Civiel recht overig

Bodemzaak. Tussenvonnis. Benoeming deskundige voor taxatie onroerende zaak.

Gerecht in eerste aanleg van Curaçao, 20 april 2026

Zaakgegevens

Op 20 april 2026 heeft het Gerecht in eerste aanleg van Curaçao in een bodemzaak uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.

Datum uitspraak
20 april 2026
Datum publicatie
24 augustus 2026
Zaaknummer
CUR202403910
Procedure
Bodemzaak
ECLI
ECLI:NL:OGEAC:2026:155
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Bodemzaak. Tussenvonnis. Benoeming deskundige voor taxatie onroerende zaak.

Uitspraak

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN CURAÇAO

Zaaknummer: CUR202403910

Vonnis van 20 april 2026

in de zaak van

[eiseres],
wonend in [woonplaats],

eiseres in conventie,

verweerster in reconventie,
gemachtigde: voorheen mr. J.E. Lovert, vervolgens procederend in persoon, thans mr. M.A. van der Hoeven,


tegen

[gedaagde],

wonend in [woonplaats],
gedaagde in conventie,

eiseres in reconventie,
gemachtigde: mr. L.G. Da Costa Gomez.


Partijen worden hierna [eiseres] en [gedaagde] genoemd.

1 Het procesverloop

1.1.

Het procesverloop blijkt uit:

  • het (tussen)vonnis van 15 december 2025;

  • de akte niet-dienen van 23 februari 2026 ten aanzien van [gedaagde];

  • de akte van 23 februari 2026 aan de zijde van [eiseres].

1.2.

Vonnis is bepaald op vandaag.

2 De verdere beoordeling

in conventie en in reconventie

2.1.

Bij tussenvonnis van 15 december 2025 heeft het gerecht overwogen dat het voornemens is om deskundige Brouwer Taxaties tot deskundige te benoemen om – kort gezegd - het perceel met twee opstallen aan [adres] naar marktwaarde te taxeren. Partijen zijn in de gelegenheid gesteld om zich bij akte uit te laten over de persoon van de te benoemen deskundige en de aan de deskundige te stellen vraag.

2.2. [

gedaagde] heeft geen akte genomen. [eiseres] heeft zich bij akte van 23 februari 2026 uitgelaten en bericht zich niet te kunnen verenigen met het voornemen om Brouwer Taxaties tot deskundige te benoemen. In het tussenvonnis is overwogen dat indien er bezwaar is tegen de beoogd deskundige, gemotiveerd dient te worden toegelicht waarom dit het geval is. Voor zover [eiseres] heeft willen aanvoeren dat Brouwer Taxaties partijdig zou zijn, heeft zij dit niet gemotiveerd en ook niet anderszins toegelicht waarom zij zich niet kan verenigen met de te benoemen deskundige. Nu [eiseres] haar bezwaar tot benoeming van de beoogd deskundige niet heeft gemotiveerd, gaat het gerecht aan haar bezwaar voorbij en zal het gerecht overgaan tot benoeming van Brouwer Taxaties.

2.3. [

eiseres] heeft geen bezwaar gemaakt tegen de reeds in het voormelde tussenvonnis genoemde vraagstelling aan de deskundige en evenmin aanvullende vragen voorgesteld. Het gerecht blijft bij de vraagstelling zoals in r.o. 2.4 van het tussenvonnis is overwogen.

2.4.

In het tussenvonnis is al aangekondigd dat partijen ieder de helft van het totale voorschot voor de deskundige ter griffie moeten deponeren. Brouwer Taxaties heeft het voorschot voor de kosten van het onderzoek begroot op Cg 1.045, te vermeerderen met 7% kantoorkosten en 6% omzetbelasting (1 uur x Cg 475 per uur voor de senior taxateur en 2 uren x Cg 285 per uur voor de medior taxateur). Indien gewenst kunnen partijen hiertegen bezwaar maken op de wijze als hierna in de beslissing vermeld onder 3.3.

2.5.

Het gerecht wijst erop dat partijen wettelijk verplicht zijn om mee te werken aan het onderzoek door de deskundige. In dit geval houdt dat onder meer in dat [gedaagde] de taxateur de volledige toegang tot het gehele object (dus ook tot in het huis) verschaft als de deskundige dit nodig acht om de taxatie te verrichten. Het gerecht zal deze verplichtingen uitwerken zoals nader onder de beslissing omschreven. Wordt aan een van deze verplichtingen niet voldaan, dan kan het gerecht daaruit de gevolgtrekking maken die zij geraden acht, ook in het nadeel van de desbetreffende partij.

2.6.

Indien een partij desgevraagd of op eigen initiatief schriftelijke opmerkingen en verzoeken aan de deskundige doet toekomen, dient zij daarvan terstond afschrift aan de wederpartij te verstrekken.

2.7.

Anders dan [eiseres] heeft verzocht, zal thans niet worden bepaald dat de zaak na het indienen van de deskundigenrapport een half jaar op de parkeerrol zal worden geplaatst om een onderhandse verkoop te betrachten omdat voor verwijzing naar de parkeerrol gelet op artikel 47 lid 2 van het procesreglement een eenparig verzoek nodig is. Naar het oordeel van het gerecht is er verder ook geen aanleiding om de zaak al naar de parkeerrol te verwijzen. Na het deskundigenbericht zullen partijen in de gelegenheid worden gesteld zich over het deskundigenrapport uit te laten. Uiteraard staat het partijen in deze stand van de procedure vrij om een eenparig verzoek tot verwijzing naar de parkeerrol in te dienen om de onderhandse verkoop te betrachten.

2.8.

Gelet op het voorgaande ziet het gerecht nu geen aanleiding om de taxateur, zoals [eiseres] verzoekt, eveneens als verkoopmakelaar te benoemen.

2.9.

Iedere verdere beslissing zal worden aangehouden.

3 De beslissing

in conventie en in reconventie

Het gerecht:

de deskundige en de te beantwoorden vragen

3.1.

beveelt als gevolg van het bepaalde onder 2.4. van het vonnis van 15 december 2025 een onderzoek door een deskundige ter beantwoording van de volgende vragen:

1. Op welk bedrag waardeert u per datum van de taxatie de marktwaarde

van de onroerende zaak bestaande uit het tot 9 mei 2028 lopend recht van erfpacht op een perceel grond gelegen in het stadsdistrict van Curaçao te [plaats], kadastraal bekend als [plaats], met het daarop gebouwde, plaatselijk bekend als [adres], waarop een woonhuis (met huisnummer [a]) en een appartement (met huisnummer [b]) zijn gebouwd?

2. Heeft u nog overige opmerkingen die voor de beoordeling van de zaak van belang zouden kunnen zijn?

3.2.

benoemt tot deskundige:

Brouwer Taxaties B.V.,

[contactgegevens deskundige]

het voorschot

3.3.

bepaalt met het oog op de vaststelling van het voorschot op de kosten van de deskundige het volgende:

- partijen kunnen desgewenst binnen twee weken na dagtekening van de brief van de griffie schriftelijk bij het gerecht bezwaar maken tegen de begroting;

- indien niet of niet tijdig bezwaar wordt gemaakt, wordt de hoogte van het voorschot op de kosten van de deskundige reeds nu voor alsdan vastgesteld op het door de deskundige begrote bedrag;

- indien wel tijdig bezwaar wordt gemaakt, zal het voorschot worden vastgesteld bij afzonderlijke rechterlijke beslissing,

3.4.

bepaalt dat beide partijen bij helfte het voorschot dienen over te maken op het bankrekeningnummer van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie, Emancipatie Boulevard, Dominico “Don” Martina 18 Curaçao, Willemstad:

XCG: Banco di Caribe [a]

USD: Banco di Caribe [b]

EUR: Banco di Caribe [c]

BIC/Swift code: [swift code]

onder vermelding van "voorschot deskundigenrapport zaak CUR202403910" en binnen vier weken na de datum van dit vonnis in het geval niet binnen twee weken bezwaar is gemaakt tegen de begroting van de deskundige, dan wel ingeval van tijdig bezwaar binnen vier weken na de vaststelling van de begroting bij afzonderlijke rechterlijke beslissing;

3.5.

draagt de griffier op om de deskundige onmiddellijk in kennis te stellen van de betaling van het voorschot,

het onderzoek

3.6.

bepaalt dat partijen een kopie van hun procesdossier in afschrift aan de deskundige dienen te doen toekomen,

3.7.

bepaalt dat de deskundige het onderzoek zelfstandig zal instellen op de door de deskundige in overleg met partijen te bepalen tijd en plaats,

3.8.

bepaalt dat de deskundige binnen twee weken nadat hij het bericht heeft gekregen dat het voorschot is gedeponeerd met partijen een afspraak moet hebben gemaakt voor een datum en tijdstip respectievelijk periode waarin het onderzoek zal plaatsvinden en die datum of periode aan het gerecht moet hebben doorgegeven, tenzij een dergelijke afspraak vanwege de aard van het onderzoek naar het oordeel van de deskundige niet nodig is,

3.9.

wijst de deskundige er op dat:

- de deskundige voor aanvang van het onderzoek dient kennis te nemen van de Leidraad deskundigen in civiele zaken (te raadplegen op www.rechtspraak.nl of desgevraagd te verkrijgen bij de griffie),

- de deskundige het onderzoek pas na het bericht van de griffier omtrent betaling van het voorschot dient aan te vangen,

- de deskundige het onderzoek onmiddellijk dient te staken en contact dient op te nemen met de griffier, indien tijdens de uitvoering van de werkzaamheden het voorschot niet toereikend blijkt te zijn,

3.10.

bepaalt dat partijen nadere inlichtingen en gegevens aan de deskundige dienen te verstrekken indien deze daarom verzoekt, de deskundige toegang dienen te verschaffen tot voor het onderzoek noodzakelijke plaatsen, en de deskundige ook voor het overige gelegenheid dienen te geven tot het verrichten van het onderzoek,

3.11.

bepaalt dat de griffier een kopie van dit vonnis en van het vonnis van 15 december 2025 aan de deskundige zal toezenden,

het schriftelijk rapport

3.12.

draagt de deskundige op om uiterlijk twee maanden na het schriftelijk bericht van de griffier omtrent de betaling van het voorschot een schriftelijk en ondertekend bericht in drievoud ter griffie van het gerecht in te leveren, onder bijvoeging van een gespecificeerde declaratie,

3.13.

wijst de deskundige er op dat:

- uit het schriftelijk bericht moet blijken op welke stukken het oordeel van de deskundige is gebaseerd,

- de deskundige een concept van het rapport aan partijen moet toezenden, opdat partijen de gelegenheid krijgen binnen vier weken daarover bij de deskundige opmerkingen te maken en verzoeken te doen, en dat de deskundige in het definitieve rapport de door partijen gemaakte opmerkingen en verzoeken en de reactie van de deskundige daarop moet vermelden,

3.14.

bepaalt dat partijen binnen vier weken dienen te reageren op het concept-rapport van de deskundige nadat dit aan partijen is toegezonden en dat partijen bij de deskundige geen gelegenheid hebben op elkaars opmerkingen en verzoeken naar aanleiding van het concept-rapport te reageren,

overige bepalingen

3.15.

bepaalt dat de zaak op de rol zal komen voor conclusie na deskundigenbericht op een termijn van vier weken na ontvangst ter griffie van het rapport,

3.16.

draagt de griffier op de zaak op een eerdere rol te plaatsen indien het voorschot niet binnen de daarvoor bepaalde (eventueel verlengde) termijn is ontvangen: voor akte uitlating voortprocederen aan beide zijden op een termijn van twee weken,

3.17.

verklaart de beslissing over het voorschot uitvoerbaar bij voorraad,

3.18.

houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit vonnis is gewezen door mr. M.E.B. de Haseth, rechter, en in het openbaar uitgesproken.

Procesreglement voor civiele zaken in eerste aanleg en in hoger beroep.