraak
in het geding tussen:
[eiser],
wonend op Bonaire,
eiser,
gemachtigde: mr. E.J. Winkel, advocaat,
en
de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie,
verweerder,
gemachtigde: mr. P.J. de Graaf, werkzaam bij de IND Caribisch Nederland.
Procesverloop
Bij beschikking van 4 mei 2018 heeft verweerder de aanvraag van eiser om verlening van een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd met als doel ‘arbeid in loondienst bij ‘Student Housing Bonaire B.V.’ (de aanvraag) afgewezen (de afwijzing).
Bij beschikking van 28 augustus 2018 (het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van eiser tegen de afwijzing ongegrond verklaard.
Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.
Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.
Het Gerecht heeft de zaak, gevoegd met de zaak met nummer War BES BON201800523, ter openbare zitting behandeld op 20 maart 2019. Eiser werd daar vertegenwoordigd door zijn gemachtigde. Voor verweerder is daar zijn gemachtigde verschenen.
Na de zitting heeft het Gerecht de zaken gesplitst om daarin uitspraak te doen.
Overwegingen
1. Aan de bij het bestreden besluit gehandhaafde afwijzing van de aanvraag heeft verweerder ten grondslag gelegd dat eiser niet in het bezit was van een tewerkstellingsvergunning (twv).
2. Bij uitspraak van heden in de zaak met kenmerk War BES BON201800523, heeft het Gerecht het beroep ongegrond verklaard zodat nu aangenomen moet worden dat verweerder de afwijzing van de in het geding zijnde verblijfsaanvraag op goede gronden heeft gehandhaafd. Het beroep moet ongegrond worden verklaard.
3. Het Gerecht ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Beslissing
Het Gerecht verklaart het beroep ongegrond.
Aldus vastgesteld door mr. D. Haan, rechter in het Gerecht, en uitgesproken in het openbaar op 26 april 2019 in aanwezigheid van mr. O.H.M. Leito, griffier.
Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open binnen zes weken na kennisgeving van deze uitspraak. Zie hoofdstuk 5 van de War BES.