Arbeidsrecht
vordering doorbetaling loon
Gerecht in eerste aanleg van Curaçao, 28 oktober 2021
ECLI:NL:OGEAC:2021:203 · Gerecht in eerste aanleg van Curaçao · 28 oktober 2021
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/gerecht-in-eerste-aanleg-van-curacao/civiel-recht/arbeidsrecht/eerste-aanleg-enkelvoudig/ecli-nl-ogeac-2021-203
Zaakgegevens
Op 28 oktober 2021 heeft het Gerecht in eerste aanleg van Curaçao in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over arbeidsrecht.
- Instantie
- Gerecht in eerste aanleg van Curaçao
- Datum uitspraak
- 28 oktober 2021
- Datum publicatie
- 23 november 2021
- Zaaknummer
- CUR202102787
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Arbeidsrecht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudigEnkelvoudige kamerDe zaak is behandeld door één rechter.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:OGEAC:2021:203
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
vordering doorbetaling loon
Uitspraak
[afbeelding niet beschikbaar] GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN CURAÇAO
Zaaknummer: CUR202102787
Beschikking d.d. 28 oktober 2021
inzake
[VERZOEKER],
wonende in Curaçao,
verzoeker,
gemachtigde: mr. O. Lodowica,
tegen
de besloten vennootschap
CONSIGNACIONES CARIBE CURACAO B.V.,
gevestigd in Curaçao,
verweerster,
niet verschenen.
Partijen zullen hierna [verzoeker] en CCC worden genoemd.
1 Het procesverloop
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het verzoekschrift van 28 september 2021, met de daarbij overgelegde
producties;
- de mondelinge behandeling op 21 oktober 2021, alwaar [verzoeker] is verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde. [Verzoeker] en zijn gemachtigde hebben beiden het woord gevoerd. Namens CCC, hoewel behoorlijk opgeroepen, is niemand verschenen.
De uitspraak is bepaald op heden.
2 De vaststaande feiten
Verzoeker] is per 1 september 2015 in dienst getreden van CCC als Operation Supervisor. Hij heeft een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd en verdient een bruto maandsalaris van NAf 4.681,54.
Verzoeker] heeft zich steeds beschikbaar gehouden om zijn werk te verrichten, maar heeft al vanaf mei 2020 niet meer gewerkt en geen salaris ontvangen. De laatste betaling van CCC aan hem dateert van april 2020 en bedroeg NAf 3.125,92.
3 Het geschil
[Verzoeker] verzoekt bij beschikking, uitvoerbaar bij voorraad:
hem toe te staan kosteloos te procederen;
CCC te veroordelen tot het doorbetalen van loon, verhoogd met de vertragingsrente en de wettelijke rente;
CCC te veroordelen in de proceskosten.
Aan dit verzoek legt hij de vaststaande feiten ten grondslag.
Op de stellingen van [verzoeker], voor zover voor de te nemen beslissing van belang, zal hierna worden ingegaan.
4 De beoordeling
Gezien de door hem overgelegde kaart rechtgevende op kostenloze rechtskundige bijstand zal [verzoeker] worden toegestaan kosteloos te procederen.
De stellingen van [verzoeker] kunnen zijn verzoek dragen en het verzoek komt het gerecht niet onrechtmatig of ongegrond voor. Het verzoek zal daarom worden toegewezen, wat betreft vertragingsrente (waarmee [verzoeker] kennelijk bedoelt: de wettelijke verhoging van artikel 7A:1614q BW) en de wettelijke rente als hierna geformuleerd.
CCC zal worden veroordeeld in de kosten van dit geding, gevallen aan de zijde van [verzoeker] en tot aan deze beschikking begroot op NAf 50,- wegens griffierecht en NAf 2.500,00 wegens salaris gemachtigde.
5 De beslissing
Het gerecht:
verleent [verzoeker] toestemming kosteloos te procederen;
veroordeelt CCC tot het doorbetalen van het loon van [verzoeker], vermeerderd met de wettelijke verhoging als bedoeld in artikel 7A:1614q BW en met de wettelijke rente over de loonbedragen vanaf de respectieve vervaldata tot de dag der voldoening;
veroordeelt CCC in de kosten van dit geding, gevallen aan de zijde van [verzoeker] en tot aan deze beschikking begroot op NAf 2.550,00;
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beschikking is gegeven door mr. O. Nijhuis, rechter in het Gerecht in eerste aanleg van Curaçao, en op 28 oktober 2021 uitgesproken ter openbare terechtzitting in aanwezigheid van de griffier.