Civiel recht overig

Investering in online supermarkt Crisp. Geen vernietiging overeenkomst wegens dwaling of bedrog. Wel een…

Rechtbank Amsterdam, 28 oktober 2026

Zaakgegevens

Op 28 oktober 2026 heeft de Rechtbank Amsterdam in een bodemzaak uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Zittingsplaats
Amsterdam
Datum uitspraak
28 oktober 2026
Datum publicatie
27 oktober 2026
Zaaknummer
C/13/767264 / HA ZA 25-910
Procedure
Bodemzaak
Advocaat
mr. R.Q. Potter, mr. J.W. Leedekerken
ECLI
ECLI:NL:RBAMS:2026:10572
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Investering in online supermarkt Crisp. Geen vernietiging overeenkomst wegens dwaling of bedrog. Wel een directe opeisingsgrond wegens schending garantie. Veroordeling tot betaling met inachtneming contractuele achterstelling.

Uitspraak

RECHTBANK Amsterdam

Civiel recht

Zaaknummer: C/13/767264 / HA ZA 25-910

Vonnis van 28 oktober 2026

in de zaak van

1. de coöperatie met uitgesloten aansprakelijkheid

XO EQUITY COÖPERATIEF U.A.,

gevestigd te Amsterdam,

hierna te noemen: XO Equity,
2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

MALAPS HOLDING B.V.,

gevestigd te Ede,

hierna te noemen: Malaps Holding,
3. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

ME HOLDING B.V.,

gevestigd te Ede,

hierna te nomen: ME Holding,
4. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

[eiser 4] B.V.,

gevestigd te [vestigingsplaats] ,

hierna te noemen: [eiser 4] ,

eisende partijen in conventie,

verwerende partijen in reconventie,

hierna samen te noemen: Investeerders,

advocaat: mr. R.Q. Potter,

tegen

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

FRESH FOOD VENTURES GROUP B.V.,

gevestigd te Amsterdam,

gedaagde partij in conventie,

eisende partij in reconventie,

hierna te noemen: Crisp,

advocaat: mr. J.W. Leedekerken.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het tussenvonnis van 17 december 2025, waarbij een mondelinge behandeling is bepaald;

- het proces-verbaal van de mondelinge behandeling van 4 juni 2026, met de daarin genoemde stukken;

- reacties op het proces-verbaal van Investeerders van 14 juli 2026 en Crisp van 15 juli 2026.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De feiten

2.1.

Crisp is in 2018 opgericht en is bestuurder en enig aandeelhouder van haar Nederlandse dochtervennootschappen Crisp B.V., Eetfabriek B.V. en De Krat B.V. Door Crisp en haar dochtervennootschappen wordt gezamenlijk de 'Crisp-onderneming' gedreven. Via een online supermarkt-app biedt de onderneming gebruikers in Nederland en Vlaanderen de mogelijkheid om boodschappen, weekboxen en verse maaltijden te bestellen.

2.2.

Het bestuur van Crisp bestaat, via de financiële holding Fresh Food Ventures Founders B.V., uit de [functie 1] van Crisp: [naam 1] , [naam 2] en [naam 3] (hierna: [naam 3] ).

2.3.

Investeerders richten zich ieder op het doen van investeringen in ondernemingen.

2.4.

Eind april 2024 zijn Crisp en XO Equity voor het eerst met elkaar in contact gekomen. Op 6 mei 2024 vond een eerste bespreking plaats en werd de mogelijkheid besproken dat XO Equity zou investeren in Crisp.

2.5.

Voorafgaand aan deze bespreking heeft Crisp XO Equity per e-mail van 5 mei 2024 informatie gestuurd over haar business case en heeft zij een informatiepakket meegestuurd. Crisp deelde dit informatiepakket met iedere (potentiële) investeerder. Het bevatte informatie over onder meer het business- en duurzaamheidsmodel, de markt, de binnengehaalde financiering in verschillende fases en de daarbij betrokken investeerders, actuele bedrijfsresultaten waaronder omzet- en EBITDA cijfers, de verwachte groei na Q1 2024 en de investeringsmogelijkheid.

2.6.

Op 13 mei 2024 heeft Crisp per e-mail aan XO Equity een door Bank of America opgestelde beoogde waardering van Crisp toegestuurd. In reactie hierop liet XO Equity aan Crisp weten dat zij de waardering te hoog vond en dat zij om die reden niet bereid was om een investering in Crisp te doen.

2.7.

Crisp heeft op verzoek van XO Equity op 21 mei 2024 per e-mail informatie over haar ‘cap table’ en ‘board structure’ toegezonden. Verder deelde Crisp per e-mail van 27 mei 2024 op eigen initiatief een performance update met XO Equity.

2.8.

Eind mei 2024 meldde zich naast XO Equity ook Malaps Holding als potentiële investeerder in Crisp. Crisp deelde ook met Malaps Holding informatie over de Crisp-onderneming.

2.9.

Crisp heeft bij e-mailbericht van 3 juli 2024 aan XO Equity een gewijzigd voorstel gedaan, waarin zij de waardering van Crisp heeft verlaagd en waarbij [naam 4] ( [functie 2] van XO Equity, hierna: [naam 4] ) een ‘board seat’ werd aangeboden, al dan niet als ‘observer’. XO Equity en Crisp hebben vervolgens verder onderhandeld over de voorwaarden van de financiering.

2.10.

Daarna maakten ook [eiser 4] en ME Holding kenbaar dat zij geïnteresseerd waren om in Crisp te investeren. Een concept overeenkomst (Convertible Loan Agreement, hierna: CLA) werd op 22 augustus 2024 per e-mail met Malaps Holding, ME Holding en [eiser 4] gedeeld.

2.11.

Op 23 augustus 2024 vond een vervolgoverleg plaats tussen Crisp en de Investeerders, waarin een performance update werd gegeven. In het voorafgaand aan dit overleg door Crisp aan Investeerders verstuurde e-mailbericht staat onder meer:

“Realised H1'24:

o Closed H1 slightly above EBITDA target, with 23% topline growth and underlying 69% growth of weekly shopping customers. We continue to operate with very good grip

Outlook for H2:

o Closed July on target and August tracking on target as well. Sales slightly lower than plan, margins/profit slightly better. On track to hit/outperform H2 plan (…)

o Focus point: Team. We reduced to positions in the management team. This has shaken up the team a bit, so clear focus of founders to stay close to team and give enough attention to people.

o Focus point: Suppliers. We are behind on supplier contributions and payment terms. This is still a huge margin (and cash) leaver. [naam 5] (CFO) has taken ownership of this operational workstream to improve. (…)

Currently, the equity round stands at €13.1mn. (…)

o Like previous round, we close each investor in a short CLA so that all is locked in and at end of September we close the round in one turn at the notary converting to equity.”

2.12.

Op 27 augustus 2024 werd de concept CLA per e-mail door Crisp aan XO Equity verzonden.

2.13.

Begin september 2024 hebben Investeerders kenbaar gemaakt dat zij met alle Investeerders via een gezamenlijke entiteit wensten te investeren. In de periode na 6 september 2024 is namens de Investeerders over de inhoud van de CLA gecorrespondeerd door [naam 4] en hun advocaat.

2.14.

In een e-mailbericht van 16 september 2024 stuurde Crisp aan Investeerders een update over de recente resultaten van Crisp. Hierin staat vermeld:

“Huidige ronde

We staan zoals telefonisch aangegeven nu op €13.15mn, en er komen nog commitments binnen van partijen die we nu nog spreken. Ik doe m'n best de ronde nog verder te vullen naar de €15mn.

Mbt cash en plan :

De zomer zijn de duurste maanden voor ons qua werkkapitaal (minder klantomzet en je moet nog suppliers van de maanden ervoor betalen) en de uitgaven voor de TV reclame direct na de zomer (back to school). Er staat momenteel ruim €1.1mn op de bank, in lijn met ons plan. Burn was vorige maand €1.0mn. Q4 total burn is 3.3mn. Q1 total burn is €1.8mn. Vervolgens staat EBITDA positief vanaf april 2025.

Operationeel zoals ik ook al telefonisch aangaf: EBITDA voor afgelopen juni, juli en ook augustus ieder afgesloten iets beter dan plan. September koerst ook op plan. We hebben goed grip op bottomline.

Uiteraard nog steeds spannend hoe Q4 gaat zijn, maar dat is ieder jaar zo.

Debt refinancing werkstroom :

Dit track loopt met als doel om voor de kerst duidelijkheid te hebben op banken en terms, zodat we na de kerst closing traject in kunnen gaan. Dit ziet er vooralsnog goed uit, spreken hele serie banken, en moving forward. [naam 5] (CFO) runt dit.

Equity financing 2025

We hebben straks een break-even business, heel gezonde klantdynamiek, diep gedifferentieerd product. En een supersterk duurzaamheidsprofiel. Klaar om gas mee te geven voor profitable growth met de juiste partner voor de komende jaren. We staan goed opgelijnd voor een grote stap omhoog. Samen met rvc (en dus ook met jullie) maken we komende maanden een plan om in Q1/2 2025 naar de markt te gaan hiervoor.”

2.15.

De tekenversie van de CLA was op 25 september 2024 gereed. De CLA werd op 30 september 2024 door de laatste partij ondertekend. In de CLA zijn partijen overeengekomen dat Investeerders gezamenlijk een converteerbare lening verstrekken aan Crisp van in totaal € 5.000.000,00, en dat dit bedrag tussen 30 september 2024 en 14 oktober 2024 zou converteren naar cumulatief preferente aandelen C in het kapitaal van Crisp tegen een vaste prijs. De aandelen zouden worden verkregen door een nog door Investeerders op te richten gezamenlijke entiteit. Ook is overeengekomen dat XO Equity het recht heeft om een vertegenwoordiger aan te wijzen als niet-stemgerechtigde waarnemer in de Raad van Commissarissen (hierna: RvC) van Crisp. In de CLA zijn onder meer de volgende bepalingen opgenomen:

“3.9 The Borrower undertakes that it will not provide to any party, contract terms, rights, or benefits more favorable, in form or substance (including, for the avoidance of doubt to (other) New Investors to secure the Additional Amount), and other than those provided to the Lenders pursuant to this Agreement, unless, in any such case, the Lenders have been provided with such equal contract terms, rights and benefits. The Lenders hereby agree in advance that if and to the extent the Borrower agrees such more favorable terms to any party, then any such terms shall be deemed to form part of this Agreement without an amendment and restatement of this Agreement being required. The Borrower shall promptly upon entering into any agreement stipulating such more favorable terms notify the Lenders thereof in writing, accompanied by a copy of the relevant agreement. (…)

5.2

As of the signing date of this Agreement, the Company shall not enter into any additional agreements or modify any existing agreements with any existing Investor, Lenders or any future investor in the Company that have the effect of establishing rights or otherwise benefiting such investor in a manner more favorable than the rights and benefits established in favor of the Lenders by this Agreement, unless in any such case the other Lenders have also been provided with such rights and benefits. (…)

6.1

Each of the following events shall constitute an Event of Default for the purpose of this Agreement: (…)

6.1.2

Representations and Warranties . The misrepresentation of any statements made in Clause 5.1. (…)

6.1.4

Material breach . the Borrower is in material breach of its material obligations under this Agreement. (…)

6.2

If an Event of Default occurs and if capable of being remedied, is not remedied within 30 (thirty) calendar days the earlier of (i) the Lenders giving notice thereof to the Borrower and (ii) the Borrower becoming aware of such failure to comply; then, the relevant Lender may at its election, by serving written notice on the Borrower, declare all or any portion of the Loan and accrued Interest (together with any other amounts accrued or payable under this Agreement) to become (notwithstanding anything contrary in this Agreement) due and payable by the Borrower on demand of the Lenders.

6.3

The Borrower shall inform the Lenders as soon as possible by notice of the occurrence of an Event of Default or any event has occurred or is anticipated which with the lapse of time would reasonably constitute an Event of Default.

6.4

In case of an Event of Default, the Loan plus accrued Interest is subordinated in right of payment to the prior (re)payment in full by the Borrower of any amounts then due and payable (whether actual or contingent, whether in existence on the date of this Agreement or thereafter) to any of the Borrower's banks and/or the Venture Debt Financing, except any indebtedness expressly subordinated to or made on a parity (i.e. ranking pari passu) with the amounts due under this Agreement.(…)

17 Waivers

The Parties hereby irrevocably waive their right to dissolve (ontbinden) or annul (vernietigen) this Agreement, whether in full or in part, or to demand full or partial dissolution or annulment and/or amendment of this Agreement after the funding of the Loan by the Lenders by virtue of Section 265 of Book 6 DCC (breach of contract; toerekenbare tekortkoming in de nakoming), Section 258 of Book 6 DCC (unforeseen circumstances; onvoorziene omstandigheden) and/or Section 228 of Book 6 DCC in conjunction with Section 230 of Book 6 DCC (error; dwaling), or to request a competent court to amend this Agreement on the basis of Section 230 sub 2 of Book 6 DCC. In the event of a breach of this Agreement, the only remedy for the Lenders shall be a claim for damages and not for specific performance (nakoming).”

2.16.

Investeerders hebben na de totstandkoming van de CLA het overeengekomen bedrag van € 5.000.000,00 aan Crisp betaald.

2.17.

Op 3 oktober 2024 heeft een RvC vergadering van Crisp plaatsgevonden. De door XO Equity aangewezen niet-stemgerechtigde waarnemer, [naam 4] , was hierbij niet aanwezig. In de PowerPoint presentatie van deze RvC vergadering staat op slide 3 vermeld:

“For P&L, EBITDA break-even still on plan for April 2025, with outlook EBITDA on plan (e.g. EBITDA pre HQ positive in Q4). Main challenge is cash given NWC changes, that are worse than plan

We operate with good grip on EBITDA, hitting plan. NWC is harder to control well, resulting in ~€1.8mn cash need higher than anticipated. Lower topline has limited effect on EBITDA (we solve for bottomline margin), but gives tighter ability to steer NWC. Realisation that effectively running the business at end of runway is challenging”

En op slide 54 van de PowerPoint presentatie is opgenomen:

“Complication

Due to working capital challenge, we probably need €2-4mn more cash (vs the 13mn we raised now) by end of Q1, to run the business without end of line measures

We can’t cut ourselves to profitability”

2.18.

Bij e-mail van 4 oktober 2024 lieten Investeerders aan Crisp weten dat zij nog bezig waren met het oprichten van de gezamenlijke entiteit, en dat deze hopelijk volgende week zou zijn opgericht.

2.19.

Bij e-mail van 9 oktober 2024 heeft Crisp aan de advocaat van Investeerders bericht dat door hen is besloten de conversie rond 1 december 2024 te laten plaatsvinden, zodat zij nog een poging konden doen om de financieringsronde verder te vullen en zodat Investeerders onder meer de gezamenlijke entiteit konden opzetten. In reactie hierop heeft de advocaat van Investeerders per e-mail van 10 oktober 2024 bericht dat dit akkoord is, met daarbij de opmerking dat voor de verlenging van de deadline date een gezamenlijk besluit nodig was en met het verzoek aan Crisp om dit voortaan dus eerst met Investeerders af te stemmen.

2.20.

Op 11 oktober 2024 stuurde Crisp aan [naam 4] een e-mailmet het verzoek volgende week bij te praten over een aantal onderwerpen. In dit e-mailbericht is onder meer het volgende opgenomen:

“Paar topics:

RvC: Even afspreken hoe we de intro doen zodat je kan instromen. Volgende meeting is 2 december.

- Huidige performance: marge, EBITDA en PR loopt goed. Omzet en werkkapitaal valt tegen. Let's discuss, dan zijn jullie goed bij

- Tax structuring: even als dubbel check of jullie hier nu nog iets op nodig hebben van ons”

Op 18 oktober 2024 heeft het gesprek over de genoemde onderwerpen plaatsgevonden.

2.21.

In een telefoongesprek tussen Crisp ( [naam 3] ) en Investeerders ( [naam 4] ) van 7 november 2024 heeft Crisp een update gegeven over de business van Crisp. Als bijlage bij een e-mail van 10 november 2024 ontvingen Investeerders vervolgens van Crisp een ‘Investor update’. In de begeleidende e-mail is onder meer het volgende geschreven:

“However, despite good operations, we have a clear liquidity issue that requires immediate action and puts the company at risk. We are working fast on this, and will get back to you asap (ie. in the coming weeks) with implications. See the exec summary in the deck for some more background.”

2.22.

Per e-mail van 30 november 2024 ontvingen Investeerders van Crisp een eerste voorstel voor een oplossing voor de door haar geconstateerde acute liquiditeitsbehoefte:

“Situatie: de onderneming heeft additioneel kapitaal nodig

o De cornerstone investeerders hebben voorwaarden geformuleerd om nu een beoogde ronde van €16mn op te halen. Het concept is dat deze ronde met iedereen gesplit wordt, er een duidelijke incentive is om minstens pro-rata te doen. NB: dit betekent dus dat we de geplande ronde van H1 2025 direct nu dekken

o Waardering: de pre-money van de nieuwe ronde is de post-money van de CLA ronde (zie onder)

o Investment threshold: minstens pro-rata. Behoudt op al je geïnvesteerd preferred kapitaal (pref A/B/C en deze investering) een 1x liq pref, senior tov de andere klasses

o Boven pro-rata: dit geeft voor (enkel) het surplus boven pro-rata een 4x liq pref.

o Investeer je niet (of onder de drempel), dan verwater je dus in aandeel en er zal een aanzienlijk pool aan kapitaal senior zijn tov van je oudere investering

Aanpassing CLA ronde

o Zoals besproken willen we de voorwaarden aanpassen van de CLA waaronder jullie geinvesteerd hebben. De waardering in de CLA ronde wordt met ruim 40% verlaagd van effectief €89mn pre money naar een nieuwe pre-money waardering €50mn. Zoals aangegeven: dit initiatief komt vanuit ons als management, hebben we ons hard voor gemaakt en cornerstones zijn hier in principe nu ook akkoord mee

(NB: die €89mn is de corresponderende effectieve waardering behorend bij de €93mn pre-money die genoemd wordt in de CLA, gegeven dat effect van anti-dilution eerst afgewikkeld moet zijn zoals overeengekomen)

o Resultaat is dat XO Capital niet een 4.7% fully diluted aandeel in de onderneming zal hebben na closing van de CLA, maar een 7.3% fully diluted. Dat is een ruim 1.5x groter aandeel”

2.23.

In een e-mailbericht van 2 december 2024 heeft [naam 4] namens Investeerders onder meer het volgende aan Crisp geschreven:

“Zoals zojuist telefonisch besproken blijven wij bereid mee te denken over een eventuele oplossing voor de ontstane situatie, maar kijken wij ook naar onze juridische positie voor het geval dat geen passende oplossing tot stand komt.

In verband daarmee heeft deBreij bijgaande conceptbrief opgesteld, waarbij wordt overgegaan tot opeisen van het uitstaande bedrag wegens inbreuken op de CLA. Het is nog een conceptbrief en omdat we momenteel spreken over een oplossing voor de ontstane situatie, hebben we nog geen opdracht gegeven om de brief te verzenden. Zoals telefonisch ook besproken zien wij uiteraard het liefste dat we deze brief niet hoeven te verzenden.”

2.24.

Op 11 december 2024 liet [naam 4] namens Investeerders per e-mail aan Crisp weten bereid te zijn mee te werken aan een conversie op de voorwaarden zoals door hem geschetst in zijn e-mail.

2.25.

Bij e-mail van 17 december 2024 heeft Crisp aan Investeerders onder meer het volgende bericht:

“Zoals het er nu naar uitziet lijken we een route te hebben:

o CLA converteert op de aanzienlijk verlaagde waardering zoals aangegeven

o Conversie is naar de nieuwe serie D aandelen, dezelfde klasse als nu nieuw geld wat op het pro-rata wordt geinvesteerd met 1 x liq pref (er is dus geen extra investering voor nodig van jullie om die klasse te kunnen krijgen).

o Tot nu toe hebben we een hele serie investeerders bereid om mee te doen in de ronde. Er is nog niemand die ik gesproken heb die zegt niet mee te willen doen. Dat is goed. Echter, gegeven dat we 44 individuele investeerders hebben, is het plaatje nog niet compleet. Ik kan vooralsnog niet garanderen dat letterlijk iedereen mee doet. (…)

Ik -en de investeerders- hoop van harte dat jij en jullie je in deze aanpak kunnen vinden.”

2.26.

Bij e-mail van 18 december 2024 heeft Crisp het volgende aan Investeerders geschreven:

“Goed je vandaag even te spreken.

Zoals aangegeven zetten we ons maximaal in en kan ik met vertrouwen het voorstel uit onderstaande mail brengen. Wel dus ook de realisatie dat het simpelweg niet mogelijk is aan jullie wens te voldoen de ronde enkel pro-rata participaties te vullen, alleen al gezien jullie eigen deel (en management’s) deel door iemand gedaan moet worden, wat al boven prorata impliceert. Desalniettemin, zien we vooralsnog een brede participatie onder Crisp investeerders en hoop ik je vrijdag bericht te brengen dat we ook op dit vlak je een acceptabel resultaat kunnen bieden.”

2.27.

Bij e-mail van 23 december 2024 heeft Crisp Investeerders bericht dat ‘eigenlijk alle investeerders’ mee doen in de investeringsronde. Ook stelde Crisp voor dat [naam 4] kennis zou maken met de voorzitter van de RvC van Crisp, [naam 6] (hierna: [naam 6] ).

2.28.

Op 30 december 2024 heeft een kennismakingsgesprek plaatsgevonden tussen [naam 4] en [naam 6] .

2.29.

Op 23 januari 2025 heeft [naam 4] in een bespreking op kantoor bij XO Equity aan Crisp medegedeeld dat Investeerders overgingen tot het opeisen van het uitstaande bedrag onder de CLA. Bij brief van 31 januari 2025 heeft de advocaat van Investeerders Crisp gesommeerd het uitstaande bedrag terug te betalen. In deze brief is onder meer het volgende geschreven:

“15 On 13 January 2025, the Borrower provided the Lenders with the proposed terms of the envisaged financing round (which includes the conversion of the Outstanding Ammount). This proposal has such negative implications for the Lenders that they can no longer take the Borrower seriously in reaching an common solution. The relevant proposal (in short) stipulates, among other things, that (i) a 4x liquidation preferences applies to certain existing shareholders participating in the investment round, but not to the Lenders, (ii) Shares L are granted to certain existing shareholders participating in the investment round resulting in all historical investments to move to the most senior level in liquidation preference, and (iii) effectively moving the shares issued to the Lenders to a more junior liquidation preference. As a result of such terms, the Lender will not receive their full investment back until an amount of sales proceeds of EUR 189,000,00 is distributed among certain shareholders (whereas in the original proposal, the Lenders would receive their full investment once an amount of approximately EUR 49,000,00 is distributed among certain shareholders). The proposed terms of the financing rounds are aggressive, totally uncommon, not market-based and impair the Lenders’ payback capacity.

16 Following the above, this proposal strongly favors the existing shareholders over the Lenders and the Lenders would thereby be offered no realistic security of payment. That is not acceptable for the Lenders, and they are therefore forced to demand payment of the Outstanding Amount.

17 Given the aforementioned failed settlement negotiations, the Lenders cannot cooperate with conversion. The parties have not been able to reach an agreement on conversion, because conversion has always been conditional on the parties reaching agreement. The statements in your e-mail”

2.30.

Bij brief van 7 februari 2025 heeft de advocaat van Crisp afwijzend op de brief van Investeerders gereageerd, en heeft hij namens Crisp Investeerders verzocht om te berichten dat zij medewerking zullen verlenen aan de conversie. Vervolgens heeft de advocaat van Crisp bij e-mail van 17 februari 2025 Investeerders in gebreke gesteld wat betreft het uitblijven van medewerking aan de conversie. Daarop heeft de advocaat van Crisp gereageerd per e-mail van 18 februari 2025.

2.31.

Op 17 februari 2025 heeft de conversie plaatsgevonden van de leningen van de andere investeerders in de Series C Extension Round. Een dag later op 18 februari 2025 zijn de Series D Preferred Shares uitgegeven. Iedere investeerder die investeerde in de Series D Round, kreeg daarbij het zogenoemde L-share. Dit aandeel zorgde ervoor dat ook de historische investeringen van de betreffende investeerder in de A, B en C rondes op gelijke preferentie kwamen als de Series D Preferred Shares.

2.32.

Op 26 februari 2025 en 21 maart 2025 hebben Investeerders ten laste van Crisp diverse conservatoire beslagen gelegd.

2.33.

Op 25 juni 2025 heeft Crisp een bankgarantie gesteld voor de vorderingen van Investeerders, waarop Investeerders de conservatoire beslagen hebben opgeheven.

2.34.

Op 6 januari 2026 en 19 februari 2026 heeft op verzoek van Investeerders een voorlopig getuigenverhoor plaatsgevonden ten overstaan van deze rechtbank. Als getuigen zijn gehoord [naam 3] , [naam 7] , [naam 2] , [naam 4] , [naam 6] en [naam 8] .

3 Het geschil

in conventie

3.1.

Investeerders vorderen, bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad om:

(i) primair: de CLA te vernietigen op grond van bedrog, althans: de CLA te vernietigen op grond van dwaling;

(ii) subsidiair: de (rechts)gevolgen van de CLA zodanig te wijzigen dat het door Investeerders geleden nadeel wordt opgeheven, middels terugbetaling van het uitstaande bedrag onder de CLA en het terzijde stellen van artikel 6.4 van de CLA;

(iii) meer subsidiair: voor recht te verklaren dat (a) sprake is van een directe opeisingsgrond in de zin van de CLA, waardoor het uitstaande bedrag van de lening inclusief rente direct opeisbaar is, en (b) artikel 6.4 van de CLA in de gegeven omstandigheden naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is, waardoor deze bepaling ter zijde gesteld wordt;

(iv) Crisp te veroordelen binnen twee dagen na betekening van het in deze zaak te wijzen vonnis aan Investeerders te voldoen een bedrag ter hoogte van € 5.000.000,00, vermeerderd met de wettelijke handelsrente over dit bedrag vanaf 30 september 2024, althans vanaf 7 februari 2025, althans vanaf de dag van de dagvaarding, zulks tot aan de dag van algehele voldoening;

(v) Crisp te veroordelen binnen twee werkdagen na betekening van het in deze zaak te wijzen vonnis aan Investeerders te voldoen een bedrag ter hoogte van € 40.000,00 voor alle gemaakte beslagkosten;

(vi) Crisp te veroordelen binnen twee werkdagen na betekening van het in deze zaak te wijzen vonnis aan Investeerders te voldoen een bedrag ter hoogte van € 6.775,00 wegens buitengerechtelijke incassokosten;

(vii) Crisp te veroordelen tot betaling van de kosten van dit geding.

3.2.

Investeerders leggen aan hun vorderingen samengevat ten grondslag dat de CLA door bedrog, althans dwaling tot stand is gekomen. Voor zover de rechtbank geen bedrog of dwaling aanneemt, leggen zij aan hun vorderingen ten grondslag dat het aan Crisp geleende bedrag direct opeisbaar is, omdat voldaan is aan een in artikel 6.1 CLA opgenomen opeisingsgrond.

3.3.

Crisp betwist dat Investeerders hebben gedwaald bij het aangaan van de CLA en dat zij Investeerders bij het aangaan van de CLA heeft bedrogen. Ook voeren zij onder meer het verweer dat partijen zijn overeengekomen dat de CLA niet wegens dwaling kan worden vernietigd. Crisp betwist ook dat het aan haar geleende bedrag direct opeisbaar is. Er is niet voldaan aan een in de CLA opgenomen opeisingsgrond. Crisp concludeert tot niet-ontvankelijkheid van Investeerders, dan wel tot afwijzing van de vorderingen van Investeerders, met uitvoerbaar bij voorraad te verklaren veroordeling van Investeerders in de kosten van deze procedure (waarbij de proceskosten vanaf 24 februari 2026 begroot zouden moeten worden op de werkelijk door haar gemaakte kosten).

3.4.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.

in reconventie

3.5.

Crisp vordert, na eiswijziging, samengevat, en voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:

  • i) Investeerders te veroordelen om binnen veertien dagen na het vonnis, primair het uitstaande bedrag van de Lening van € 5.115.890 te converteren in aandelen Series C Preferred Shares tegen een uitgifteprijs van € 281,40 per aandeel; en subsidiair het uitstaande bedrag van de Lening van € 5.115.890 te converteren in aandelen Series D Preferred Shares tegen een uitgifteprijs van € 151,03 per aandeel;

  • ii) te bepalen dat dit vonnis op de voet van artikel 3:300 BW in de plaats treedt van een op te maken notariële akte tot levering van de aandelen en dezelfde kracht zal hebben als een dergelijke akte, indien Investeerders niet binnen veertien dagen na het vonnis aan de veroordeling tot conversie van de Lening hebben voldaan;

  • iii) Investeerders te veroordelen alle door hen ten laste van Crisp gelegde (derden)beslagen op te heffen en Investeerders te veroordelen tot vergoeding van beslagschade, te weten (i) de concreet gespecificeerde schadeposten ter hoogte van € 1.039.494 en (ii) de overige beslagschade, nader te vereffenen en op te maken bij staat, telkens te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf twee weken na het vonnis;

  • iv) voor recht te verklaren dat Investeerders gehouden zijn tot vergoeding van alle rente die uit hoofde van de door Crisp verstrekte bankgarantie verschuldigd is of nog verschuldigd zal worden vanaf 19 mei 2026 tot aan de dag waarop de verplichtingen uit hoofde van de bankgarantie volledig zijn voldaan dan wel - indien dat eerder is - tot aan de dag waarop (a) de vorderingen van de Investeerders (in de onderhavige procedure) onherroepelijk zijn afgewezen, of (b) de Investeerders onherroepelijk afstand hebben gedaan van hun rechten uit hoofde van de gestelde bankgarantie;

  • v) Investeerders te veroordelen in de proceskosten van dit geding, waarbij de kosten vanaf 24 februari 2026 worden begroot op de werkelijk gemaakte kosten,.

3.6.

Crisp legt aan haar vorderingen ten grondslag dat Investeerders gehouden zijn tot nakoming van de in de CLA opgenomen verplichting tot conversie van de geldlening.

3.7.

Investeerders voeren, onder verwijzing naar hetgeen zij in conventie hebben aangevoerd, het verweer dat zij niet langer gehouden zijn om de lening te converteren, omdat de CLA is vernietigd dan wel omdat het bedrag van de lening opeisbaar is en zij daarop aanspraak maken. Investeerders concluderen tot niet-ontvankelijkheid van Crisp, dan wel tot afwijzing van de vorderingen van Crisp, met uitvoerbaar bij voorraad te verklaren veroordeling van Crisp in de kosten van deze procedure.

3.8.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.

4 De beoordeling

In conventie

Vorderingen (i) en (ii): dwaling en bedrog bij aangaan CLA?

4.1.

Investeerders leggen aan hun vorderingen onder (i) en (ii) tot vernietiging van de CLA dan wel tot aanpassing van de rechtsgevolgen van de overeenkomst door de rechter, ten grondslag dat de CLA onder invloed van dwaling dan wel door bedrog tot stand is gekomen. Volgens Investeerders heeft Crisp in de periode vanaf 5 mei 2024 tot het sluiten van de CLA een onjuist, te positief, beeld gegeven van haar financiële positie en heeft zij daarbij haar mededelingsplicht geschonden. Het was Crisp reeds voor het sluiten van de CLA duidelijk dat er een werkkapitaaltekort van € 1,8 miljoen bestond, en daarover zijn Investeerders niet geïnformeerd terwijl Crisp wel een mededelingsplicht had. Bovendien heeft Crisp door relevante financiële informatie te verzwijgen willens en wetens de kans aanvaard dat bij Investeerders een onjuiste voorstelling van de werkelijkheid zou worden opgewekt, met als gevolg dat Investeerders de CLA zijn aangegaan. Als Investeerders een juiste voorstelling van zaken hadden gehad, dan zou de CLA niet, althans niet onder dezelfde voorwaarden, tot stand zijn gekomen.

4.2.

Crisp betwist dat sprake is geweest van dwaling en/of bedrog. Daarnaast voert Crisp aan dat het beroep op dwaling niet kan slagen, omdat in artikel 17 CLA expliciet de mogelijkheid is uitgesloten om op grond van dwaling de overeenkomst te vernietigen of om de rechter te verzoeken de overeenkomst te wijzigen.

4.3.

De rechtbank ziet aanleiding om eerst te beoordelen of – in het geval dwaling zou worden aangenomen – Crisp een beroep kan doen op artikel 17 CLA. Investeerders betwisten op zichzelf niet dat partijen in artikel 17 CLA zijn overeengekomen dat de overeenkomst – na betaling van de lening door Investeerders – niet kan worden vernietigd wegens dwaling en dat in plaats van vernietiging ook de rechtsgevolgen van de overeenkomst niet door de rechter kunnen worden gewijzigd. De rechtbank zal hier dan ook vanuit gaan. Investeerders hebben echter gesteld dat Crisp geen beroep kan doen op artikel 17 CLA, omdat dit artikel zelf onder invloed van dwaling tot stand is gekomen en vernietigd dient te worden. Voor zover dit niet kan worden gevolgd, stellen Investeerders subsidiair dat het beroep op artikel 17 CLA naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is. Een en ander wordt door Crisp betwist.

4.4.

Nu het Investeerders zijn die zich erop beroepen dat artikel 17 CLA onder invloed van dwaling tot stand is gekomen en vernietigd dient te worden, rusten de stelplicht en bewijslast op Investeerders. Naar het oordeel van de rechtbank hebben Investeerders hun beroep op dwaling onvoldoende onderbouwd. Onduidelijk blijft waar hun veronderstelde onjuiste voorstelling van zaken ten aanzien van artikel 17 CLA uit heeft bestaan. Dat Investeerders bij het sluiten van de CLA mogelijk een onjuiste voorstelling van zaken hebben gehad ten aanzien van bepaalde financiële gegevens, betekent niet automatisch dat zij óók ten aanzien van artikel 17 CLA een onjuiste voorstelling van zaken hadden waarop een dwaling zou kunnen worden gebaseerd.

4.5.

Dan het subsidiaire beroep van Investeerders dat een beroep op artikel 17 CLA in de gegeven omstandigheden naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is (art. 6:248 lid 2 BW). Investeerders verwijzen daarbij naar de omstandigheden die zij ook aan hun beroep op dwaling en bedrog ten grondslag hebben gelegd. Daarbij gaat het Investeerders er dus kennelijk samengevat om dat Crisp een onjuist, te positief, beeld heeft gegeven van haar financiële positie, dat Crisp daarbij haar mededelingsplicht heeft geschonden en dat zij willens en wetens de kans heeft aanvaard dat bij Investeerders een onjuiste voorstelling van de werkelijkheid werd opgewekt waardoor zij werden misleid.

4.6.

Ook de stelplicht en bewijslast ten aanzien van de omstandigheden die zo’n beroep rechtvaardigen rusten op Investeerders, nu zij zich op het standpunt stellen dat het beroep door Crisp op artikel 17 CLA naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is. Voor de beoordeling van dit beroep is verder van belang dat een rechter bij de toepassing van de beperkende werking van de redelijkheid en billijkheid de nodige terughoudendheid in acht dient te nemen. Naar het oordeel van de rechtbank kunnen de door Investeerders genoemde omstandigheden het beroep van Investeerders op de beperkende werking van de redelijkheid en billijkheid niet dragen. De rechtbank acht daarvoor het volgende van belang.

4.7.

Op zichzelf verwijten Investeerders Crisp terecht dat zij voorafgaand aan het sluiten van de CLA een onjuist, te positief, beeld heeft gegeven van haar financiële situatie. Weliswaar heeft Crisp Investeerders geïnformeerd over haar financiële situatie en ook over daarbij behorende uitdagingen (zie onder meer de e-mailberichten van Crisp aan Investeerders van 23 augustus 2024 en 16 september 2024), maar over het bestaan van een gat in het werkkapitaal van € 1,8 miljoen ten opzichte van het plan heeft Crisp Investeerders niet concreet geïnformeerd. Dat Crisp op het moment van het sluiten van de CLA op de hoogte was van dit tekort heeft zij tijdens de mondelinge behandeling bevestigd, en volgt overigens ook uit de verklaring van [naam 7] , CFO van Crisp tijdens het voorlopig getuigenverhoor, en p. 3 en 54 van de slides van de RvC vergadering van 3 oktober 2024.

4.8.

Crisp voert aan dat zij Investeerders via het e-mailbericht van 16 september 2024 hierover voldoende duidelijk heeft geïnformeerd, omdat Investeerders uit dit e-mailbericht konden opmaken ‘dat de situatie spannend begon te worden’. Daarin gaat de rechtbank niet mee. In het e-mailbericht van 16 september 2024 wordt het bedrag genoemd dat op dat moment op de bank stond (hetgeen in lijn zou zijn met het plan), de burn van de vorige maand, de verwachte burn voor het vierde kwartaal en de opmerking dat het nog steeds spannend is hoe Q4 gaat zijn (maar dat dat ieder jaar zo is). Zonder nadere financiële informatie kan hieruit niet worden afgeleid dat sprake was van een dreigend liquiditeitstekort als gevolg van een gat in het werkkapitaal van € 1,8 miljoen. Dit terwijl, zoals ook volgt uit de slides van de RvC vergadering van 3 oktober 2024, dit destijds wel als een serieus probleem werd gezien en uiteindelijk ook tot de e-mail van 10 november 2024 heeft geleid waarin werd bericht dat de acute liquiditeitsbehoefte het voortbestaan van de onderneming in gevaar bracht. Naar het oordeel van de rechtbank heeft Crisp dus een te positief beeld geschetst van haar financiële situatie, en had Crisp Investeerders voor het sluiten van de CLA moeten informeren over het gat in het werkkapitaal. Daarbij merkt de rechtbank op dat de omstandigheid dat het contact tussen Crisp en Investeerders voornamelijk via XO Equity is verlopen, er niet aan af doet dat zij alle Investeerders (al dan niet via XO Equity) hierover voorafgaand aan het sluiten van de CLA had dienen te informeren.

4.9.

Dat Crisp – kort gezegd – een te positief beeld heeft geschetst van haar financiële situatie is naar het oordeel van de rechtbank in de gegeven omstandigheden echter niet voldoende om aan te kunnen nemen dat het beroep op artikel 17 CLA naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is. De rechtbank acht daarvoor van belang dat niet gebleken is dat Crisp, zoals door Investeerders nog is aangevoerd, bij het aangaan van de CLA bewust in dwaling heeft gebracht of willens en wetens de kans heeft aanvaard dat bij Investeerders een onjuiste voorstelling van de werkelijkheid werd opgewekt waardoor zij werden misleid. Crisp heeft in dit kader onder meer gesteld dat het werkkapitaal voortdurend in beweging was, dat het tekort op dat moment beheersbaar leek en dat er concrete plannen waren om het gat te dichten door verbeterde betalingstermijnen af te spreken of extra financiering aan te trekken. Ook heeft Crisp Investeerders wel in algemene zin geïnformeerd dat het werkkapitaal verbeterd moest worden. Naar het oordeel van de rechtbank hebben Investeerders daartegenover onvoldoende gesteld om aan te nemen dat Crisp bewust informatie voor Investeerders heeft verzwegen of anderszins sprake was van (voorwaardelijk) opzet.

4.10.

Het voorgaande betekent dat het beroep van Investeerders op vernietiging of wijziging van de rechtsgevolgen van de overeenkomst wegens dwaling niet opgaat, nu Crisp een beroep toekomt op artikel 17 CLA.

4.11.

Investeerders hebben aan hun vorderingen onder (i) en (ii) naast dwaling ook bedrog ten grondslag gelegd. Ook deze vordering kan niet worden toegewezen. Uit hetgeen hiervoor onder 4.9 is overwogen volgt al dat de rechtbank van oordeel is dat Investeerders onvoldoende hebben gesteld om te kunnen aannemen dat de CLA door bedrog tot stand is gekomen. Weliswaar had Crisp voorafgaand aan het sluiten van de CLA meer informatie kunnen geven over haar financiële situatie, meer in het bijzonder over het werkkapitaaltekort, maar om aan te nemen dat sprake was van bedrog aan de zijde van Crisp en/of voorwaardelijke opzet om Investeerders te misleiden, en Crisp dus willens en wetens de kans heeft aanvaard dat bij Investeerders een onjuiste voorstelling van de werkelijkheid werd opgewekt op basis waarvan de CLA werd aangegaan, hebben Investeerders mede gelet op de betwisting door Crisp te weinig gesteld.

4.12.

Het voorgaande betekent dat de vorderingen (i) en (ii) van Investeerders zullen worden afgewezen.

Vorderingen (iii) en (iv): opeisingsgronden artikel 6.1 CLA

4.13.

Aan hun vorderingen onder (iii) en (iv) leggen Investeerders ten grondslag dat sprake is van een opeisingsgrond (event of default) als bedoeld in artikel 6.1 CLA, op grond waarvan het uitstaande bedrag van de lening inclusief rente opeisbaar is. Volgens Investeerders is sprake van meerdere opeisingsgronden.

4.14.

Eén van de aangevoerde opeisingsgronden is dat Crisp in ‘material breach’ is van haar ‘material obligations’ onder de CLA, zoals bedoeld in artikel 6.1.4 CLA. Daarvan zou sprake zijn doordat Crisp in strijd met artikelen 3.9 en 5.2 CLA aan andere geldverstrekkers betere voorwaarden heeft toegekend dan aan Investeerders, door een 4x liquidatiepreferentie aan te bieden voor bepaalde extra investeringen. Ook zou Crisp in strijd met die artikelen hebben gehandeld door uitgifte van de zogenaamde L-shares, waarmee alle historische investeringen van de betreffende investeerders gelijk werden gesteld met de rechten van de nieuwe klasse Pref D-aandelen. Crisp betwist niet dat zij voornoemde voorwaarden aan andere geldverstrekkers heeft geboden, maar betwist wel dat sprake is van een schending van de artikelen 3.9 en 5.2 CLA, onder meer omdat zij dezelfde voorwaarden ook aan Investeerders heeft geboden.

4.15.

De rechtbank stelt vast dat de artikelen 3.9 en 5.2 CLA (zie hiervoor onder 2.15) bepalen dat Crisp aan andere partijen geen betere voorwaarden mag toekennen, maar dat dit wél mag als dezelfde voorwaarden ook aan Investeerders worden geboden. Wat betreft het verwijt dat Crisp bestaande geldverstrekkers voor bepaalde extra financieringen een 4x liquidatiepreferentie heeft aangeboden, geldt dat Crisp die mogelijkheid óók aan Investeerders heeft geboden. Dat Investeerders zelf hebben besloten daar geen gebruik van te maken, en daar mogelijk ook goede redenen voor hadden, doet aan het aanbod van Crisp niet af. Een schending van artikel 3.9 en/of 5.2 CLA levert dit niet op.

4.16.

Het verwijt van Investeerders, dat Crisp L-Shares heeft uitgegeven waardoor historische investeringen van andere aandeelhouders gelijk werden gesteld met de rechten van de nieuwe klasse Pref D-aandelen, is wel steekhoudend. Weliswaar werden aan Investeerders ook Pref D-aandelen geboden, maar daarmee werd hen niet dezelfde mogelijkheden geboden als aandeelhouders met oudere investeringen. Doordat Investeerders zelf niet beschikten over zulke historische investeringen, kon hen immers niet hetzelfde voordeel worden geboden. Zij werden in hun mogelijke verhaal benadeeld, doordat oudere investeringen van andere aandeelhouders dezelfde preferentie kregen. Zoals Investeerders terecht hebben opgemerkt, leidde dit tot een aanzienlijke verslechtering van hun verhaalspositie nu hun investering pas volledig zou worden terugbetaald als een aanzienlijk groter bedrag zou worden opgehaald (zie hiervoor ook 2.29).

4.17.

De rechtbank ziet aanleiding om eerst te beoordelen of hiermee sprake is van een schending van artikel 5.2 CLA en daarmee of sprake is van een ‘event of default’ als bedoeld in artikel 6.1.4. Volgens Investeerders ziet artikel 5.2 ook op toekomstige financieringsrondes, terwijl Crisp heeft gesteld dat artikel 5.2 CLA uitsluitend ziet op de lopende financieringsronde en niet op een toekomstige financieringsronde, omdat een andere uitleg ertoe zou leiden dat Crisp in de toekomst niet goed financierbaar zou zijn en dit haaks zou staan op de bedoeling van venture capital-financiering.

4.18.

In artikel 5.2 CLA heeft Crisp gegarandeerd dat zij geen nieuwe overeenkomsten zal aangaan of bestaande overeenkomsten zal wijzigen met een bestaande of toekomstige geldverstrekker, waardoor die rechten en voordelen krijgt die gunstiger zijn dan aan Investeerders onder de CLA zijn verstrekt, tenzij deze ook aan Investeerders worden verstrekt. Naar het oordeel van de rechtbank kan in het midden blijven of artikel 5.2 CLA uitsluitend ziet op de lopende financieringsronde of ook op toekomstige financieringsrondes. Doordat Crisp er zelf voor heeft gekozen de conversie van de geldlening van Investeerders uit te stellen en op zoek te gaan naar extra financiering, dient ook de in dat kader extra aangetrokken financiering als lopende financieringsronde te worden aangemerkt en is artikel 5.2 CLA daarop van toepassing. Dat Crisp financiering naar voren zou hebben gehaald en de twee rondes formeel gezien wel als twee aparte rondes heeft doorgevoerd, doet er niet aan af dat in feite sprake was van één financieringsronde.

4.19.

Crisp heeft erop gewezen dat Investeerders ook het voor hen gunstige aanbod kregen om in plaats van de overeengekomen Pref C-aandelen de nieuwe Pref D-aandelen te ontvangen, en ook tegen een lagere uitgifteprijs. Dat doet er echter niet aan af dat via de L-Shares aan bestaande geldverstrekkers (door wijziging van de bestaande overeenkomsten met die geldverstrekkers) een groter voordeel werd geboden dan dat aan Investeerders geboden kon worden. Dit levert, nu het naar het oordeel van de rechtbank een kernafspraak van de overeenkomst betreft die beoogt Investeerders bescherming te bieden, een materiële schending van artikel 5.2 CLA op en daarmee een opeisingsgrond als bedoeld in artikel 6.1 CLA. Gelet hierop behoeft geen bespreking of sprake is van een schending van art. 3.9 CLA. Ook de andere door Investeerders gestelde opeisingsgronden kunnen voor de verdere beoordeling onbesproken blijven.

4.20.

Naar het oordeel van de rechtbank is Crisp gelet op artikel 6.2 CLA het bedrag in beginsel (‘notwithstanding anything contrary in this Agreement’) direct verschuldigd en is het opeisbaar vanaf het moment dat Investeerders aanspraak maakten op terugbetaling, omdat het gebrek niet meer kon worden hersteld (aan Investeerders konden deze voorwaarden immers niet geboden worden) en Investeerders overeenkomstig artikel 6.3 CLA direct Crisp hierover hebben geïnformeerd.

4.21.

Het voorgaande betekent dat de gevorderde verklaring voor recht onder 3.1 iii) sub a in zoverre zal worden toegewezen.

4.22.

De gevorderde verklaring voor recht houdt daarnaast in dat (een beroep op de achterstelling van) artikel 6.4 CLA in de gegeven omstandigheden naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is, waardoor deze bepaling terzijde gesteld zou moeten worden. Naar het oordeel van de rechtbank hebben Investeerders ten aanzien van de achterstelling van artikel 6.4 CLA echter onvoldoende onderbouwd waarom een beroep op dit artikel naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is. Uitgangspunt is dat partijen bevoegd zijn om een achterstelling overeen te komen (art. 3:277 lid 2 BW), en zoals Crisp terecht heeft aangevoerd is de CLA tot stand gekomen tussen professionele partijen die zich daarbij bovendien juridisch hebben laten bijstaan. Het moet Investeerders dan ook duidelijk zijn geweest wat de consequenties waren van deze achterstelling. Dat Crisp vervolgens een beroep doet op deze achterstelling is naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid dan ook niet onaanvaardbaar.

4.23.

Verder is door Investeerders nog in algemene bewoordingen aangevoerd dat de achterstelling, door de dwaling bij het aangaan van de CLA, ook is vernietigd. Maar zoals hiervoor bleek gaat die stelling niet op. Dat betekent dat hetgeen onder 3.1 iii) sub b is gevorderd niet toewijsbaar is.

Veroordeling tot terugbetaling lening

4.24.

Investeerders vorderen onder (iv) om Crisp te veroordelen om binnen twee dagen de lening van € 5.000.000,00, vermeerderd met wettelijke handelsrente terug te betalen. Crisp heeft echter gesteld dat terugbetaling van de lening van Investeerders, gelet op de achterstelling in artikel 6.4 CLA, pas kan plaatsvinden nadat de lening voor de Venture Debt Financing volledig is afgelost. Dit geldt ook nu de financiering door ABN Amro van TPC is overgenomen, aldus Crisp.

4.25.

Bij beantwoording van de vraag wat partijen op dat punt zijn overeengekomen en wat zij over en weer redelijkerwijs van elkaar mochten verwachten, zijn de volgende omstandigheden van belang. In artikel 6.4 CLA wordt kort gezegd de terugbetaling van de lening, inclusief rente, qua betalingsrangorde achtergesteld op de volledige (terug)betaling door Crisp van alle bedragen die op dat moment verschuldigd en opeisbaar zijn aan enige bank van Crisp en/of in het kader van de Venture Debt-financiering. Deze bepaling is, anders dan door Investeerders is aangevoerd, óók van toepassing in het geval na het sluiten van de CLA de schulden door een andere bank zijn overgenomen, nu het ook gaat om “any bank” en het niet van belang is of de schulden op het moment van het sluiten van de CLA reeds bestonden (“whether in existence on the date of this Agreement or thereafter”).

4.26.

Hoewel de vordering van Investeerders op grond van artikel 6.2 CLA in beginsel opeisbaar is, wordt de terugbetaling beperkt door de achterstelling van artikel 6.4 CLA. Terugbetaling zal pas kunnen plaatsvinden nadat alle bedragen die op dat moment verschuldigd en opeisbaar zijn aan enige bank van Crisp en/of in het kader van de Venture Debt-financiering zijn terugbetaald. Zoals Crisp onbestreden heeft aangevoerd ligt het voor de hand dat bij opeising van de lening door Investeerders de bank aanspraak zal maken op terugbetaling van de door haar aan Crisp betaalde bedragen. Een en ander heeft tot gevolg dat de vordering van Investeerders tot terugbetaling kan worden toegewezen met inachtneming van de achterstelling als opgenomen in artikel 6.4 CLA.

4.27.

De gevorderde wettelijke (handels)rente over de terug te betalen hoofdsom wordt afgewezen. Zoals Crisp terecht heeft opgemerkt, kunnen de Investeerders uitsluitend aanspraak maken op de contractuele rente van 6 procent per jaar.

Beslagkosten

4.28.

Investeerders vorderen Crisp te veroordelen tot betaling van de beslagkosten. Deze vordering is gelet op toewijzing van de vordering (iii) en het bepaalde in artikel 706 Rv toewijsbaar. De beslagkosten worden vastgesteld op:

- kosten deurwaardersexploten

€

21.582,41

- griffierecht

€

2.142,00

- salaris advocaat

€

4.631,00

(1 punt × € 4.631,00)

Totaal

€

28.355,41

Buitengerechtelijke kosten

4.29.

Investeerders maken ook aanspraak op een bedrag van € 6.775,00 voor buitengerechtelijke kosten. Naar het oordeel van de rechtbank is genoegzaam gebleken dat Investeerders daadwerkelijk buitengerechtelijke kosten hebben gemaakt. Het gevorderde bedrag is conform de staffel Buitengerechtelijke Incassokosten en zal worden toegewezen.

Proceskosten

4.30.

Crisp is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van Investeerders worden begroot op:

- kosten van de dagvaarding

€

119,40

- griffierecht

€

8.046,00

- salaris advocaat

€

9.262,00

(2 punt × € 4.631,00)

Totaal

€

17.427,40

in reconventie

4.31.

Investeerders hebben bezwaar gemaakt tegen de eiswijziging in reconventie. De rechtbank verwerpt dit bezwaar en ziet geen aanleiding de eiswijziging buiten beschouwing te laten. Investeerders stellen dat deze eiswijziging eerder ingediend had kunnen worden, maar dat is onvoldoende om aan te nemen dat deze in strijd is met de goede procesorde. De rechtbank gaat dan ook uit van de gewijzigde eis, zoals weergegeven onder 3.5.

4.32.

De vorderingen van Crisp zijn erop gebaseerd dat Investeerders geen aanspraak konden maken op terugbetaling van de lening en rente, dat Investeerders dienden mee te werken aan conversie en dat zij daarom onterecht beslag hebben gelegd (hetgeen inmiddels is omgezet in een bankgarantie). Nu uit hetgeen in conventie is beslist volgt dat Investeerders wel aanspraak kunnen maken op terugbetaling van de lening en rente, volgt daaruit dat zij niet hoeven mee te werken aan conversie en dat de vorderingen van Crisp niet kunnen worden toegewezen. De rechtbank zal de vorderingen van Crisp dan ook afwijzen.

4.33.

Crisp is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van Investeerders worden begroot op € 4.631,00 voor salaris advocaat (2 punten x € 4.631,00 x 0,5). De gevorderde nakosten zullen worden toegewezen op de wijze zoals in de beslissing vermeld.

5 De beslissing

De rechtbank

in conventie

5.1.

verklaart voor recht dat sprake is van een directe opeisingsgrond in de zin van de CLA, waardoor het uitstaande bedrag van de lening inclusief rente direct opeisbaar is,

5.2.

veroordeelt Crisp met inachtneming van artikel 6.4 CLA aan Investeerders te voldoen een bedrag van € 5.000.000,00,

5.3.

veroordeelt Crisp in de beslagkosten, tot op heden vastgesteld op € 28.355,41,

5.4.

veroordeelt Crisp in de buitengerechtelijke kosten van € 6.775,00,

5.5.

veroordeelt Crisp in de proceskosten van € 17.427,40, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf veertien dagen na dit vonnis,

5.6.

wijst het meer of anders gevorderde af,

in reconventie

5.7.

wijst de vorderingen van Crisp af,

5.8.

veroordeelt Crisp in de proceskosten van € 4.631,00, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf veertien dagen na dit vonnis,

in conventie en in reconventie

5.9.

veroordeelt Crisp tot betaling van de nakosten van € 296,00, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf veertien dagen na dit vonnis en te vermeerderen met € 98,00 plus de kosten van betekening als Crisp niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,

5.10.

verklaart dit vonnis, behoudens de veroordeling onder 5.1, uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. T.T. Hylkema, mr. L. Voetelink en mr. R.W. Keus en in het openbaar uitgesproken op 28 oktober 2026.