Strafrecht overig
Diefstal m et geweld; (poging) diefstal met geweld d.m.v braak; herkenning van de verdachte.
Gerecht in eerste aanleg van Bonaire, Sint Eustatius en Saba, 24 april 2023
ECLI:NL:OGEABES:2023:71 · Gerecht in eerste aanleg van Bonaire, Sint Eustatius en Saba · 24 april 2023
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/gerecht-in-eerste-aanleg-van-bonaire-sint-eustatius-en-saba/strafrecht/strafrecht-overig/hoger-beroep/ecli-nl-ogeabes-2023-71
Zaakgegevens
Op 24 april 2023 heeft het Gerecht in eerste aanleg van Bonaire, Sint Eustatius en Saba in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Datum uitspraak
- 24 april 2023
- Datum publicatie
- 11 juni 2026
- Zaaknummer
- 400.000320/22, 400.00251/21 en 420.00110/22
- Rechtsgebied
- Strafrecht » Strafrecht overig
- Procedure
- Hoger beroepHoger beroepEen hogere rechter behandelt de zaak opnieuw, zowel de feiten als het recht, omdat een partij het niet eens is met de eerste uitspraak.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:OGEABES:2023:71
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Diefstal m et geweld; (poging) diefstal met geweld d.m.v braak; herkenning van de verdachte.
Uitspraak
Parketnummers: 400.000320/22, 400.00251/21 en 420.00110/22 (ttz gevoegd)
Uitspraak : 24 april 2023 Tegenspraak
Vonnis van dit Gerecht
in de strafzaak tegen de verdachte:
[verdachte],
geboren op [geboortedatum] 1983 op [geboorteplaats],
wonende op [woonplaats], [adres 1],
thans gedetineerd in het huis van bewaring op Bonaire.
Onderzoek van de zaak
Het onderzoek ter openbare terechtzitting heeft plaatsgevonden op 15 februari 2023, 20 maart 2023 en 24 april 2023. De verdachte is telkens verschenen, bijgestaan door zijn raadsman mr. E.J. Winkel, advocaat op Bonaire.
De benadeelde partijen [benadeelde partij 1] en [benadeelde partij 2] hebben zich, ieder afzonderlijk, ter terechtzitting gevoegd in het strafproces met een vordering tot schadevergoeding.
De officier van justitie mr. M. Teengs-Gerritsen heeft ter terechtzitting gevorderd dat het Gerecht de – na de toegestane wijziging tenlastelegging – bij dagvaarding I onder parketnummer 400.00320/22 ten laste gelegde feiten 1, 2, 3, 4 meer subsidiair en 5, en het bij dagvaarding II onder parketnummer 400.00251/21 ten laste gelegde feit 1 bewezen zal verklaren en de verdachte daarvoor zal veroordelen tot een gevangenisstraf voor de duur van 5 jaren, met aftrek van voorarrest. Voorts heeft hij gevorderd dat het Gerecht het bij dagvaarding II onder parketnummer 420.00110/22 ten laste gelegde feit 3 bewezen zal verklaren en de verdachte daarvoor zal veroordelen tot een hechtenis van 1 maand.
Zijn vordering behelst voorts:
-
de bewaring van het in beslag genomen geldbedrag van $ 1.510,- ten behoeve van de rechthebbende;
-
de teruggave van de drie in beslag genomen telefoons aan de verdachte;
-
de afwijzing van de vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij 1]; en
-
de volledige toewijzing van de vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij 2] en de oplegging van een daarbij behorende schadevergoedingsmaatregel aan de verdachte.
De raadsman heeft bepleit dat de verdachte zal worden vrijgesproken van de bij dagvaarding I onder parketnummer 400.00320/22 ten laste gelegde feiten en van het bij dagvaarding II onder parketnummer 420.00110/22 als feit 2 ten laste gelegde feit. Ten aanzien van het bij dagvaarding II onder parketnummer 400.00251/21 ten laste gelegde feit 1 en het onder parketnummer 420.00110/22 als feit 3 ten laste gelegde feit heeft hij zich gerefereerd aan het oordeel van het Gerecht. Subsidiair heeft hij ten aanzien van alle drie de parketnummers een strafmaatverweer gevoerd.
Tenlastelegging
Aan de verdachte is – na wijziging van de feiten 1 en 4 op dagvaarding I met parketnummer 400.00320/22 ter terechtzitting – ten laste gelegd dat:
Dagvaarding met parketnummer 400.00320/22 (Dagvaarding I)
Feit 1 (CHIPMONK)
hij op of omstreeks 16 maart 2022 op het eiland Bonaire tezamen en in vereniging met een ander met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen
-
een kassa-lade;
-
$ 200,-;
-
een afstortbrievenbus;
-
twee tasjes met geld (ongeveer $1.684,-),
in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde partij 2] en/of [bedrijf], in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader, welke diefstal werd voorafgegaan, vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen [betrokkene 1](een beveiliger), gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden, gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of zijn mededader hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat verdachte en/of zijn mededader
-
die [betrokkene 1] hebben vastgepakt en/of;
-
die [betrokkene 1] op de grond hebben gezet en/of;
-
de handen van die [betrokkene 1] (met tie wraps) hebben vastgebonden en/of;
-
die [betrokkene 1] hebben gezegd rustig te blijven;
(Artikel 325 jo 49 Wetboek van Strafrecht BES)
Feit 2 (WESTPUNT)
hij op of omstreeks 24 augustus 2022 op het eiland Bonaire tezamen en in vereniging met een ander, ter uitvoering van het door verdachte en zijn mededader voorgenomen misdrijf om met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een bedrijf (toeristenaccomodatie), te weten [bedrijf], – alwaar de verdachte en/of zijn mededader zich buiten weten of tegen de wil van de rechthebbende bevond(en) – weg te nemen goederen/geld van zijn/hun gading, geheel of ten dele toebehorende aan naam [bedrijf] en/of [betrokkene 2], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader, en zich daarbij de toegang tot de plaats van het misdrijf te verschaffen en/of die/dat weg te nemen goederen/geld onder zijn/hun bereik te brengen door middel van braak, verbreking en/of inklimming, over de omheining van genoemd Resort hebben geklommen en/of vervolgens de deur van dat Resort hebben beschadigd, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;
(Artikel 324a jo 324 jo 323 jo 47 Wetboek van Strafrecht BES)
Feit 3(CHIGWELL)
hij op of omstreeks 17 oktober 2022 op het eiland Bonaire tezamen en in vereniging met een ander, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een bedrijf, te weten [bedrijf]– alwaar de verdachte en/of zijn mededader zich buiten weten of tegen de wil van de rechthebbende bevond(en) – heeft weggenomen goederen en/of een hoeveelheid geld (ongeveer $ 3.965,-), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [bedrijf], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader, waarbij verdachte en/of zijn mededader zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft/hebben verschaft en/of die/dat weg te nemen goederen onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming;
(Artikel 324a jo 324 jo 323 jo 49 Wetboek van Strafrecht BES)
Feit 4(COLON)
hij in de nacht van 13 op 14 september 2022 op het eiland Bonaire, al dan niet tezamen en in vereniging met (een) ander(en), met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen
-
een zonnebril (merk Ray-Ban) en/of
-
een horloge (merk Cluse) en/of
-
een zonnebril (merk Costes) en/of
-
een tas (merk Dille & Kamille) en/of
-
witte oordopjes/airpods (merk Apple),
in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [betrokkene 3] en/of [benadeelde partij 1], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s);
(Artikel 323 jo 49 Wetboek van Strafrecht BES)
subsidiair
hij in de periode van 13 september 2022 tot en met 1 december 2022 op het eiland Bonaire met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een horloge (merk Cluse), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [betrokkene 3], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s);
(Artikel 323 jo 49 Wetboek van Strafrecht BES)
meer subsidiair
hij in de periode van 13/14 september 2022 tot en met 1 december 2022 op het eiland Bonaire opzettelijk een horloge (merk Cluse), in elk geval enig goed, welk goed door misdrijf was verkregen, heeft gekocht, gehuurd, ingeruild, in pand genomen, als geschenk heeft aangenomen en/of uit winstbejag heeft verkocht, verhuurd, verruild, in pand heeft gegeven, vervoerd, bewaard en/of verborgen, terwijl hij ten tijde van de verwerving of het voorhanden krijgen van dit goed wist dat het een door misdrijf verkregen goed betrof;
Feit 5(CATIVA)
hij op of omstreeks 6 oktober 2022 op het eiland Bonaire tezamen en in vereniging met (een) ander(en) met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een bedrijf, te weten Flamingo TV, – alwaar de verdachte en/of zijn mededaders zich buiten weten of tegen de wil van de rechthebbende bevond(en) – heeft weggenomen goederen en/of $ 1.500,-, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan Flamingo TV, in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft/hebben verschaft en/of die/dat weg te nemen goederen/geld onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming;
(Artikel 324a jo 324 jo 323 jo 49 Wetboek van Strafrecht BES)
Dagvaarding met parketnummers 400.00251/21 en 420.00110/22 (Dagvaarding II)
Parketnummer 400.00251/22
Feit 1
hij, op of omstreeks 12 juni 2021, op het eiland Bonaire, opzettelijk en wederrechtelijk een voertuig (kenteken [kentekennummer]), in elk geval enig goed, dat geheel of ten dele aan een ander, te weten aan [bedrijf] en/of [betrokkene 4] toebehoorde, heeft vernield en/of beschadigd;
Parketnummer 420.00110/22
Feit 2
hij, op of omstreeks 18 juni 2022, op het eiland Bonaire, als bestuurder van een vierwielig voertuig, ([automerk/model] [kentekennummer]), daarmede heeft gereden over de voor het openbaar rij- of ander verkeer openstaande weg(en), te weten [adres 2], zonder in het bezit te zijn van een op zijn naam door of vanwege de gezaghebber afgegeven geldig rijbewijs voor het besturen van een motorrijtuig van de aard als door hem bestuurd;
(Artikel 100 lid 1 jo 131 Wegenverkeersverordening Bonaire)
Feit 3
hij, op of omstreeks 18 juni 2022 op het eiland Bonaire, als bestuurder van een vierwielig motorrijtuig ([automerk/model] [kentekennummer]) daarmede heeft gereden over de voor het openbaar rij- of ander verkeer openstaande weg, [adres 2], zonder dat de Wettelijke Aansprakelijkheid, waartoe dat motorrijtuig in het verkeer aanleiding kon geven, gedekt was door een verzekeringsovereenkomst welke beantwoordde aan de bij en krachtens de Wet Aansprakelijkheidsverzekering Motorrijtuigen BES gestelde bepalingen;
(Artikel 2 lid 1 jo 22 van de Wet Aansprakelijkheidsverzekering Motorrijtuigen BES)
Voorvragen
Het Gerecht stelt vast dat de dagvaarding geldig is, dat het bevoegd is tot kennisneming van de zaak, dat het openbaar ministerie ontvankelijk is in zijn vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.
Vrijspraak
Dagvaarding I Feit 4
Het Gerecht is van oordeel dat het dossier onvoldoende wettig en overtuigend bewijs bevat om te kunnen vaststellen dat de verdachte zich (samen met een ander) schuldig heeft gemaakt aan de onder feit 4 ten laste gelegde feiten.
Het Gerecht overweegt daartoe als volgt.
Op 16 september 2022 heeft [betrokkene 3] (aangeefster [betrokkene 3]) aangifte gedaan van het feit dat er in de nacht van 13 op 14 september 2022 in haar woning te [adres 3] is ingebroken door middel van insluiping. Daarbij is onder meer een gouden horloge van het merk Cluse weggenomen.
Bij de aanhouding van de verdachte op 1 december 2022 droeg hij een vrouwenpolshorloge van het merk Cluse dat overeenkwam met het horloge dat door aangeefster [betrokkene 3] als gestolen is aangegeven en dat door haar is herkend als het hare. De verdachte heeft verklaard het horloge op het strand te hebben gevonden. Nu er geen bewijs is dat de verdachte betrokken was bij de inbraak in de woning van aangeefster [betrokkene 3], en evenmin sprake is van feiten en omstandigheden die het oordeel kunnen dragen dat de verdachte ten tijde van het voorhanden krijgen van het horloge wist of redelijkerwijs moest vermoeden dat dit van misdrijf afkomstig was, moet de verdachte van deze feiten worden vrijgesproken.
Dagvaarding II Feit 2
Het Gerecht is met de officier van justitie en de raadsman van oordeel dat er voor het bij dagvaarding II onder feit 2 ten laste gelegde rijden zonder geldig rijbewijs onvoldoende wettig en overtuigend bewijs voorhanden is, nu de verdachte heeft verklaard dat hij wel over een geldig rijbewijs beschikte en het tegendeel niet is vastgesteld.
Bewezenverklaring
Het Gerecht acht - op grond van de hierna weergegeven bewijsmiddelen en de nadere bewijsoverwegingen, in onderling verband en samenhang beschouwd - wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat:
Dagvaarding I
Feit 1 (CHIPMONK)
hij op of omstreeks 16 maart 2022 op het eiland Bonaire tezamen en in vereniging met een ander met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen:
-
een kassa-lade;
-
$ 200,-;
-
een afstortbrievenbus;
-
twee tasjes met geld (ongeveer $1.384,25,-),
in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde partij 2] en/of [bedrijf], in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader, welke diefstal werd voorafgegaan, vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen [betrokkene 1] (een beveiliger), gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden, gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of zijn mededader hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat de verdachte en/of zijn mededader:
-
die [betrokkene 1] hebben vastgepakt en/of;
-
die [betrokkene 1] op de grond hebben gezet en/of;
-
de handen van die [betrokkene 1] (met tie wraps) hebben vastgebonden en/of;
-
die [betrokkene 1] hebben gezegd om rustig te blijven.;
Feit 2(WESTPUNT)
hij op of omstreeks 24 augustus 2022 op het eiland Bonaire, tezamen en in vereniging met een ander, ter uitvoering van het door de verdachte en zijn mededader voorgenomen misdrijf om met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een bedrijf (toeristenaccommodatie), te weten: [bedrijf], – alwaar de verdachte en/of zijn mededader zich buiten weten of tegen de wil van de rechthebbende bevond(en) – weg te nemen goederen/geld van zijn/hun gading, geheel of ten dele toebehorende aan naam [bedrijf] en/of [betrokkene 2], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader, en zich daarbij de toegang tot de plaats van het misdrijf te verschaffen en/of die/dat weg te nemen goederen/geld onder zijn/hun bereik te brengen door middel van braak, verbreking en/of inklimming, over de omheining van genoemd Resort hebben geklommen en/of vervolgens de deur van dat resort hebben beschadigd, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;.
Feit 3(CHIGWELL)
hij op of omstreeks 17 oktober 2022 op het eiland Bonaire, tezamen en in vereniging met een ander, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een bedrijf, te weten: [bedrijf] – alwaar de verdachte en/of zijn mededader zich buiten weten of tegen de wil van de rechthebbende bevond(en) – heeft weggenomen goederen en/of een hoeveelheid geld (ongeveer $ 3.965,-), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [bedrijf] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader, waarbij de verdachte en/of zijn mededader zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft/hebben verschaft en/of die/dat weg te nemen goederen onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming;.
Feit 5(CATIVA)
hij op of omstreeks 6 oktober 2022 op het eiland Bonaire, tezamen en in vereniging met (een) ander(en), met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een bedrijf, te weten: Flamingo TV, – alwaar de verdachte en/of zijn mededaders zich buiten weten of tegen de wil van de rechthebbende bevond(en) – heeft weggenomen goederen en/of $ 1.500,-, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan Flamingo TV, in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij de verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft/hebben verschaft en/of die/dat weg te nemen goederen en/geld onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming;.
Dagvaarding II
Parketnummer 400.00251/21
Feit 1
hij, op of omstreeks 12 juni 2021, op het eiland Bonaire, opzettelijk en wederrechtelijk een voertuig (kenteken [kentekennummer]), in elk geval enig goed, dat geheel of ten dele aan een ander, te weten: aan [bedrijf] en/of [betrokkene 4] toebehoorde, heeft vernield en/of beschadigd;.
Parketnummer 420.00110/22
Feit 3
hij, op of omstreeks 18 juni 2022, op het eiland Bonaire, als bestuurder van een vierwielig motorrijtuig ([automerk] [kentekennummer]) daarmede heeft gereden over de voor het openbaar rij- of ander verkeer openstaande weg, [adres 2], zonder dat de Wettelijke Aansprakelijkheid, waartoe dat motorrijtuig in het verkeer aanleiding kon geven, gedekt was door een verzekeringsovereenkomst welke beantwoordde aan de bij en krachtens de Wet Aansprakelijkheidsverzekering Motorrijtuigen BES gestelde bepalingen;.
Het Gerecht acht niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard, zodat hij daarvan zal worden vrijgesproken.
De in de tenlastelegging voorkomende taal- en/of schrijffouten of omissies zijn omwille van de leesbaarheid in de bewezenverklaring (cursief) verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.
Bewijsmiddelen
Het Gerecht grondt zijn overtuiging dat de verdachte het bewezen verklaarde heeft begaan, op de feiten en omstandigheden die in de hierna volgende bewijsmiddelen zijn vervat en redengevend zijn voor de bewezenverklaring.
Daarbij wordt opgemerkt dat ieder bewijsmiddel, ook in zijn onderdelen, slechts wordt gebruikt tot bewijs van dat bewezen verklaarde feit, of die bewezen verklaarde feiten, waarop het blijkens zijn inhoud betrekking heeft en, voor zover het een geschrift als bedoeld in artikel 387, eerste lid, aanhef, onder e Sv betreft, telkens slechts wordt gebezigd in verband met de inhoud van de andere bewijsmiddelen.
Voorts wordt opgemerkt dat in de bewijsmiddelen geen (expliciete) landsaanduiding is opgenomen, maar dat algemeen bekend is dat de in die bewijsmiddelen wel opgenomen plaatsen zijn gelegen op Bonaire.
Ten aanzien van de feiten bij dagvaarding I
Feit 1: Chipmonk
1.[betrokkene 1] deed op 16 maart 2022 aangifte. Hij heeft bij die gelegenheid, voor zover van belang, het volgende verklaard:
“Ik werk als beveiligingsbeambte bij [bedrijf] appartementen. Op 16 maart 2022 omstreeks 02:30 uur deed ik mijn controleronde zoals ik dat altijd doe. Het was omstreeks 03:00 uur toen ik plotseling verrast werd door twee onbekende mannen. (…) Beiden hadden een lange donkerbruine broek aan en hadden capuchon op en handschoenen aan. Ze lieten mij op de grond liggen (…). Vervolgens hadden ze mijn handen achter mijn rug met plastic streps vastgemaakt. Vervolgens hoorde ik ze zeggen om rustig te blijven (…). Ik heb gezien hoe ze de deur van de opslagruimte met een koevoet forceerden om die open te krijgen. (…)”
2. [benadeelde partij 2] deed op 16 maart 2022 aangifte van diefstal. Zij heeft bij die gelegenheid, voor zover van belang, het volgende verklaard:
“Ik doe aangifte van diefstal. (…) Ik ben de eigenaar van [bedrijf]. Ik kwam op 16 maart 2022 omstreeks 03:45 uur bij [bedrijf] aan. Ik ging direct de camerabeelden bekijken. Op de camerabeelden zag ik twee voor mij onbekende mannen die over de muur achter het hotel naar binnen sprongen. Een van hen was van fors postuur en de andere was dun. (…) Toen de beveiligingsbeambte water ging halen bij de bar werd hij verrast door deze twee mannen. Zij hadden hem gegrepen, vastgemaakt en meegenomen naar buiten. De twee onbekende mannen kwamen in het bar-hok waar de kassa-lade en al het geld lag. (…) Op de camera kon ik zien dat ze een breekijzer hadden gebruikt om zich de toegang tot deze ruimte te verschaffen. Hierdoor werden de deur en het slot vernield. Het breekijzer hebben ze meegenomen. (…)
Weggenomen goederen: de kassa-lade, $ 200,-, afstortbrievenbus en twee tasjes met daarin $ 1.384,25 ($20,25 en $ 1.364,-).”
3. De verbalisant [verbalisant 1] heeft na het uitkijken van de camerabeelden van [bedrijf] appartementen van de nacht van 16 maart 2022, voor zover van belang, het volgende gerelateerd:
“(…) De beelden zijn ook voorzien van geluiden. (…) Verdachte 2 is fors van postuur en heeft een koevoet in zijn hand. (…) Omstreeks 03.18.28 uur zegt verdachte 2 het volgende tegen verdachte 1: “E baki pretu ey, kwe e kos pa nos bai.” (Vrije vertaling: “Die zwarte bak, pak dat ding en laten we gaan.”) (…) Ik herkende verdachte 2 als de voor mij ambtshalve bekende verdachte genaamd [verdachte], geboren op [geboortedatum] 1983 te [geboorteplaats]. Ik ken [verdachte]. Ik zag hem geregeld en weet zijn manier van lopen. Hij loopt waggelend, zijn buikje steekt deels uit. Hij kan zijn armen niet bij zijn bovenlichaam houden tijdens het lopen. [verdachte] heeft tevens een grote hoofd lijkend op dat van Ben Grimm uit de tekenfilm Fantastic 4. Tevens herkende ik de stem van verdachte 2 als de stem van [verdachte]. Ik had de verdachte in het verleden verhoord. Ook praat ik met hem als ik hem in mijn vrije tijd tegenkom. (…)”
4. De verbalisant [verbalisant 2] heeft na het uitkijken van de camerabeelden van [bedrijf] appartementen van de nacht van 16 maart 2022, voor zover van belang, het volgende gerelateerd:
“(…) Ik zag dat het, ondanks de kleding die gedragen werd, om twee manspersonen ging vanwege hun lichaamsbouw. (…) Ik zag dat de tweede man een opvallend voorhoofd heeft, ondanks de gezichtsbedekking. Betrokken man herken ik aan de contouren van zijn schouder en voorhoofd als zijnde de man genaamd [verdachte]. Ik werk op het eiland Bonaire en ken [verdachte] als zijnde voetballer, maar ook als burger van het eiland Bonaire (…). Daarnaast heb ik een proces-verbaal van herkenning van [verdachte] in diverse zaken van diefstallen door middel van braak en verbreking gemaakt. (…)
Ik herken [verdachte] op de beelden “[bedrijf]” en “[bedrijf]” aan de volgende kenmerken:
-
Voorhoofd= [verdachte] zijn voorhoofd en vorm van het hoofd in zijn geheel zijn gelijkend aan het hoofd van de stripfiguur “El hombre de Piedra”.
-
[verdachte] heeft een buik die, ondanks het feit dat hij dubbele kleding draagt, opvalt. Dit omdat zijn buik een vorm heeft van een buidel van een kangoeroe.
-
Brede schouders.
-
Stand van zowel rechter- als linkerarm in combinatie met zijn lichaam. Beide armen zijn op een afstand van zijn lichaam. Stand van een bodybuilder die getraind heeft en door de spierontwikkeling zijn beide armen niet loodrecht langs zijn lichaam naar beneden gericht kan houden (…).”
5. De verbalisant [verbalisant 3] heeft na het uitkijken van de camerabeelden van [bedrijf] appartementen van de nacht van 16 maart 2022, voor zover van belang, het volgende gerelateerd:
“(…) De camerabeelden (…) zijn ook van microfoons voorzien, waardoor de verdachten zijn te horen. Op een gegeven moment zegt de verdachte die als [verdachte] werd herkend, in het Nederlands vertaald, het volgende: “De zwarte bak, pak dat ding en laten we gaan.” Op de videobeelden is te zien dat de verdachten hierna een kassa-lade meenamen en weggingen. Ik heb de verdachte [verdachte] ook aan zijn stem herkend. Ik herken de stem van [verdachte] doordat ik hem in het verleden verschillende keren als verdachte had verhoord en zijn stem daardoor ken.”
Feit 2: Westpunt
6. [betrokkene 2] deed op 24 augustus 2022 aangifte van poging tot inbraak. Hij heeft bij die gelegenheid, voor zover van belang, het volgende verklaard:
“Ik doe aangifte van poging tot inbraak. (…) Mijn vrouw en ik zijn eigenaren van het [bedrijf]. Op woensdag 24 augustus 2022 om 03:21 uur had mijn vrouw een bericht gekregen op haar telefoon dat iemand de deurbel zou hebben ingedrukt. (…) Mijn vrouw en ik zagen dat er bij de deur van het kantoor twee mannen stonden. De mannen waren beiden in het zwart gekleed en hadden hun gezichten bedekt. Een van de twee mannen had een fors postuur. (…) Ik zag dat ze bezig waren bij de kantoordeur. Ik schreeuwde: “Hey”. Ik zag dat de mannen naar mij keken. Ik zag dat de mannen onmiddellijk begonnen weg te rennen. (…) Bij de deur van het resort zag ik dat de deur beschadigd was door wat de mannen aan het doen waren. Ik zag dat de rand van de kantoordeur geforceerd was. Ik zag dat de mannen een steen hadden gezet tussen de deur en het deurscharnier. Ik zag dat het paneel van de deur aan de onderkant loshing. Wij hebben dit niet zo achtergelaten. (…)”
7. De verbalisant [verbalisant 3] heeft na het uitkijken van de camerabeelden van het [bedrijf] van de nacht van 24 augustus 2022, voor zover van belang, het volgende gerelateerd:
“(…) Op 24 augustus 2022 omstreeks 03:09 uur zag ik twee personen uit de oostelijke zijde, richting het kantoor komen lopen.
Op de camera van de deurbel is het volgende te zien:
Een man met een gezichtsbedekking staat voor de deur van het kantoor (…). Hij heeft een gezichtsbedekking met het logo Nike. Verder heeft de man een donkerkleurige jas met capuchon aan. Het is te zien dat de jas een logo aan de linkerarm heeft. (…) Het is te zien dat de man een voorwerp, vermoedelijk een koevoet, in handen heeft. (…) Het is te zien dat de jas van de eerste verdachte, ter hoogte van de linkerborst, een opschrift heeft. Op de bewegende beelden is te zien dat de verdachten bewegingen doen alsof zij de deur proberen te forceren. Op een gegeven moment kijkt de eerste verdachte weg en zijn ogen en zijn huidskleur zijn duidelijk te zien. Op de beelden herken ik de eerste verdachte met fors postuur als zijnde de man: [verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1983 (…). Ik herken hem aan zijn forse postuur en ook aan zijn huidskleur. (…)”
8. De verbalisant [verbalisant 3] heeft na het uitkijken van de camerabeelden van het [bedrijf] van de nacht van 24 augustus 2022 aanvullend en voor zover van belang, het volgende gerelateerd:
“(…) Ik herken de verdachte [verdachte] mede aan zijn stand, wanneer de verdachte stil staat is te zien dat zijn armen van zijn lichaam blijven en dat zijn buik uitsteekt. Op de videobeelden van de diefstal met geweld bij [bedrijf] is te zien dat de man met fors postuur dezelfde man is als de man bij [bedrijf]. (…) Op de videobeelden van [bedrijf] is tevens te zien dat de verdachte met fors postuur dezelfde jas aan heeft. De jas is donkerkleurig (vermoedelijk donker groen) en heeft een logo op de linkerarm en een opschrift op de linkerborst. (…) Op de beelden van [bedrijf] appartments, wanneer de verdachte met forse postuur vluchtte, is te zien dat de jas die de verdachte droeg, vermoedelijk donkergroen is. Er is ook te zien dat de jas een opschrift op de linkerborst heeft. Diezelfde jas wordt ook bij de inbraak bij [bedrijf] gedragen.”
Feit 3: Chigwell
9. [aangever] deed op 17 oktober 2022 aangifte van inbraak. Hij heeft bij die gelegenheid, voor zover van belang, het volgende verklaard:
“Ik ben werkzaam als general manager bij [bedrijf] bar/restaurant te Bonaire. Ik doe aangifte van inbraak. (…) Op 17 oktober 2022 omstreeks 02:00 uur is het bedrijf in goede orde achtergelaten en afgesloten. (…) Op 17 oktober (het Gerecht begrijpt: 2022) omstreeks 07:15 uur arriveerde de schoonmaakster. Zij zag dat de schuifdeur openstond en vond dit vreemd. Zij is naar binnen gegaan en zag dat er schade was toegebracht aan de deur van het kantoor en de zijdeur. (…) Ik ben ter plaatse gegaan en heb de videobeelden van de bewakingscamera’s bekeken. Ik zag daarop dat er vannacht omstreeks 03:15 uur aan het slot van de zijdeur werd gerommeld. Het cilinderslot is door de verdachten vernield. Ik zag hierop dat er twee personen, gekleed in hoodies, met handschoenen, gezicht bedekkende kleding en zonnebrillen op, de zaak binnen gingen. Ik zag dat het een kleine en lange verdachte betrof. (…) De sirene van het alarm is door de verdachten vernield. In het hoofdkantoor hebben de verdachten tevens een kast vernield. In deze kast stond een kluis met de dagomzet van afgelopen vrijdag, zaterdag en zondag. Het betreft circa 2500-3000 Amerikaanse dollars. De verdachten hebben dit geldbedrag weggenomen. Hierop hebben de verdachten een kast en kluis van het kantoor van het hotel opengebroken. In de kluis lag een envelop met daarin 265 Amerikaanse dollars. In de kluis lag tevens een geldkistje met daarin 700 Amerikaanse dollars. Beide geldbedragen zijn door de verdachten weggenomen.
Weggenomen goederen: $3.965,-.”
10. De verbalisant [verbalisant 3] heeft na het uitkijken van de camerabeelden van [bedrijf] bar en restaurant van de nacht van 17 oktober 2022, voor zover van belang, het volgende gerelateerd:
“(…) Door mij werden de videobeelden bekeken en ik herken de man [verdachte], geboren op [geboortedatum] 1983 te [geboorteplaats], als zijnde één van de verdachten betrokken bij die inbraak. (…) Ik herken [verdachte] aan zijn brede postuur. Tevens draagt hij dezelfde jas die hij bij de diefstal met geweld (onderzoek Chipmunk) en de poging tot diefstal onder verzwarende omstandigheden (onderzoek Westpunt) droeg. Bij de diefstal met geweld (onderzoek Chipmunk) droegen de verdachten, volgens de aangever, ook bruine, lange broeken, welke ook op de videobeelden van [bedrijf] te zien zijn. Hieronder zijn de afbeeldingen te zien waarop [verdachte] dezelfde jas aan heeft.”
11. De verbalisant [verbalisant 1] heeft na het uitkijken van de camerabeelden van [bedrijf] bar en restaurant van de nacht van 17 oktober 2022, voor zover van belang, het volgende gerelateerd:
“(…) Op de videobeelden zijn twee verdachten te zien. Ik heb een van de verdachten herkend als de mij ambtshalve bekende man genaamd [verdachte] geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1983.
Op dit beeld bij de pers in/uitgang herkende ik de verdachte aan zijn postuur als [verdachte]. Hij heeft dezelfde hoodie/jas aan als toen hij in de maand maart 2022 bij [bedrijf] een overval pleegde. Toen werd ook zijn stem door de camera opgenomen. Men ziet op het beeld van [bedrijf] een logo op de linkerarm. Op de beelden van [bedrijf] is het logo ook te zien. (…) Ik herkende hem aan zijn postuur, grote hoofd en aan zijn buik die een beetje uitsteekt. [verdachte] heeft bij alle inbraken waarop hij op het beeld staat een koevoet bij zich. Zijn modus operandi is inbraak plegen door gebruikmaking van een koevoet. (…)”
12. Eigen waarneming van de rechter ter terechtzitting van 20 maart 2023, voor zover inhoudende:
De rechter ziet dat de verdachte op het door de verbalisant [verbalisant 1] beschreven beeld (zie beeld onder bewijsmiddel 11) bij de in/uitgang een lange, rechte staaf in zijn rechterhand heeft, gelijkend op een koevoet.
Feit 5: Cativa
13. [betrokkene 6] deed op 3 oktober 2022 aangifte van inbraak en diefstal. Hij heeft bij die gelegenheid, voor zover van belang, het volgende verklaard:
“Ik doe aangifte namens Flamingo TV Bonaire. Op 3 oktober 2022 is er tussen 02:30 uur en 03:45 uur ingebroken. Ik ben zeker van de tijdstippen omdat er camerabeelden zijn van de inbraak. Er zijn vier daders bij deze inbraak betrokken. Ze hebben een raam vernield om zo in een van de kantoren te komen. (…) Ze hebben 4 kluisjes/geldkisten meegenomen welke in een bureau lagen. (…) In totaal is dus 1500 dollars gestolen.(…)
Weggenomen goederen: $ 1.500,-.”
14. De verbalisant [verbalisant 3] heeft na het uitkijken van de camerabeelden van Flamingo TV van de nacht van 3 oktober 2022, voor zover van belang, het volgende gerelateerd:
“(…) Op de videobeelden is te zien dat er vier personen richting het gebouw van Flamingo TV rennen. Van de vier personen herken ik de man [verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1983. Hieronder zijn er screenshots van de persoon die ik als [verdachte] herken. Op de videobeelden is te zien dat hij een koevoet in zijn rechterhand draagt.
Ik herken [verdachte] aan het volgende:
-
Zijn forse postuur.
-
Zijn bolle buik.
-
Hij draagt dezelfde kleren als bij de diefstal met geweld bij [bedrijf] op 16 maart 2022, de poging diefstal onder verzwarende omstandigheden bij [bedrijf] en de diefstal onder verzwarende omstandigheden bij [bedrijf]. Hij heeft een donkerkleurige jas aan met een logo aan de linkerarm. Dit is ook op de videobeelden van Flamingo TV te zien. Hij draagt een crèmekleurige/lichtbruine broek. (…)”
Ten aanzien van feit 1 bij dagvaarding II
15[betrokkene 7] deed op 12 juni 2021 aangifte van vernieling. Hij heeft bij die gelegenheid, voor zover van belang, het volgende verklaard:
“Ik ben medewerker van het bedrijf [bedrijf] en doe aangifte van vernieling namens de eigenaar [betrokkene 4]. (…) Op 12 juni 2021 omstreeks 06:00 uur arriveerde ik bij de plaats delict te [adres]. (…) Ik zag ook de man voor mij bekend als [verdachte] staan. Ik parkeerde mijn dienstvoertuig met kenteken [kentekennummer] dwars met de voorkant richting de fuel tanken van Curoil. (…) Ik zag dat [verdachte] een steen had gepakt en die met opzet gooide richting de onbekende man. Ik zag dat de steen de man niet raakte, maar de achterkant van mijn dienstvoertuig raakte. (…) Ik zag vervolgens een deuk en verfschade aan het dienstvoertuig.”
16. De verdachte heeft tijdens een verhoor op 23 augustus 2021 omstreeks 13.45 uur ten overstaan van de politie, voor zover van belang, het volgende verklaard:
“(…) Het is waar dat ik schade aan een dienstauto van [bedrijf] heb aangericht. (…) Ik heb twee bakstenen van de grond gepakt en gooide er één eerst op de man. De man rende weg en ontweek de baksteen, waardoor de baksteen in de richting van de Roadservice dienstwagen bonsde en de achterkant van de Roadservice dienstwagen raakte. Hierdoor ontstond er schade aan de bus.”
Ten aanzien van feit 3 bij dagvaarding II
17. Op 18 juni 2022 omstreeks 03:16 uur bevonden de verbalisanten [verbalisant 1] en [verbalisant] zich ter hoogte van Kaya L.D. Gerharts. Zij hebben het volgende, voor zover van belang, gerelateerd:
“(…) Ter hoogte van Tung Fong Store bleek het goudkleurige voertuig te zijn van het merk [automerk/model] en voorzien van het kentekenplaatnummer [kentekennummer]. De bestuurder bleek te zijn de ambtshalve bekende “[verdachte]”. Ter controle of (…) het motorrijtuig was gedekt door een verzekeringsovereenkomst, vorderde ik, verbalisant [verbalisant 1], van de bestuurder aan mij (…) een bewijs van verzekering als bedoeld in artikel 2 lid 1 juncto 22 van de Wet Aansprakelijkheidsverzekering Motorrijtuigen BES behoorlijk ter inzage af te geven. Aan deze vordering voldeed hij niet.”
18. De verdachte heeft ter terechtzitting het volgende verklaard:
“Het klopt dat de auto waarin ik op 18 juni 2022 reed niet verzekerd was.”
Bewijsoverwegingen
De raadsman heeft ten aanzien van de bij dagvaarding I onder 1, 2, 3 en 5 ten laste gelegde feiten bepleit dat de verdachte zal worden vrijgesproken. Hij heeft daartoe aangevoerd dat er geen enkel bewijs is voor de betrokkenheid van zijn cliënt bij de hem verweten feiten, anders dan de herkenningen door de verbalisanten. Het gezicht en lichaam van de persoon op de beelden, die door de verbalisanten als de verdachte wordt herkend, zijn echter volledig bedekt zodat specifieke (gezichts)kenmerken niet te onderscheiden zijn. Voorts is niet duidelijk welke kennis voorafgaand aan het bekijken van de videobeelden bij verbalisanten bekend was, of de verbalisanten met elkaar contact hebben gehad over de beelden en of de verbalisanten juist vanwege de kennis die ze hadden niet – bewust of onbewust – vooringenomen waren. Er is geen objectief bewijs ter ondersteuning van deze herkenningen. Daarnaast is ook de gedane stemherkenning onvoldoende om tot een herkenning te kunnen komen, nu de dader slechts enkele woorden heeft gesproken.
Ten aanzien van de bij dagvaarding II onder 1 en 3 ten laste gelegde feiten heeft de raadsman zich gerefereerd aan het oordeel van het Gerecht.
Het Gerecht overweegt hierover als volgt.
Hoewel moet worden toegegeven dat de verbalisanten de verdachte – vanwege de gebruikte vermommingen – niet hebben herkend aan zijn gezicht, maar aan andere lichaamskenmerken (en in een geval tevens aan zijn stem), acht het Gerecht deze herkenningen om de navolgende redenen wel betrouwbaar en bruikbaar voor het bewijs.
Vooropgesteld wordt dat het in de onderhavige gevallen steeds gaat om herkenningen aan de hand van bewegende beelden en daarvan gemaakte stills, door politieambtenaren die ambtshalve en/of in privé meerdere malen contact hebben gehad met de verdachte. Zij zijn daardoor bekend met zijn specifieke fysieke eigenschappen en moeten daarom in beginsel in staat worden geacht deze te herkennen. Zo verklaart verbalisant [verbalisant 1] dat hij de verdachte kent en hem geregeld zag. Verbalisant [verbalisant 1] kent de verdachte als voetballer en als burger van Bonaire. Daarnaast heeft hij in verschillende strafzaken een proces-verbaal van herkenning van de verdachte opgemaakt. Verbalisant [verbalisant 3] heeft de verdachte in het verleden verschillende keren als verdachte verhoord.
Als opvallend kenmerk wijzen de verbalisanten erop dat bij de verdachte sprake is van een bijzondere stand van de armen ten opzichte van het bovenlichaam (in die zin dat de armen niet recht naar beneden langs het bovenlichaam hangen, maar daarvan afstaan), en dat hij een relatief groot hoofd heeft. Deze specifieke kenmerken zijn door de verbalisanten in alle vier de gevallen herkend.
Daarbij komt dat de verdachte bij feit 1 niet alleen is herkend aan deze lichaamskenmerken, maar tevens aan zijn stem.
Het Gerecht neemt voorts in aanmerking dat de herkenningen door de verbalisanten steun vinden in de modus operandi van de verdachte. Uit de hiervoor opgenomen bewijsmiddelen blijkt dat kenmerkend voor de werkwijze van de verdachte bij het plegen van de inbraken en de poging inbraak is dat telkens een bedrijf als doelwit wordt gekozen, waar tussen ongeveer twee en vier uur ’s nachts wordt binnengegaan. De daders verschaffen zich toegang tot kantoren en andere algemene bedrijfsruimten (niet op bijvoorbeeld gastenkamers), waar zij verwachten geld buit te kunnen maken. Daarbij maken zij gebruik van een koevoet. Ten slotte blijkt uit de opgenomen bewijsmiddelen dat de verdachte zich telkens op kenmerkende manier kleedde. Zijn gezicht was steeds volledig bedekt en hij droeg altijd dezelfde donkergekleurde jas (met een logo op de linkerarm en een opschrift op de linkerborst).
Gelet op al het bovenstaande heeft het Gerecht geen twijfel aan de betrouwbaarheid en de juistheid van de door de verbalisanten gedane herkenningen. Er zijn geen aanwijzingen dat deze herkenningen zijn beïnvloed doordat de verbalisanten hierover vooraf contact met elkaar hebben gehad of anderszins zijn geïnformeerd.
Het voorgaande leidt tot de slotsom dat de verdachte zich naar het oordeel van het Gerecht samen met (een) ander(en) schuldig heeft gemaakt aan diefstal met geweld te [bedrijf] appartementen alsmede aan de inbraken te [bedrijf] bar en restaurant en Flamingo TV, alsmede aan de poging tot inbraak te [bedrijf].
Strafbaarheid en kwalificatie van het bewezen verklaarde
Dagvaarding I
Het onder 1 bewezen verklaarde is voorzien bij en strafbaar gesteld in artikel 325 juncto artikel 49 van het Wetboek van Strafrecht BES. Het wordt als volgt gekwalificeerd:
Diefstal, vergezeld van geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal gemakkelijk te maken, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen.
Het onder 2 bewezen verklaarde is voorzien bij en strafbaar gesteld in artikel 323 juncto artikel 324 juncto artikel 47 juncto artikel 49 van het Wetboek van Strafrecht BES. Het wordt als volgt gekwalificeerd:
Poging tot diefstal, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen.
Het onder 3 en 5 bewezen verklaarde is voorzien bij en strafbaar gesteld in artikel 323 juncto artikel 324 juncto artikel 49 van het Wetboek van Strafrecht BES. Het wordt als volgt gekwalificeerd:
Telkens: diefstal, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen.
Dagvaarding II
Het onder 1 bewezen verklaarde is voorzien bij en strafbaar gesteld in artikel 366 van het Wetboek van Strafrecht BES. Het wordt als volgt gekwalificeerd:
Opzettelijk en wederrechtelijk enig goed dat geheel of ten dele aan een ander toebehoort beschadigen.
Het onder 3 bewezen verklaarde is voorzien bij en strafbaar gesteld in artikel 2 juncto artikel 22 van de Wet aansprakelijkheidsverzekering motorrijtuigen BES. Het wordt als volgt gekwalificeerd:
Als bestuurder van een motorrijtuig daarmee over de weg rijden, terwijl niet is voldaan aan de verplichting tot het sluiten van een verzekering die voldoet aan de bij en krachtens de Wet aansprakelijkheidsverzekering motorrijtuigen BES gestelde bepalingen.
Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezen verklaarde uitsluiten.
Strafbaarheid van de verdachte
Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluiten.
De verdachte is daarom strafbaar voor het hiervoor bewezen verklaarde.
Oplegging van straf
Bij de bepaling van de op te leggen straf wordt gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, op de omstandigheden waaronder het bewezen verklaarde is begaan, op de mate waarin de gedraging aan de verdachte te verwijten is en op de persoon van de verdachte, zoals een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting naar voren is gekomen. Daarbij wordt rekening gehouden met de ernst van het bewezen verklaarde in verhouding tot andere strafbare feiten, zoals die onder meer tot uitdrukking komt in de hierop gestelde wettelijke strafmaxima en in de straffen die voor soortgelijke feiten worden opgelegd.
Ten aanzien van dagvaarding I en dagvaarding II, feit 1
De verdachte heeft zich samen met anderen schuldig gemaakt aan meerdere strafbare feiten, bestaande uit bedrijfsinbraken en een poging daartoe, alsook beschadiging van een andermans voertuig. Tijdens de beroving bij [bedrijf] appartementen is de bewaker beetgepakt, vastgebonden en op de grond gezet. Dit, zodat de verdachte en diens medeverdachte zich in de ruimte konden begeven waar zij de kassa-lade en de afstortbrievenbus hebben weggenomen. Deze gebeurtenis moet zeer beangstigend en traumatisch voor het slachtoffer zijn geweest.
Voor wat betreft de twee bedrijfsinbraken en een poging daartoe, heeft de verdachte met zijn handelen aangetoond geen respect te hebben voor de eigendommen van een ander en heeft hij zich enkel laten leiden door financieel gewin. Met zijn handelen heeft de verdachte niet alleen schade en overlast veroorzaakt bij de gedupeerden, ook heeft hij bijgedragen aan gevoelens van angst, onrust en onveiligheid in de Bonairiaanse gemeenschap. Het Gerecht rekent dit de verdachte zwaar aan.
Naar het oordeel van het Gerecht kan gelet op de ernst van het bewezen verklaarde niet worden volstaan met een andere of lichtere sanctie dan een straf die een onvoorwaardelijke vrijheidsbeneming met zich brengt.
Bij het bepalen van de op te leggen straf heeft het Gerecht in aanmerking genomen dat de verdachte, blijkens de hem betreffende strafkaart, eerder onherroepelijk is veroordeeld voor soortgelijke feiten, laatstelijk in 2019. Hij lijkt van het plegen van inbraken een gewoonte te maken en toont geen inzicht in het strafwaardige van zijn handelen.
Verder heeft het Gerecht kennis genomen van de door en namens de verdachte naar voren gebrachte persoonlijke omstandigheden, maar ziet het geen aanleiding om daar in strafmatigende zin rekening mee te houden.
Het Gerecht komt tot een lagere straf dan door de officier van justitie gevorderd, nu het de verdachte van feit 4 (dagvaarding I) zal vrijspreken.
Het Gerecht is, na dit een en ander te hebben afgewogen, tot de slotsom gekomen dat in beginsel een gevangenisstraf voor de duur van 4 jaar passend en geboden is.
Het Gerecht heeft geconstateerd dat het bevel tot bewaring en verlenging bewaring van 9 december 2022, alsook het bevel tot gevangenhouding van 27 december 2022 – door een intern organisatorisch misverstand – is gegeven door een functionaris die toen nog in opleiding was en nog niet tot rechter-commissaris was benoemd. Het Gerecht merkt dit aan als een normschending. Hoewel deze normschending, door de aftrek van de voorlopige hechtenis van de bij dit vonnis op te leggen straf, er niet toe leidt dat de verdachte meer tijd in detentie (heeft) moet(en) doorbrengen dan anders het geval zou zijn geweest, acht het Gerecht hiervoor wel een strafkorting van een maand op haar plaats.
De verdachte zal dan ook worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 47 maanden
Ten aanzien van dagvaarding II, feit 3
Het door de verdachte bestuurde voertuig was niet verzekerd. Rijden zonder verzekering bemoeilijkt het verhaal van schade ingeval van een ongeval. Door zo te handelen heeft de verdachte zijn verantwoordelijkheid in het verkeer en jegens andere weggebruikers veronachtzaamd.
Met de officier van justitie is het Gerecht, mede gelet op de recidive, zoals die uit de strafkaart van de verdachte blijkt, van oordeel dat een hechtenis van één maand voor dit feit, passend en geboden is.
In beslag genomen voorwerpen
Aan de orde is voorts het op 1 december 2022 onder de verdachte in beslag genomen en nog niet teruggegeven geldbedrag van $ 1.510,-. Het Gerecht stelt op grond van de processtukken en het onderzoek ter terechtzitting vast dat het dossier onvoldoende aanwijzingen bevat dat dit geldbedrag door middel van of uit de baten van de door de verdachte gepleegde strafbare feiten is verkregen.
Het Gerecht is gelet op het voorgaande van oordeel dat zich geen strafvorderlijk belang verzet tegen teruggave aan de verdachte van dit in beslag genomen geldbedrag. Daarom zal daarvan de teruggave aan de verdachte worden gelast.
Schadevergoeding
De na te noemen benadeelde partijen hebben zich in het strafproces gevoegd met vorderingen tot schadevergoeding tot na te noemen bedragen:
Dagvaarding I
Feit 1
[benadeelde partij 2] tot een bedrag van $ 1.767,24 ter zake van:
Geld in kassa-lade $ 200,-
Kassa-lade $ 100,-
Twee DA tasjes $ 10,-
Inhoud DA tasjes $ 1.384,25
Afstortbrievenbus $ 39,99
Deurslot $ 33,-
Feit 4
[benadeelde partij 1] tot een bedrag van $ 106,60 ter zake van:
Airpods $ 144,40 minus $ 37,40 (vergoeding verzekering)
De verdediging heeft de vordering betwist.
Uit het onderzoek ter terechtzitting is het Gerecht genoegzaam gebleken dat de benadeelde partij [benadeelde partij 2] als gevolg van verdachtes onder 1 (dagvaarding I) bewezen verklaarde handelen rechtstreeks schade heeft geleden tot het gevorderde bedrag. De verdachte is tot vergoeding van die schade gehouden, zodat de vordering tot dat bedrag toewijsbaar is.
Het Gerecht stelt vast dat de verdachte jegens het slachtoffer [benadeelde partij 2] naar burgerlijk recht aansprakelijk is voor de schade die door het onder feit 1 (dagvaarding I) bewezen verklaarde is toegebracht. Uit het onderzoek ter terechtzitting is het Gerecht genoegzaam gebleken dat het slachtoffer als gevolg daarvan rechtstreeks schade heeft geleden tot een bedrag van $ 1.767,24. Voor het geval volledige betaling of volledig verhaal van het verschuldigde bedrag niet volgt, zal vervangende hechtenis van na te melden duur worden opgelegd.
Nu het Gerecht de verdachte zal vrijspreken van het ten laste gelegde handelen onder feit 4 (dagvaarding I) waardoor de gestelde schade van de benadeelde partij [benadeelde partij 1] zou zijn veroorzaakt, kan de benadeelde partij niet in haar vordering worden ontvangen.
Het Gerecht beslist over de proceskosten als hierna te melden.
Toepasselijke wettelijke voorschriften
De op te leggen straffen zijn, behalve op de reeds aangehaalde wettelijke voorschriften, gegrond op de artikelen 38f, 60 en 64 van het Wetboek van Strafrecht BES, zoals deze luidden ten tijde van het bewezen verklaarde.
BESLISSING
Het Gerecht:
verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte bij dagvaarding I onder 4 en bij dagvaarding II onder 2 ten laste is gelegd en spreekt hem daarvan vrij;
verklaart wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte de bij dagvaarding I onder 1, 2, 3 en 5, en de bij dagvaarding II onder 1 en 3 ten laste gelegde feiten heeft begaan;
verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt hem daarvan vrij;
kwalificeert het bewezen verklaarde als hiervoor omschreven;
verklaart het bewezen verklaarde strafbaar en de verdachte daarvoor strafbaar;
Dagvaarding II, feit 3
veroordeelt de verdachte tot een hechtenis voor de 1 (één) maand;
Dagvaarding I en dagvaarding II, feit 1
veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de 47 (zevenenveertig) maanden;
beveelt dat de tijd die door de verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht;
gelast de teruggave van $ 1.510,- alsmede de drie mobiele telefoons geregistreerd onder IBN-28, IBN-29 en IBN-30 aan de verdachte;
wijst de vordering tot vergoeding van de door de benadeelde partij [benadeelde partij 2] geleden schade toe tot een bedrag van $ 1.767,24 (zegge: duizendzevenhonderdzevenenzestig Amerikaanse dollars en vierentwintig centen), en veroordeelt de verdachte, die hoofdelijk voor het gehele bedrag aansprakelijk is, om dit bedrag tegen een behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan de benadeelde partij;
veroordeelt de verdachte in de kosten door de benadeelde partij [benadeelde partij 2] gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging alsnog te maken;
legt aan de verdachte als schadevergoedingsmaatregel ten behoeve van de benadeelde partij [benadeelde partij 2] de verplichting op tot betaling aan de Staat van een bedrag van $ 1.767,24 (zegge: duizendzevenhonderdzevenenzestig Amerikaanse dollars en vierentwintig centen), bij gebreke van betaling of verhaal te vervangen door 27 (zevenentwintig) dagen hechtenis, met dien verstande dat toepassing van de vervangende hechtenis de betalingsverplichting niet opheft;
bepaalt dat, indien de verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat, daarmee zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien de verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij, daarmee zijn verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen;
bepaalt dat indien en voor zover (een van) de mededader(s) van de verdachte voormeld bedrag heeft betaald aan de benadeelde partij of de Staat, de verdachte in zoverre is bevrijd van voormelde verplichting tot betaling aan de benadeelde partij of aan de Staat;
verklaart de benadeelde partij [benadeelde partij 1] niet-ontvankelijk in de vordering en bepaalt dat deze de vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen.
Dit vonnis is gewezen door de rechter mr. drs. S.M. van Lieshout, bijgestaan door mr. O.H.M. Leito, (zittingsgriffier), en op 24 april 2023 in tegenwoordigheid van de griffier uitgesproken ter openbare terechtzitting van het Gerecht in Curaçao met een directe beeld- en geluidsverbinding met het Gerechtsgebouw op Bonaire.